Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2023-12-13
State In force
Source BWB
artikelen 627
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De tenuitvoerlegging van de uitspraak is onderworpen aan de wet- en regelgeving betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen of uitspraken die geldt op de plaats waar om de tenuitvoerlegging wordt verzocht.

4.

artikel 41.10 belet niet dat uitspraken op grond van deze afdeling worden erkend en ten uitvoer gelegd.

5.

Voor de toepassing van artikel 1 van het Verdrag van New York is een definitieve uitspraak op grond van deze afdeling een arbitrale uitspraak die verband houdt met een geschil dat geacht wordt voort te vloeien uit een handelsrechtelijke betrekking of een handelstransactie.

6.

Voor alle duidelijkheid en met inachtneming van lid 1 van dit artikel, geldt een definitieve uitspraak op grond van deze afdeling, wanneer een geschil op grond van artikel 17.30, lid 2, punt a), van deze overeenkomst aan geschillenbeslechting is onderworpen, als een uitspraak uit hoofde van afdeling 6 van het Icsid-verdrag.

HOOFDSTUK 18. GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL IN DIENSTEN

Artikel 18.1. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van een Partij die gevolgen hebben voor de grensoverschrijdende handel in diensten die worden verleend door dienstverleners uit de andere Partij. Die maatregelen omvatten maatregelen die van invloed zijn op:

  • a. de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst;
  • b. de aankoop of het gebruik van, of de betaling voor, een dienst;
  • c. de met de verlening van een dienst samenhangende toegang tot en het gebruik van diensten waarvan een Partij eist dat die algemeen aan het publiek worden aangeboden, met inbegrip van distributie-, vervoers- en telecommunicatienetwerken; en
  • d. het stellen van een borg of van een andere vorm van financiële zekerheid als voorwaarde voor de verlening van een dienst.
2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

  • a. financiële diensten, zoals gedefinieerd in artikel 25.2;
  • b. audiovisuele diensten;
  • c. nationale cabotage in het zeevervoer59)Onverminderd de activiteiten die uit hoofde van de betreffende interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale maritieme cabotage uit hoofde van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Chili of een lidstaat, en een andere haven of locatie in Chili of dezelfde lidstaat, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Chili of een lidstaat.;
  • d. binnenlandse en internationale luchtdiensten of aanverwante diensten ter ondersteuning van luchtdiensten60)Voor alle duidelijkheid: luchtdiensten of aanverwante diensten ter ondersteuning van luchtdiensten omvatten de volgende diensten: luchtvervoer; diensten waarbij gebruik wordt gemaakt van luchtvaartuigen die niet in de eerste plaats bedoeld zijn voor het vervoer van goederen of passagiers, zoals brandbestrijding vanuit de lucht, vliegtraining, waarneming, besproeiing, landmeting, kartering, fotografie, parachutesprongen, slepen van zweefvliegtuigen, helikopterlift voor houtkap en bouw, en andere landbouw-, industrie- en inspectiediensten in de lucht; verhuur van luchtvaartuigen met bemanning; en exploitatie van luchthavens., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en
  • iv. grondafhandelingsdiensten;
  • e. overheidsopdrachten; en
  • f. door een Partij of door een overheidsonderneming verstrekte subsidies of toelagen, met inbegrip van leningen, garanties en verzekeringen die door de overheid worden gesteund.
Artikel 18.2. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C wordt verstaan onder:

  • a. „reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen”: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;
  • b. „diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen”: dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;
  • c. „grensoverschrijdende handel in diensten” of „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:
  • i. vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of
  • ii. op het grondgebied van een Partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere Partij.
  • d. „onderneming”: een rechtspersoon, filiaal of vertegenwoordigingskantoor, opgericht of opgezet door middel van vestiging;
  • e. „grondafhandelingsdiensten”: de verlening op een luchthaven, op basis van een vast tarief of een contract, van de volgende diensten: vertegenwoordiging van, beheer van en toezicht op een luchtvaartmaatschappij; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; platformdiensten; catering, met uitzondering van de bereiding van levensmiddelen; luchtvracht- en -postafhandeling; brandstofvoorziening van luchtvaartuigen; onderhoud en schoonmaak van luchtvaartuigen; vervoer op de grond; en vluchtuitvoeringen, bemanningsadministratie en vluchtplanning; grondafhandelingsdiensten omvatten niet de volgende diensten: zelfafhandeling; beveiliging; lijnonderhoud; reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen; of het beheer of de exploitatie van essentiële gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen, bagageafhandelingssystemen of vaste interne luchthaventransportsystemen;
  • f. „rechtspersoon uit een Partij” 61)Voor alle duidelijkheid: de in deze definitie bedoelde scheepvaartmaatschappijen worden alleen beschouwd als rechtspersonen uit een Partij voor wat betreft hun activiteiten in verband met het verlenen van zeevervoerdiensten.:
  • i. voor de EU-Partij:
  • A. een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de Europese Unie of van ten minste één van haar lidstaten en die daadwerkelijke zakelijke transacties62)Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (WT/REG39/1) is volgens de EU-Partij het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelijkwaardig aan het begrip „daadwerkelijke zakelijke transacties”. op het grondgebied van de Europese Unie verricht; en
  • B. buiten de Europese Unie gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van een lidstaat, waarvan de schepen in een lidstaat zijn geregistreerd en de vlag van die lidstaat voeren;
  • ii. voor Chili:
  • A. een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van Chili en die daadwerkelijke zakelijke transacties op het grondgebied van Chili verricht; en
  • B. buiten Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van Chili, waarvan de schepen in Chili zijn geregistreerd en de vlag van Chili voeren;
  • g. „verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten”: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder die activiteiten;
  • h. „dienst”: elke dienst in enige sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;
  • i. „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst”: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in mededinging met één of meer dienstverleners wordt verleend; en
  • j. „dienstverlener uit een Partij”: elke natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die een dienst wenst te verlenen of verleent.
Artikel 18.3. Recht om regelgeving vast te stellen

De Partijen herbevestigen hun recht om voor hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, onderwijs, veiligheid, milieu, met inbegrip van klimaatverandering, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, of de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

Artikel 18.4. Nationale behandeling
1.

Elke Partij behandelt diensten en dienstverleners uit de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen diensten en dienstverleners in soortgelijke situaties.

2.

Onder de door een Partij uit hoofde van lid 1 toegekende behandeling wordt verstaan:

  • a. ten aanzien van een regionale of lokale overheid van Chili, een behandeling die niet minder gunstig is dan de gunstigste behandeling die die overheid in soortgelijke situaties toekent aan haar eigen diensten en dienstverleners;
  • b. ten aanzien van een overheid van of in een lidstaat, een behandeling die niet minder gunstig is dan de gunstigste behandeling die die overheid in soortgelijke situaties toekent aan haar eigen diensten en dienstverleners.
3.

Een Partij kan aan de vereiste in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners uit de andere Partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.

4.

Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners uit de betrokken Partij, in vergelijking met dienstverleners uit de andere Partij.

5.

Niets in dit artikel wordt zodanig uitgelegd dat een Partij verplicht is tot compensatie van mededingingsnadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

Artikel 18.5. Meestbegunstigingsbehandeling
1.

Elke Partij behandelt de diensten en dienstverleners uit de andere Partij niet minder gunstig dan de diensten en dienstverleners uit een derde land in soortgelijke situaties.

2.

Lid 1 wordt niet uitgelegd als verplichting voor een Partij om het voordeel van een behandeling dat voortvloeit uit maatregelen die voorzien in de erkenning van de normen, met inbegrip van de normen of criteria voor vergunningverlening, licentieverlening of certificering van een natuurlijke persoon of onderneming om een economische activiteit uit te oefenen, of het voordeel van prudentiële maatregelen, uit te breiden tot de diensten en dienstverleners uit de andere Partij.

3.

Voor alle duidelijkheid: de in lid 1 bedoelde behandeling heeft geen betrekking op geschillenbeslechtingsprocedures of -mechanismen waarin andere internationale overeenkomsten of andere handelsovereenkomsten voorzien. De materiële bepalingen in andere internationale overeenkomsten of andere handelsovereenkomsten vormen op zich geen „behandeling” als bedoeld in lid 1 en kunnen dus geen aanleiding geven tot een inbreuk op dit artikel, bij ontstentenis van door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen. Maatregelen van een Partij die op grond van dergelijke materiële bepalingen worden toegepast, kunnen een „behandeling” uit hoofde van dit artikel vormen en derhalve aanleiding geven tot een inbreuk op dit artikel.

Artikel 18.6. Lokale aanwezigheid

Een Partij mag een dienstverlener uit de andere Partij niet verplichten een onderneming op te richten of in stand te houden of op haar grondgebied te verblijven als voorwaarde voor de grensoverschrijdende verlening van een dienst.

Artikel 18.7. Markttoegang

Een Partij mag in de sectoren of subsectoren waar verbintenissen betreffende markttoegang zijn aangegaan noch op basis van haar gehele grondgebied, noch op basis van een territoriale onderverdeling maatregelen vaststellen of handhaven die:

  • a. beperkingen opleggen ten aanzien van:
  • i. het aantal dienstverleners, ongeacht of dat geschiedt in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • ii. de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • iii. het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de output aan diensten uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte63)Dit punt geldt niet voor maatregelen van een Partij die de input voor de verlening van diensten beperken.; of
  • iv. het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde sector mag werken of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en zich rechtstreeks bezighouden met de verlening van een specifieke dienst, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; of
  • b. specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke dienstverlener een dienst kan verlenen, vereisen of in dat verband beperkingen opleggen.
Artikel 18.8. Niet-conforme maatregelen
1.

De artikelen 18.4, 18.5 en 18.6 zijn niet van toepassing op:

  • a. elke bestaande niet-conforme maatregel die wordt gehandhaafd door:
  • i. voor de EU-Partij:
  • A. de Europese Unie, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1;
  • B. de centrale overheid van een lidstaat, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1;
  • C. een regionale overheid van een lidstaat, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1; of
  • D. een lokale overheid; en
  • ii. voor Chili:
  • A. de centrale overheid, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-2;
  • B. een regionale overheid, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-2; of
  • C. een lokale overheid;
  • b. de handhaving of onverwijlde verlenging van niet-conforme maatregelen als bedoeld in punt a) van dit lid; of
  • c. een wijziging van een niet-conforme maatregel als bedoeld in punt a), van dit lid, voor zover de wijziging de maatregel zoals die onmiddellijk voor de wijziging bestond, niet minder conform maakt met de artikelen 18.4, 18.5 en 18.6.
2.

De artikelen 18.4, 18.5 en 18.6 zijn niet van toepassing op maatregelen van een Partij voor sectoren, subsectoren of activiteiten zoals opgenomen in haar lijst in bijlage 17-B.

3.

Artikel 18.7 is niet van toepassing op maatregelen van een Partij voor sectoren, subsectoren of activiteiten zoals opgenomen in bijlage 17-C.

Artikel 18.9. Weigering toekenning voordelen

Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren aan een dienstverlener uit de andere Partij, indien de weigerende Partij maatregelen vaststelt of handhaaft in verband met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de mensenrechten, die:

  • a. transacties verbieden met die dienstverlener of met een persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over die dienstverlener; of
  • b. zouden worden geschonden of omzeild indien de voordelen van dit hoofdstuk aan die dienstverlener zouden worden toegekend.
Artikel 18.10. Subcomité Diensten en investeringen

Het Subcomité Diensten en investeringen (het „subcomité”) wordt opgericht op grond van artikel 8.8, lid 1. Bij de behandeling van aangelegenheden in verband met diensten ziet het subcomité toe op en zorgt het voor de correcte toepassing van dit hoofdstuk, de hoofdstukken 19, 20, 21, 22, 23, 24 en 26 en de bijlagen 17-A tot en met 17-I, 19-A, 19-B, 19-C, 21-A en 21-B.

HOOFDSTUK 19. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel 19.1. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van een Partij met betrekking tot de verrichting van economische activiteiten door de toegang tot en het tijdelijke verblijf op haar grondgebied van natuurlijke personen uit de andere Partij die zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden, investeerders, binnen een onderneming overgeplaatste personen, zakelijke bezoekers voor een kort verblijf, dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep zijn.

2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de sectoren die zijn vermeld in artikel 18.1, lid 2, punten b), c), en d).

3.

Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen van een Partij betreffende natuurlijke personen uit de andere Partij die toegang tot haar arbeidsmarkt zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap of nationaliteit, verblijf of werk op permanente basis.

4.

Niets in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat een Partij maatregelen toepast tot regeling van de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen uit de andere Partij op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, maar die maatregelen mogen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die de andere Partij uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst toekomen, daardoor worden tenietgedaan of uitgehold.

5.

Het loutere feit dat een Partij van personen uit de andere Partij vereist dat zij een visum verkrijgen, wordt niet uitgelegd als het tenietdoen of uithollen van de voordelen die de andere Partij uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst toekomen.

6.

Voor zover uit hoofde van dit hoofdstuk geen verbintenissen zijn aangegaan, blijven alle voorschriften van de wetgeving van een Partij met betrekking tot de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen van toepassing, met inbegrip van de wet- en regelgeving betreffende de verblijfsduur.

7.

Niettegenstaande dit hoofdstuk blijven alle voorschriften in de wetgeving van een Partij met betrekking tot arbeid en sociale zekerheid, met inbegrip van de wet- en regelgeving inzake minimumlonen en collectieve arbeidsovereenkomsten, van toepassing.

8.

Uit hoofde van dit hoofdstuk aangegane verbintenissen inzake de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden zijn niet van toepassing in gevallen waarin het de bedoeling of het gevolg van hun toegang en tijdelijke verblijf is in te grijpen in, of op andere wijze invloed uit te oefenen op het resultaat van arbeids- of managementgeschillen of -onderhandelingen, of de indienstneming van natuurlijke personen die bij dat geschil betrokken zijn.

Artikel 19.2. Definities
1.

De definities in artikel 17.2 en 18.2 zijn van toepassing op dit hoofdstuk en de bijlagen 19-A, 19-B en 19-C, met uitzondering van de definitie van investeerder uit een Partij in artikel 17.2, lid 1, punt l).

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 19-A, 19-B en 19-C wordt verstaan onder:

  • a. „handelsvertegenwoordigers”: zakelijke bezoekers voor een kort verblijf die:
  • i. vertegenwoordigers zijn van een leverancier van diensten of goederen uit een Partij die over de verkoop van goederen of diensten onderhandelen of voor die leverancier overeenkomsten voor de verkoop van diensten of goederen sluiten, met inbegrip van: het bijwonen van vergaderingen of conferenties; het plegen van overleg met zakenpartners; en het opnemen van bestellingen of het voeren van onderhandelingen over contracten met een op het grondgebied van de andere Partij gevestigde onderneming;
  • ii. zich niet bezighouden met dienstverlening in het kader van een contract dat is gesloten tussen enerzijds een onderneming zonder commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de Partij waarin de zakelijke bezoekers voor een kort verblijf zich tijdelijk bevinden, en anderzijds een consument op dat grondgebied; en
  • iii. geen commissionairs zijn;
  • b. „zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden”: natuurlijke personen met een staffunctie bij een rechtspersoon uit een Partij die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een onderneming van een dergelijke rechtspersoon op het grondgebied van de andere Partij, mits zij geen diensten aanbieden of verlenen en evenmin enige andere economische activiteit verrichten dan die welke vereist is voor het opzetten van een vestiging, en die geen beloning ontvangen uit een in de andere Partij gevestigde bron;
  • c. „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon uit een Partij, welke rechtspersoon niet zelf op het grondgebied van de andere Partij is gevestigd en geen bureau voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening is en evenmin via een dergelijk bureau optreedt en die met een eindgebruiker in de andere Partij een bonafide contract heeft gesloten voor de levering van diensten in de andere Partij, waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die andere Partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract64)Het in dit punt bedoelde dienstverleningscontract voldoet aan de eisen van het recht van de Partij waar het contract wordt uitgevoerd.;
  • d. „beoefenaren van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een Partij zijn gevestigd, maar niet op het grondgebied van de andere Partij, en een bonafide contract (anders dan via een bureau voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening) met een eindgebruiker hebben gesloten voor de verlening van diensten in de andere Partij, zodat hun tijdelijke aanwezigheid in die andere Partij vereist is65)Het in dit punt bedoelde dienstverleningscontract voldoet aan de eisen van het recht van de Partij waar het contract wordt uitgevoerd.;
  • e. „installateurs en onderhoudspersoneel”: zakelijke bezoekers voor een kort verblijf met gespecialiseerde kennis die van wezenlijk belang is voor de contractuele verplichting van een verkoper of verhuurder, die diensten verlenen of werknemers opleiden om diensten te verlenen op grond van een garantie of een ander dienstverleningscontract in verband met de verkoop of verhuur van commerciële of industriële uitrusting of machines, met inbegrip van computersoftware en aanverwante diensten, gekocht of gehuurd van een onderneming die is gevestigd buiten het grondgebied van de Partij waarvoor toegang en tijdelijk verblijf wordt aangevraagd, gedurende de looptijd van de garantie of het dienstverleningscontract;
  • f. „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die gedurende ten minste één jaar in dienst zijn geweest van of partners zijn in een rechtspersoon uit een Partij, die tijdelijk zijn overgeplaatst naar een onderneming van die rechtspersoon op het grondgebied van de andere Partij en die tot een van de volgende categorieën behoren:
  • i. leidinggevenden;
  • ii. specialisten;
  • iii. stagiair-werknemers;
  • g. „investeerder”: een natuurlijke persoon die op het grondgebied van de andere Partij een onderneming opzet waaraan die natuurlijke persoon of de rechtspersoon die die natuurlijke persoon in dienst heeft een aanzienlijk bedrag aan kapitaal heeft uitgetrokken of uittrekt, en die de exploitatie van die onderneming ontwikkelt of beheert in een toezichthoudende of uitvoerende rol;
  • h. „leidinggevenden”: natuurlijke personen met een staffunctie bij een rechtspersoon uit een Partij die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de onderneming op het grondgebied van de andere Partij66)Voor alle duidelijkheid: van deze definitie zijn niet uitgesloten leidinggevenden die, ofschoon zij niet rechtstreeks taken verrichten die verband houden met de eigenlijke verlening van de diensten, bij de uitoefening van hun functie als omschreven in deze definitie taken verrichten die nodig zijn voor het verlenen van de diensten., die onder het algemene toezicht of de leiding van het leidinggevend kader, de raad van bestuur of de aandeelhouders van de onderneming of daarmee gelijkgestelde personen staan, en wier verantwoordelijkheden het volgende omvatten:
  • i. leiding geven aan een onderneming of een afdeling of onderafdeling daarvan;
  • ii. toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en die werkzaamheden controleren; en
  • iii. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere acties in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
  • i. „zakelijke bezoekers voor een kort verblijf”: natuurlijke personen die toegang willen krijgen tot het grondgebied van de andere Partij en er tijdelijk willen verblijven, die geen directe transacties verrichten met het publiek, die geen beloning ontvangen uit een in de andere Partij gevestigde bron, en die tot een van de volgende categorieën behoren:
  • i. handelsvertegenwoordigers;
  • ii. installateurs en onderhoudspersoneel;
  • j. „specialisten”: binnen een rechtspersoon uit een Partij werkende natuurlijke personen die beschikken over gespecialiseerde kennis die van wezenlijk belang is voor de activiteiten, de technieken of het management van de onderneming; bij de beoordeling van die kennis wordt niet alleen rekening gehouden met voor de onderneming specifieke kennis, maar ook met de vraag of de betrokkene hooggekwalificeerd is, met inbegrip van toereikende beroepservaring, voor bepaalde werkzaamheden of activiteiten waarvoor specifieke technische kennis inclusief eventueel het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep vereist zijn; en
  • k. „stagiair-werknemers”: natuurlijke personen met een universitair diploma die met het oog op loopbaanontwikkeling of voor een opleiding in bedrijfstechnieken of -methoden tijdelijk worden overgeplaatst67)Van de ontvangende onderneming kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding. AT, CZ, DE, ES, FR, HU en LT: de stage moet verband houden met de verkregen universitaire graad..
Artikel 19.3. Binnen een onderneming overgeplaatste personen, zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden en investeerders
1.

Met inachtneming van de relevante voorwaarden en kwalificaties van bijlage 19-A geldt dat elke Partij:

  • a. de toegang en het tijdelijke verblijf van binnen een onderneming overgeplaatste personen, zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden en investeerders uit de andere Partij toestaat;
  • b. de tewerkstelling op haar grondgebied van binnen een onderneming overgeplaatste personen uit de andere Partij toestaat;
  • c. geen beperkingen handhaaft en die evenmin vaststelt in de vorm van numerieke quota of het vereiste van een onderzoek naar de economische behoefte met betrekking tot het totale aantal natuurlijke personen dat in een specifieke sector als zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden of investeerders mag worden toegelaten of dat in dienst mag zijn als binnen een onderneming overgeplaatste personen, hetzij op basis van een territoriale onderverdeling, hetzij op basis van haar gehele grondgebied; en
  • d. binnen een onderneming overgeplaatste personen, zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden en investeerders uit de andere Partij tijdens hun tijdelijke verblijf op haar grondgebied niet minder gunstig behandelt dan haar eigen natuurlijke personen in soortgelijke situaties.
2.

De toegestane verblijfsduur is als volgt:

  • a. voor Chili, een periode van maximaal twee jaar, die kan worden verlengd zonder dat een permanente verblijfsvergunning moet worden aangevraagd, mits nog steeds aan de voorwaarden voor het verblijf wordt voldaan; en
  • b. voor de EU-Partij, een periode van maximaal drie jaar voor leidinggevenden en specialisten, van maximaal één jaar voor stagiair-werknemers en investeerders, en van maximaal 90 dagen binnen een periode van zes maanden voor zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden.
Artikel 19.4. Zakelijke bezoekers voor een kort verblijf
1.

Met inachtneming van de in artikel 17.7, lid 2, vermelde uitsluitingen van het toepassingsgebied en de in bijlage 19-A vermelde relevante voorwaarden en kwalificaties, staat een Partij de toegang en het tijdelijke verblijf van zakelijke bezoekers voor een kort verblijf toe zonder dat er een werkvergunning, onderzoek naar de economische behoefte of andere voorafgaande goedkeuringsprocedures van soortgelijke strekking vereist is.

2.

Indien zakelijke bezoekers voor een kort verblijf uit een Partij betrokken zijn bij de verlening van een dienst aan een consument op het grondgebied van de Partij waar zij tijdelijk verblijven, behandelt die Partij hen wat de verlening van die dienst betreft niet minder gunstig dan haar eigen dienstverleners in vergelijkbare situaties.

3.

De toegestane verblijfsduur bedraagt ten hoogste 90 dagen per twaalf maanden.

Artikel 19.5. Dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep
1.

Elke Partij staat de toegang en het tijdelijke verblijf op haar grondgebied toe van dienstverleners op contractbasis uit de andere Partij, wat betreft de in bijlage 19-B vermelde sectoren, subsectoren en activiteiten, met inachtneming van de daarin vermelde relevante voorwaarden en kwalificaties en op voorwaarde dat:

  • a. de natuurlijke personen voor het verlenen van een dienst worden aangetrokken als werknemer van een rechtspersoon die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;
  • b. de natuurlijke personen die de andere Partij binnenkomen ten minste één jaar onmiddellijk voorafgaand aan de datum van indiening van een aanvraag voor toegang tot de andere Partij als werknemer in dienst zijn geweest van de in punt a) bedoelde rechtspersoon en op de datum van de aanvraag voor toegang beschikken over ten minste drie jaar beroepservaring, opgedaan na het bereiken van de meerderjarige leeftijd, in de sector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere Partij binnenkomen, in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt68)Indien de graad of kwalificatie niet is verkregen in de Partij waar de dienst wordt verleend, kan die Partij beoordelen of die gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad.; en
  • ii. de beroepskwalificaties die op grond van de wet- of regelgeving van de Partij waar de dienst wordt verleend, worden voorgeschreven voor het uitoefenen van een activiteit;
  • d. de natuurlijke persoon op het grondgebied van de andere Partij voor de dienstverlening geen andere beloning ontvangt dan de beloning die wordt betaald door de rechtspersoon waarbij de natuurlijke persoon in dienst is; en
  • e. de op grond van dit artikel verleende toegang uitsluitend de dienstenactiviteit betreft waarop het contract betrekking heeft en geen recht geeft op het voeren van de beroepstitel van de Partij waar de dienst wordt verleend.
2.

Elke Partij staat de toegang en het tijdelijke verblijf op haar grondgebied toe van beoefenaren van een vrij beroep uit de andere Partij, wat betreft de in bijlage 19-B vermelde sectoren, subsectoren en activiteiten, met inachtneming van de daarin vermelde relevante voorwaarden en kwalificaties en op voorwaarde dat:

  • a. het gesloten contract een looptijd heeft van maximaal twaalf maanden;
  • b. de natuurlijke personen op de datum van aanvraag voor toegang en tijdelijk verblijf ten minste zes jaar beroepservaring hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere Partij binnenkomen, in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt69)Indien de graad of kwalificatie niet is verkregen in de Partij waar de dienst wordt verleend, kan die Partij beoordelen of die gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad.; en
  • ii. de beroepskwalificaties die op grond van de wet- of regelgeving van de Partij waar de dienst wordt verleend, worden voorgeschreven voor het uitoefenen van een activiteit;
  • d. de op grond van dit artikel verleende toegang uitsluitend de dienstenactiviteit betreft waarop het contract betrekking heeft; zij geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de Partij waar de dienst wordt verleend.
3.

Een Partij stelt geen beperkingen vast, en handhaaft die niet, op het totale aantal dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep uit de andere Partij dat toegang en tijdelijk verblijf wordt toegestaan, in de vorm van numerieke quota of het vereiste van een onderzoek naar de economische behoefte.

4.

Een Partij behandelt de dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep uit de andere Partij met betrekking tot de verstrekking van hun diensten op haar grondgebied in vergelijkbare situaties niet minder gunstig dan haar eigen dienstverleners.

5.

De toegestane verblijfsduur is als volgt:

  • a. voor de EU-Partij, een periode van bij elkaar opgeteld ten hoogste zes maanden gedurende een periode van twaalf maanden, dan wel de duur van het contract indien dat korter is; en
  • b. voor Chili, een periode van maximaal een jaar, die met telkens een jaar kan worden verlengd, mits nog steeds aan de voorwaarden voor het verblijf wordt voldaan.
Artikel 19.6. Niet-conforme maatregelen

Voor zover de desbetreffende maatregel van invloed is op de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, zijn artikel 19.3, lid 1, punten c) en d), en artikel 19.5, leden 3 en 4, niet van toepassing op:

  • a. enige bestaande niet-conforme maatregel van een Partij op het niveau van:
  • i. voor de EU-Partij:
  • A. de Europese Unie, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1;
  • B. de centrale overheid van een lidstaat, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1;
  • C. een regionale overheid van een lidstaat, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1; of
  • D. een lokale overheid, anders dan bedoeld in punt C); en
  • ii. voor Chili:
  • A. de centrale overheid, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-2;
  • B. een regionale regering, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-2; of
  • C. een lokale overheid;
  • b. de handhaving of onverwijlde verlenging van niet-conforme maatregelen als bedoeld in punt a) van dit lid;
  • c. een wijziging van een niet-conforme maatregel als bedoeld in de punten a) en b) van dit artikel, voor zover de wijziging de maatregel zoals die onmiddellijk voor de wijziging bestond, niet minder conform maakt met artikel 19.3, lid 1, punten c) en d), en met artikel 19.5, leden 3 en 4; of
  • d. maatregelen van een Partij die in overeenstemming zijn met een in bijlage 17-B vermelde voorwaarde of kwalificatie.
Artikel 19.7. Transparantie
1.

Elke Partij maakt informatie openbaar met betrekking tot de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen uit de andere Partij, als bedoeld in artikel 19.,1, lid 1.

2.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie bevat, voor zover van toepassing, de volgende gegevens:

  • a. categorieën van visa, verblijfstitels of soortgelijke vergunningen voor toegang en tijdelijk verblijf;
  • b. vereiste documentatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan;
  • c. de wijze van indiening van een aanvraag en mogelijkheden om die in te dienen, zoals via consulaten of online;
  • d. kosten om een aanvraag in te dienen en indicatief tijdschema voor de behandeling van een aanvraag;
  • e. de maximale verblijfsduur in het kader van elke soort vergunning als omschreven in punt a) van dit lid;
  • f. voorwaarden voor eventuele verlenging of vernieuwing;
  • g. voorschriften over begeleidende personen ten laste;
  • h. beschikbare toetsings- of beroepsprocedures; en
  • i. relevante wetgeving van algemene strekking met betrekking tot toegang en tijdelijk verblijf van natuurlijke personen.
3.

Wat de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde informatie betreft, streeft een Partij ernaar de andere Partij onmiddellijk in kennis te stellen van de invoering van nieuwe vereisten of procedures, of van wijzigingen van vereisten of procedures, die van invloed zijn op de effectieve toepassing van het verlenen van toegang tot, tijdelijk verblijf in en, indien van toepassing, toestemming om te werken in de eerstgenoemde Partij.

Artikel 19.8. Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op een weigering van toegang en tijdelijk verblijf, tenzij er sprake is van een vaste praktijk.

HOOFDSTUK 20. INTERNE REGELGEVING

Artikel 20.1. Toepassingsgebied en definities
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de Partijen met betrekking tot vergunningsvereisten en -procedures, kwalificatievereisten en -procedures en technische normen70)Voor alle duidelijkheid: dit hoofdstuk is, wat de maatregelen met betrekking tot technische normen betreft, alleen van toepassing op maatregelen die de handel in diensten raken. die van invloed zijn op:

  • a. de grensoverschrijdende dienstverlening;
  • b. de verlening van een dienst of de verrichting van enige andere economische activiteit door middel van de vestiging van een onderneming of de exploitatie van een onder deze overeenkomst vallende investering; of
  • c. de verlening van een dienst via het tijdelijke verblijf van bepaalde categorieën natuurlijke personen uit een Partij op het grondgebied van de andere Partij, zoals vermeld in artikel 19.1.
2.

Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op sectoren waarvoor een Partij specifieke verbintenissen is aangegaan uit hoofde van de hoofdstukken 17, 18 en 19 en voor zover die specifieke verbintenissen van toepassing zijn.

3.

Niettegenstaande lid 2 is dit hoofdstuk niet van toepassing op vergunningsvereisten en -procedures, kwalificatievereisten en -procedures en technische normen met betrekking tot:

  • a. de vervaardiging van chemische basisproducten en andere chemische producten;
  • b. de vervaardiging van producten van rubber;
  • c. de vervaardiging van producten van kunststof;
  • d. de vervaardiging van elektromotoren en van elektrische generatoren en transformatoren;
  • e. de vervaardiging van accumulatoren, elektrische elementen en elektrische batterijen; en
  • f. de recycling van metaal- en niet-metaalafval en schroot.
4.

Niettegenstaande lid 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op maatregelen van een Partij voor zover zij beperkingen inhouden die aan een tijdschema zijn onderworpen op grond van de artikelen 17.5 en 17.6, artikel 17.11, leden 1 en 2, de artikelen 18.4, 18.6 en 18.7, artikel 18.8, leden 1 en 2, artikel 19.3, lid 1, artikel 19.4, lid 2, artikel 19.5, lid 1, en artikel 19.6.

5.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „vergunning”: de toestemming om een van de in lid 1, punten a), b en c), genoemde activiteiten te verrichten als resultaat van een procedure die een aanvrager moet volgen om aan te tonen dat hij aan de vergunningsvereisten, kwalificatievereisten of technische normen voldoet;
  • b. „bevoegde autoriteit”: een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit, of een niet-gouvernementele organisatie die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefent, die bevoegd is een besluit te nemen betreffende de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, ook als dat vestiging inhoudt, of betreffende de afgifte van een vergunning om enige andere economische activiteit te verrichten;
  • c. „vergunningsprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke of rechtspersoon die verzoekt om een vergunning, met inbegrip van de wijziging of verlenging van een vergunning, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;
  • d. „vergunningsvereisten”: andere materiële eisen dan kwalificatievereisten, waaraan een natuurlijke of rechtspersoon moet voldoen om een vergunning te verkrijgen, te wijzigen of te verlengen;
  • e. „kwalificatieprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning te kunnen verkrijgen; en
  • f. „kwalificatievereisten”: materiële eisen met betrekking tot de bekwaamheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die een natuurlijke persoon moet naleven om een vergunning te kunnen verkrijgen, te wijzigen of te verlengen.
6.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn ook de definities in de artikelen 17.2 en 18.2 van toepassing.

Artikel 20.2. Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties
1.

Elke Partij ziet erop toe dat maatregelen met betrekking tot vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures gebaseerd zijn op criteria die de bevoegde autoriteiten beletten hun beoordelingsbevoegdheid op een willekeurige wijze uit te oefenen71)Voor alle duidelijkheid: die criteria kunnen onder meer betrekking hebben op de bekwaamheid en het vermogen om een dienst te verlenen of enige andere economische activiteit te verrichten, onder meer om dat te doen op een wijze die in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften van een Partij, zoals gezondheids- en milieuvoorschriften. De bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen welk gewicht aan elk criterium moet worden toegekend..

2.

De in lid 1 bedoelde criteria zijn:

  • a. helder;
  • b. objectief en transparant; en
  • c. van tevoren toegankelijk voor het publiek en belanghebbenden.
3.

Bij de vaststelling van technische normen moedigt elke Partij haar bevoegde autoriteiten aan technische normen vast te stellen die zijn ontwikkeld via open en transparante processen, en stimuleert zij organen, met inbegrip van relevante internationale organisaties72)Onder „relevante internationale organisaties” wordt verstaan internationale organen waarvan de relevante organen van beide Partijen lid kunnen worden., die zijn aangewezen om technische normen te ontwikkelen, om dat te doen door middel van open en transparante processen.

4.

Een vergunning wordt, met inachtneming van de beschikbaarheid, verleend zodra na een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor de verkrijging van een vergunning is voldaan.

5.

Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, zorgt elke Partij ten aanzien van potentiële kandidaten voor een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft.

6.

Bij de vaststelling van de regels voor de selectieprocedure kan elke Partij, met inachtneming van lid 5, rekening houden met legitieme beleidsdoelstellingen, waaronder overwegingen op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieubescherming en behoud van cultureel erfgoed.

Artikel 20.3. Vergunnings- en kwalificatieprocedures
1.

Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten moeten helder zijn, van tevoren worden bekendgemaakt en mogen op zichzelf geen beperking vormen ten aanzien van de verlening van een dienst of de verrichting van enige andere economische activiteit. Elke Partij streeft ernaar die procedures en formaliteiten zo eenvoudig mogelijk te houden en mag de verlening van de dienst of de verrichting van enige andere economische activiteit niet onnodig bemoeilijken of vertragen.

2.

Indien een vergunning vereist is, publiceert elke Partij onverwijld de informatie, of maakt zij die anderszins openbaar, die de aanvrager nodig heeft om te voldoen aan de vereisten en procedures om die vergunning te verkrijgen, behouden, wijzigen en verlengen. Die informatie omvat ten minste het volgende, voor zover voorhanden:

  • a. de eisen en procedures;
  • b. contactgegevens van de relevante bevoegde autoriteiten;
  • c. vergoedingen;
  • d. technische normen;
  • e. procedures voor het instellen van hoger beroep tegen of het toetsen van beslissingen inzake aanvragen;
  • f. procedures voor het toezicht op of de handhaving van de naleving van de voorwaarden van vergunningen en kwalificaties;
  • g. mogelijkheden voor inspraak van het publiek, bijvoorbeeld via hoorzittingen of opmerkingen; en
  • h. indicatieve termijnen voor de behandeling van een aanvraag.
3.

Eventuele vergunningsvergoedingen73)Vergunningsvergoedingen mogen geen vergoedingen voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen omvatten, noch betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, noch verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. voor de aanvrager moeten redelijk en transparant zijn en mogen op zich geen belemmering vormen voor de verrichting van de betrokken dienst of van de betrokken economische activiteit.

4.

Elke Partij ziet erop toe dat de procedures die de bevoegde autoriteit volgt en de besluiten die zij neemt bij het verlenen van vergunningen, onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers. De bevoegde autoriteit is bij haar besluitvorming onafhankelijk en is geen verantwoording verschuldigd aan de verleners van de diensten of de personen die de economische activiteiten uitoefenen waarvoor de vergunning vereist is.

5.

Indien voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, moet een aanvrager voor het indienen van een aanvraag over een redelijke termijn beschikken. Indien mogelijk moet de bevoegde autoriteit aanvragen in elektronische vorm accepteren onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als gedrukte aanvragen.

6.

De bevoegde autoriteit neemt een aanvraag na indiening ervan zonder onnodige vertraging in behandeling. Elke Partij zet zich in om het indicatieve tijdschema voor de behandeling van een aanvraag vast te stellen en ziet er, op verzoek van de aanvrager en zonder onnodige vertraging, op toe dat de bevoegde autoriteit informatie verstrekt over de status van de aanvraag. Elke Partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, met inbegrip van het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag.

7.

De bevoegde autoriteit stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een aanvraag die naar haar oordeel onvolledig is, de aanvrager daarvan in kennis, vermeldt, voor zover dat haalbaar is, welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen en biedt de aanvrager de mogelijkheid om tekortkomingen in de aanvraag te verhelpen.

8.

De bevoegde autoriteit aanvaardt, in plaats van originele documenten, kopieën die overeenkomstig het recht van de Partij zijn gewaarmerkt, tenzij de bevoegde autoriteit originele documenten verlangt om de integriteit van het vergunningsproces te beschermen.

9.

Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt de aanvrager daarvan, op eigen verzoek of op initiatief van de bevoegde autoriteit, zonder onnodige vertraging schriftelijk in kennis gesteld. De aanvrager moet in beginsel worden geïnformeerd over de redenen voor het besluit tot afwijzing van de aanvraag en over de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen dat besluit. Een aanvrager moet binnen een redelijke termijn opnieuw een aanvraag kunnen indienen.

10.

Elke Partij ziet erop toe dat een vergunning, eenmaal verleend, zonder onnodige vertraging en overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden in werking treedt.

11.

Indien een examen vereist is voor een vergunning, zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat een dergelijk examen met redelijk frequente tussenpozen plaatsvindt en stelt zij een redelijke termijn vast waarbinnen aanvragers zich kunnen aanmelden voor het examen.

Artikel 20.4. Evaluatie

Wanneer de resultaten van de onderhandelingen met betrekking tot artikel VI, lid 4, van de GATS in werking treden, evalueren de Partijen die resultaten gezamenlijk. Wanneer uit de gezamenlijke evaluatie blijkt dat de opneming van die resultaten in dit deel van deze overeenkomst zou leiden tot verbetering van de voorschriften ervan, bepalen de Partijen gezamenlijk of de resultaten in dit deel van deze overeenkomst worden opgenomen.

Artikel 20.5. Toepassing van maatregelen van algemene strekking

Elke Partij ziet erop toe dat alle maatregelen van algemene strekking die de handel in diensten betreffen, op een redelijke, objectieve en onpartijdige wijze worden toegepast.

Artikel 20.6. Hoger beroep tegen administratieve besluiten

Elke Partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve tribunalen of procedures in stand of voert die in, waarmee op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot de vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond kunnen worden getoetst en, indien gerechtvaardigd, passende herstelmaatregelen kunnen worden genomen. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke Partij erop toe dat de procedures daadwerkelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

HOOFDSTUK 21. WEDERZIJDSE ERKENNING VAN BEROEPSKWALIFICATIES

Artikel 21.1. Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een Partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

2.

Elke Partij moedigt de beroepsorganisaties of autoriteiten die relevant zijn voor de betrokken sector van activiteit op haar grondgebied aan om gezamenlijke aanbevelingen inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties op te stellen en te verstrekken aan het in artikel 18.10 genoemde Subcomité Diensten en investeringen. Dergelijke gezamenlijke aanbevelingen worden ondersteund door een empirisch onderbouwde beoordeling van:

  • a. de economische waarde van een voorgenomen regeling inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties (hierna „regeling inzake wederzijdse erkenning” genoemd); en
  • b. de verenigbaarheid van de respectieve regelingen, dat wil zeggen de mate waarin de door elke Partij toegepaste vereisten inzake vergunningverlening, licentieverlening, exploitatie en certificering verenigbaar zijn.
3.

Na ontvangst van een gezamenlijke aanbeveling beoordeelt het Subcomité Diensten en investeringen binnen een redelijke termijn of die aanbeveling verenigbaar is met dit deel van deze overeenkomst. Na die beoordeling kan dat subcomité een besluit over een regeling inzake wederzijdse erkenning opstellen en de Gezamenlijke Raad aanbevelen dat besluit op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), aan te nemen, teneinde de in bijlage 21-B vermelde regelingen inzake wederzijdse erkenning vast te stellen of te wijzigen74)Voor alle duidelijkheid: regelingen inzake wederzijdse erkenning leiden niet tot automatische erkenning van kwalificaties, maar stellen, in het wederzijdse belang van de Partijen, de voorwaarden vast voor de bevoegde autoriteiten die dergelijke kwalificaties erkennen..

4.

Een in lid 3 van dit artikel bedoelde regeling bevat de voorwaarden voor de erkenning van in de EU-Partij verworven beroepskwalificaties en in Chili verworven beroepskwalificaties die verband houden met een door hoofdstuk 17, 18, 19 of 26 bestreken activiteit.

5.

De richtsnoeren voor regelingen inzake de erkenning van beroepskwalificaties in bijlage 21-A worden in aanmerking genomen bij de opstelling van de in lid 2 van dit artikel bedoelde gezamenlijke aanbevelingen, en door de Gezamenlijke Raad bij de beoordeling of de regeling moet worden aangenomen als bedoeld in lid 3 van dit artikel.

HOOFDSTUK 22. BESTELDIENSTEN

Artikel 22.1. Toepassingsgebied en definities
1.

In dit hoofdstuk worden de beginselen van het regelgevingskader voor alle besteldiensten uiteengezet.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „besteldiensten”: post-, koeriers- en expresdiensten, met inbegrip van het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen;
  • b. „expresbesteldiensten”: het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen tegen verhoogde snelheid en betrouwbaarheid, waarbij elementen met toegevoegde waarde inbegrepen kunnen zijn, zoals ophaling vanaf het punt van herkomst, persoonlijke bezorging aan de geadresseerde, tracering, mogelijkheid om de bestemming en de geadresseerde in doorvoer te veranderen of ontvangstbevestiging;
  • c. „exprespostdiensten”: internationale expresbesteldiensten die worden verleend via het samenwerkingsverband Express Mail Service, de vrijwillige vereniging van aangewezen postexploitanten in het kader van de Wereldpostunie;
  • d. „vergunning”: een door een bevoegde regelgevende autoriteit aan een individuele aanbieder van besteldiensten afgegeven machtiging waarin de voor de sector besteldiensten specifieke procedures, verplichtingen en vereisten zijn vastgelegd;
  • e. „postzending”: een zending tot 31,5 kg, geadresseerd in de definitieve vorm waarin zij moet worden vervoerd door ongeacht welk type aanbieder van besteldiensten, zowel publiek- als privaatrechtelijk, met inbegrip van zendingen zoals brieven, pakketten, kranten of catalogi;
  • f. „postmonopolie”: het exclusieve recht om op grond van het recht van een Partij bepaalde besteldiensten te verlenen op het grondgebied van die Partij; en
  • g. „universele dienst”: het overal op het grondgebied van een Partij permanent aanbieden van een besteldienst van een gespecificeerde kwaliteit tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn.
Artikel 22.2. Universele diensten
1.

Elke Partij heeft het recht vast te stellen welk soort universeledienstverplichting zij wil handhaven. Elke Partij die een universeledienstverplichting handhaaft, doet dat op transparante, niet-discriminerende en neutrale wijze ten aanzien van alle aan de verplichting onderworpen aanbieders van besteldiensten.

2.

Indien een Partij verlangt dat inkomende exprespostdiensten worden verleend in het kader van een universele dienst, verleent zij die diensten geen voorkeursbehandeling ten opzichte van andere internationale expresbesteldiensten.

Artikel 22.3. Preventie van marktverstorende praktijken

Elke Partij ziet erop toe dat een aanbieder van besteldiensten die onder een universeledienstverplichting valt of een postmonopolie heeft, geen marktverstorende praktijken opzet, zoals:

  • a. het gebruik van inkomsten die zijn verkregen uit de verlening van diensten die onder de universeledienstverplichting vallen of waarvoor een postmonopolie geldt, om de levering van expresbesteldiensten of enige andere niet-universele besteldienst te kruissubsidiëren; of
  • b. onrechtmatig differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven of aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor de levering van een dienst die onder een universeledienstverplichting valt of waarvoor een postmonopolie geldt.
Artikel 22.4. Vergunningen
1.

Indien een Partij een vergunning voor het verlenen van besteldiensten vereist, maakt zij het volgende openbaar:

  • a. alle vergunningsvereisten en de periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen; en
  • b. de voorwaarden van de vergunning.
2.

De procedures, verplichtingen en vereisten van een vergunning moeten transparant, niet-discriminerend en op objectieve criteria gebaseerd zijn.

3.

Indien de bevoegde regelgevende autoriteit een vergunningsaanvraag afwijst, stelt zij de aanvrager schriftelijk in kennis van de redenen voor de afwijzing. Elke Partij stelt een beroepsprocedure in of handhaaft die, via een orgaan dat onafhankelijk is van de bij de vergunningsaanvraagprocedure betrokken partijen. Dat orgaan kan een rechterlijke instantie zijn.

Artikel 22.5. Onafhankelijkheid van de regelgevende autoriteiten
1.

Elke Partij ziet erop toe dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de regulering van besteldiensten geen verantwoording verschuldigd zijn aan een aanbieder van besteldiensten en dat de besluiten en procedures die de regelgevende autoriteit vaststelt onpartijdig, niet-discriminerend en transparant zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers op haar grondgebied.

2.

Elke Partij ziet erop toe dat de autoriteit die verantwoordelijk is voor de regulering van besteldiensten haar taken tijdig uitvoert en over voldoende financiële en personele middelen beschikt.

HOOFDSTUK 23. TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel 23.1. Toepassingsgebied
1.

In dit hoofdstuk worden de beginselen uiteengezet van het regelgevingskader voor het aanbieden van op grond van de hoofdstukken 17 en 18 geliberaliseerde telecommunicatienetwerken en -diensten.

2.

Dit hoofdstuk heeft geen betrekking op diensten waarbij met behulp van telecommunicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd.

Artikel 23.2. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „bijbehorende faciliteiten”: de bij een telecommunicatienetwerk of -dienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel daartoe bezitten, en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten kunnen omvatten;
  • b. „essentiële faciliteiten”: faciliteiten van een openbaar telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst die:
  • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door een enkele of een beperkt aantal leveranciers; en
  • ii. niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst;
  • c. „interconnectie”: de koppeling van openbare telecommunicatienetwerken die door dezelfde of verschillende aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten worden gebruikt om de gebruikers van een aanbieder in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of een andere aanbieder of toegang te krijgen tot diensten die door een andere aanbieder worden aangeboden, ongeacht of die diensten worden verleend door de betrokken aanbieders of door een andere aanbieder die toegang heeft tot het netwerk;
  • d. „internettoegangsdiensten”: openbare telecommunicatiediensten die toegang tot het internet bieden op het grondgebied van een Partij en derhalve connectiviteit bieden met vrijwel alle eindpunten van het internet, ongeacht de gebruikte netwerktechnologie en eindapparatuur;
  • e. „huurcircuits”: telecommunicatiediensten of -faciliteiten tussen twee of meer aangewezen punten, met inbegrip van virtuele diensten, die capaciteit reserveren voor specifiek gebruik door of beschikbaarheid voor een gebruiker;
  • f. „grote aanbieder”: een aanbieder van telecommunicatienetwerken of -diensten die, gelet op de prijs en het aanbod, de voorwaarden voor deelneming aan een relevante markt voor telecommunicatienetwerken of -diensten wezenlijk kan beïnvloeden als gevolg van zeggenschap over essentiële faciliteiten of het gebruik van zijn positie op die markt;
  • g. „netwerkelementen”: voorzieningen of uitrustingen die worden gebruikt voor het leveren van een openbare telecommunicatiedienst, met inbegrip van kenmerken, functies en mogelijkheden die door middel van die voorzieningen of uitrustingen worden geleverd;
  • h. „nummerportabiliteit”:
  • i. voor de EU-Partij, de mogelijkheid voor een abonnee die daarom verzoekt om het bestaande telefoonnummer te behouden, op dezelfde locatie in het geval van abonnees met een vaste lijn, bij een overstap binnen dezelfde categorie aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit, betrouwbaarheid of het gebruiksgemak, en
  • ii. voor Chili, de mogelijkheid voor een eindgebruiker die daarom verzoekt om het bestaande telefoonnummer te behouden bij een overstap tussen aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit, betrouwbaarheid of het gebruiksgemak;
  • i. „openbaar telecommunicatienetwerk”: elk telecommunicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het aanbieden van openbare telecommunicatiediensten tussen netwerkaansluitpunten;
  • j. „openbare telecommunicatiedienst”: elke telecommunicatiedienst die in het algemeen aan het publiek wordt aangeboden;
  • k. „abonnee”: een natuurlijke of rechtspersoon die partij is bij een contract met een aanbieder van openbare telecommunicatiediensten voor de verlening van dergelijke diensten;
  • l. „telecommunicatie”: de transmissie en ontvangst van signalen via elektromagnetische middelen;
  • m. „telecommunicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, met inbegrip van netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen en te ontvangen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;
  • n. „regelgevende autoriteit voor telecommunicatie”: de instantie(s) die door een Partij belast is (zijn) met de regulering van onder dit hoofdstuk vallende telecommunicatienetwerken en -diensten75)Voor alle duidelijkheid: onder „regelgevende autoriteit voor telecommunicatie” wordt verstaan elke autoriteit die door een Partij is belast met de handhaving van de in dit hoofdstuk vervatte verplichtingen.;
  • o. „telecommunicatiedienst”: een dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in de transmissie en ontvangst van signalen, met inbegrip van omroepsignalen, via telecommunicatienetwerken, met inbegrip van netwerken die voor omroep worden gebruikt;
  • p. „universele dienst”: het minimale pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een Partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet zijn voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; en
  • q. „gebruiker”: elke natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst.
Artikel 23.3. Regelgevende autoriteit voor telecommunicatie
1.

Elke Partij ziet erop toe dat haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van enige aanbieder van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur, en dat de door die autoriteit vastgestelde besluiten en toegepaste procedures onpartijdig zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers.

2.

Een Partij die de eigendom van of de zeggenschap over aanbieders van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur behoudt, zorgt voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken inzake telecommunicatie en de met de eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten.

3.

Om te waarborgen dat regelgevende autoriteiten voor telecommunicatie onafhankelijk en onpartijdig zijn, zorgt elke Partij ervoor dat haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie geen financieel belang heeft in, noch een bestuursfunctie of leidinggevende functie bekleedt bij een aanbieder van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur.

4.

Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur geen invloed uitoefenen op de besluiten en procedures van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie.

5.

Elke Partij ziet erop toe dat haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie over de regelgevende en toezichthoudende bevoegdheid en over voldoende financiële en personele middelen beschikt om de haar opgedragen taken uit te voeren, teneinde de in dit hoofdstuk vervatte verplichtingen te handhaven. Die bevoegdheid wordt op een transparante en tijdige manier uitgeoefend. Die taken worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is.

6.

Elke Partij verleent haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie de bevoegdheid om ervoor te zorgen dat aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten haar op verzoek onverwijld alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie nodig heeft om haar taken overeenkomstig dit hoofdstuk uit te oefenen. De verstrekte informatie wordt behandeld in overeenstemming met de vereisten van vertrouwelijkheid.

7.

Elke Partij ziet erop toe dat een gebruiker of aanbieder van telecommunicatienetwerken of -diensten die gevolgen ondervindt van een besluit van haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie het recht heeft tegen dat besluit hoger beroep in te stellen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie en van de andere partijen die de gevolgen van het besluit ondervinden. In afwachting van de uitkomst van het hoger beroep blijft het besluit van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie gehandhaafd, tenzij overeenkomstig het recht van de Partij van die regelgevende autoriteit voor telecommunicatie voorlopige maatregelen worden toegestaan.

Artikel 23.4. Vergunning voor het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten
1.

Indien een Partij een vergunning vereist voor het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten, stelt zij een redelijke termijn vast die de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie normaliter nodig heeft om te beslissen over de vergunningsaanvraag, deelt zij die termijn op transparante wijze mee aan de aanvrager en spant zij zich ervoor in dat binnen de meegedeelde termijn wordt besloten over de aanvraag76)Voor alle duidelijkheid: dit artikel vormt geen beletsel voor een Partij om toestemming te verlenen voor het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten op basis van een gewone kennisgeving zonder de beslissing van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie te hoeven afwachten..

2.

Alle vergunningscriteria en toepasselijke procedures moeten zo eenvoudig mogelijk, objectief, transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn. Alle verplichtingen en voorwaarden die aan een vergunning worden opgelegd of daaraan verbonden zijn, moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn en verband houden met de aangeboden diensten.

3.

Elke Partij ziet erop toe dat een aanvrager schriftelijk de redenen ontvangt voor de weigering of intrekking van een vergunning of voor het opleggen van specifieke voorwaarden aan de aanbieder. In geval van een dergelijke weigering, intrekking of oplegging kan een aanvrager hoger beroep instellen bij een beroepsinstantie.

4.

De eventuele aan aanbieders opgelegde administratieve vergoedingen moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn en in verhouding staan tot de administratieve kosten die redelijkerwijs worden gemaakt bij het beheer, de controle en de handhaving van de in dit hoofdstuk vervatte verplichtingen77)De administratieve vergoedingen omvatten geen betalingen voor het gebruik van schaarse hulpbronnen en verplichte bijdragen voor de verlening van universele diensten..

Artikel 23.5. Interconnectie

Onverminderd artikel 23.9 ziet elke Partij erop toe dat een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied het recht en, op verzoek van een andere aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied, de plicht heeft om te onderhandelen over interconnectie met het oog op het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied.

Artikel 23.6. Toegang en gebruik
1.

Elke Partij ziet erop toe dat alle dienstverleners uit de andere Partij op redelijke en niet-discriminerende78)Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „niet-discriminerend” verstaan: meestbegunstigingsbehandeling en nationale behandeling als omschreven in de artikelen 17.9, 17.11, 18.4 en 18.5, alsook onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke in soortgelijke situaties worden toegekend aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken of -diensten. voorwaarden toegang krijgen tot en gebruik kunnen maken van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten overeenkomstig, onder meer, de leden 2 tot en met 5.

2.

Elke Partij ziet erop toe dat elke dienstverlener uit de andere Partij toegang heeft tot en gebruik kan maken van alle openbare telecommunicatiediensten die binnen of over haar grenzen worden aangeboden, met inbegrip van particuliere huurlijnen, en zorgt er daartoe voor, met inachtneming van lid 5, dat het dergelijke dienstverleners is toegestaan om:

  • a. eind- of andere apparatuur die met het netwerk verbonden is en die nodig is om hun diensten te verlenen, te kopen of huren en aan dat netwerk te koppelen;
  • b. eigen of gehuurde particuliere lijnen te verbinden met openbare telecommunicatienetwerken of met lijnen die worden gehuurd door of in eigendom zijn van een andere aanbieder van telecommunicatiediensten; en
  • c. exploitatieprotocollen van hun keuze te gebruiken voor de verlening van alle diensten, andere dan die welke noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat telecommunicatiediensten voor het algemene publiek beschikbaar zijn.
3.

Elke Partij ziet erop toe dat een dienstverlener uit de andere Partij openbare telecommunicatienetwerken of -diensten kan gebruiken voor het verkeer van informatie op haar grondgebied en over haar grenzen heen, daarbij inbegrepen de interne bedrijfscommunicatie van die dienstverlener, en voor toegang tot informatie in gegevensbestanden of tot informatie die op andere wijze in machineleesbare vorm is opgeslagen op het grondgebied van een van de Partijen.

4.

Niettegenstaande lid 3 kan een Partij de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en vertrouwelijkheid van de communicatie te waarborgen, mits die maatregelen niet op zodanige wijze worden toegepast dat zij een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie dan wel een verkapte beperking van de handel in diensten vormen.

5.

Elke Partij ziet erop toe dat voor de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied uitsluitend voorwaarden worden gesteld die noodzakelijk zijn:

  • a. ter vrijwaring van de verantwoordelijkheid als openbare instantie van aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten en met name hun bevoegdheid hun diensten aan het algemene publiek ter beschikking te stellen; of
  • b. ter bescherming van de technische integriteit van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten.
Artikel 23.7. Beslechting van telecommunicatiegeschillen
1.

Elke Partij ziet erop toe dat de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie, in geval van een geschil tussen aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten in verband met rechten en verplichtingen die voortvloeien uit dit hoofdstuk, en op verzoek van een van de partijen bij het geschil, binnen een redelijke termijn een bindend besluit neemt om het geschil te beslechten.

2.

Elke Partij ziet erop toe dat het besluit van de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie openbaar wordt gemaakt, met inachtneming van de vereisten inzake vertrouwelijke bedrijfsgegevens uit hoofde van haar wet- en regelgeving. De regelgevende autoriteit voor telecommunicatie verstrekt de partijen bij het geschil een volledige motivering van het besluit. De partijen bij het geschil hebben het recht om overeenkomstig artikel 23.3, lid 7, tegen dat besluit in hoger beroep te gaan.

3.

Elke Partij ziet erop toe dat de in de leden 1 en 2 bedoelde procedure geen van de partijen bij het geschil belet hoger beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Partij.

Artikel 23.8. Mededingingswaarborgen ten aanzien van grote aanbieders

Elke Partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten die, alleen of tezamen, grote aanbieders zijn, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of die voortzetten, met inbegrip van:

  • a. het op mededingingsverstorende wijze toepassen van kruissubsidiëring;
  • b. het op mededingingsverstorende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en
  • c. het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die die dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
Artikel 23.9. Interconnectie met grote aanbieders
1.

Elke Partij ziet erop toe dat grote aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten interconnectie aanbieden op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Grote aanbieders verstrekken die interconnectie:

  • a. onder niet-discriminatoire voorwaarden, onder meer wat betreft tarieven, technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;
  • b. binnen een redelijke termijn en volgens de voorwaarden, onder meer wat betreft tarieven, technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud, die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de aanbieder niet hoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; en
  • c. op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
2.

Elke Partij maakt de toepasselijke procedures voor interconnectie met een grote aanbieder openbaar.

3.

Elke Partij ziet erop toe dat grote aanbieders hun interconnectieovereenkomsten of referentieoffertes voor interconnectie waar passend openbaar maken.

Artikel 23.10. Toegang tot de essentiële faciliteiten van grote aanbieders

Elke Partij verleent haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie de bevoegdheid te vereisen dat grote aanbieders op haar grondgebied hun essentiële faciliteiten tegen redelijke en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking stellen van aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten met het oog op het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten, tenzij dat niet noodzakelijk is om daadwerkelijke mededinging tot stand te brengen op basis van de verzamelde feiten en de beoordeling van de markt door de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie. De essentiële faciliteiten van een grote aanbieder kunnen netwerkelementen, huurlijnen en bijbehorende faciliteiten omvatten.

Artikel 23.11. Schaarse middelen
1.

Elke Partij ziet erop toe dat de toewijzing en verlening van gebruiksrechten voor schaarse middelen, met inbegrip van radiospectrum, nummers en doorgangsrechten, geschiedt op een open, objectieve, tijdige, transparante, niet-discriminerende en evenredige wijze en met inachtneming van doelstellingen van algemeen belang. De procedures en de aan gebruiksrechten verbonden voorwaarden en verplichtingen zijn gebaseerd op objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige criteria.

2.

Elke Partij maakt het huidige gebruik van toegewezen frequentiebanden openbaar, maar een gedetailleerde vermelding van radiospectra die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

3.

De maatregelen van een partij voor de toewijzing en toekenning van spectra en voor het beheer van de frequenties, zijn geen maatregelen die als zodanig in strijd zijn met de artikelen 17.8 en 18.7. Dienovereenkomstig behoudt elke Partij het recht maatregelen te treffen voor het vaststellen en toepassen van spectra en frequenties die tot gevolg kunnen hebben dat het aantal aanbieders van elektronische-communicatiediensten wordt beperkt, op voorwaarde dat dat geschiedt op een manier die in overeenstemming is met dit deel van deze overeenkomst. Dat recht omvat de mogelijkheid om frequentiebanden toe te wijzen rekening houdend met bestaande en toekomstige behoeften en spectrumbeschikbaarheid.

Artikel 23.12. Nummerportabiliteit

Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied tijdig en onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.

Artikel 23.13. Universele diensten
1.

Elke Partij heeft het recht vast te stellen welk soort universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven en te beslissen over het toepassingsgebied en de uitvoering ervan.

2.

Universeledienstverplichtingen worden als zodanig niet mededingingsverstorend geacht, mits zij op een evenredige, transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. Dergelijke verplichtingen worden neutraal uitgevoerd met betrekking tot de mededinging en zijn niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de Partij wordt vastgesteld.

3.

Elke Partij ziet erop toe dat de procedures voor de aanwijzing van universeledienstverleners openstaan voor alle aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten en wijst universeledienstverleners aan door middel van een efficiënt, transparant en niet-discriminerend mechanisme.

4.

Indien een Partij besluit de leveranciers van de universele dienst te financieren, ziet zij erop toe dat die financiering niet hoger is dan de nettokosten die door de universeledienstverplichting worden veroorzaakt.

Artikel 23.14. Vertrouwelijkheid van informatie
1.

Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten die bij onderhandelingen over regelingen op grond van de artikelen 23.5, 23.6, 23.9 en 23.10 vertrouwelijke informatie van een andere aanbieder van telecommunicatienetwerken of -diensten ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die is verstrekt en de vertrouwelijkheid van die informatie te allen tijde eerbiedigen.

2.

Elke Partij waarborgt de vertrouwelijkheid van de telecommunicatie en daarmee verband houdende verkeersgegevens die bij het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten worden doorgegeven, op voorwaarde dat de maatregelen die zij daartoe treft niet zodanig worden uitgevoerd dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de handel in diensten vormen.

Artikel 23.15. Buitenlands aandeelhouderschap

Met betrekking tot het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten, anders dan publieke radio-omroepdiensten, door commerciële aanwezigheid, legt een Partij geen vereisten voor joint ventures op, noch beperkt zij de deelneming van buitenlands kapitaal in de vorm van maximumpercentages voor buitenlands aandeelhouderschap of in de vorm van de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)