Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
De exporteur stelt een attest van oorsprong op in een van de in bijlage 10-C opgenomen taalversies, op een factuur of ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende duidelijk is omschreven om het te kunnen identificeren in de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem. De invoerende Partij verlangt van de importeur geen vertaling van het attest van oorsprong.
Een attest van oorsprong is één jaar geldig vanaf de datum waarop het is opgesteld.
Een attest van oorsprong kan worden opgesteld voor:
- a. één enkele zending van een of meer in een Partij ingevoerde producten; of
- b. meerdere zendingen van identieke producten die worden ingevoerd in een Partij binnen de in het attest van oorsprong aangegeven periode van maximaal twaalf maanden.
De invoerende Partij staat, op verzoek van de importeur en met inachtneming van de eventuele voorschriften van de invoerende Partij, één attest van oorsprong toe voor niet-gemonteerde of gedemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) van het geharmoniseerd systeem, ingedeeld onder de afdelingen XV tot en met XXI van het geharmoniseerd systeem, indien die producten in deelzendingen worden ingevoerd.
Artikel 10.18. Geringe afwijkingen en geringe vergissingen
De douaneautoriteit van de invoerende Partij mag een verzoek om preferentiële tariefbehandeling niet afwijzen wegens geringe afwijkingen tussen het attest van oorsprong en de documenten die bij het douanekantoor worden ingediend, noch wegens geringe vergissingen in het attest van oorsprong.
Artikel 10.19. Aan importeur bekende informatie
De invoerende Partij kan, in haar wet- en regelgeving, voorwaarden vaststellen om te bepalen welke importeurs een verzoek om preferentiële tariefbehandeling mogen baseren op de aan de importeur bekende informatie.
Niettegenstaande lid 1 is de aan de importeur bekende informatie dat een product van oorsprong is, gebaseerd op informatie waaruit blijkt dat het product daadwerkelijk als van oorsprong zijnd kan worden beschouwd en voldoet aan de vereisten van dit hoofdstuk voor het verkrijgen van de oorsprongsstatus.
Artikel 10.20. Vereisten inzake het bijhouden van administratie
Een importeur die verzoekt om preferentiële tariefbehandeling voor een in een Partij ingevoerd product:
- a. bewaart het door de exporteur opgestelde attest van oorsprong gedurende ten minste drie jaar na de datum van het verzoek om preferentiële behandeling van het product, indien dat verzoek gebaseerd is op een attest van oorsprong; en
- b. bewaart de informatie waaruit blijkt dat het product voldoet aan de voorwaarden van dit hoofdstuk voor het verkrijgen van de oorsprongsstatus gedurende ten minste drie jaar na de datum van het verzoek om preferentiële behandeling, indien dat verzoek gebaseerd is op de bij de importeur bekende informatie.
Een exporteur die een attest van oorsprong heeft opgesteld, bewaart gedurende ten minste vier jaar na het opstellen van dat attest, kopieën van het attest van oorsprong en alle andere gegevens waaruit blijkt dat het product voldoet aan de vereisten van dit hoofdstuk voor het verkrijgen van de oorsprongsstatus.
De overeenkomstig dit artikel te bewaren gegevens mogen in elektronische vorm worden opgeslagen, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de invoerende of uitvoerende Partij, naargelang van toepassing.
Artikel 10.21. Vrijstellingen van de vereisten met betrekking tot attesten van oorsprong
Producten die in colli door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong vereist is, op voorwaarde dat die producten niet als handelsgoederen worden ingevoerd en bij hun aangifte verklaard is dat zij aan de vereisten van dit hoofdstuk voldoen en er over de juistheid van die verklaring geen twijfel bestaat.
Invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de ontvangers, de reizigers of de leden van hun gezin wordt niet als invoer van handelsgoederen aangemerkt indien noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële doeleinden wijst, op voorwaarde dat de ingevoerde producten geen deel uitmaken van invoer waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die afzonderlijk is verricht om te ontkomen aan het vereiste inzake een attest van oorsprong.
De totale waarde van de in lid 1 bedoelde producten mag niet meer bedragen dan 500 EUR of het gelijkwaardige bedrag daarvan in de valuta van de Partij in geval van colli, of 1 200 EUR of het gelijkwaardige bedrag daarvan in de valuta van de Partij in geval van producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 10.22. Verificatie
De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan op basis van risicobeoordelingsmethoden, die een willekeurige steekproef kunnen omvatten, de oorsprongsstatus van een product verifiëren of verifiëren of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan. Voor die verificatie kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij een verzoek om informatie richten aan de importeur die het verzoek om preferentiële behandeling heeft ingediend op grond van artikel 10.16.
De douaneautoriteit van de invoerende Partij die een verzoek stuurt op grond van lid 1 mag niet meer dan de volgende informatie met betrekking tot de oorsprong van een product vragen:
- a. het attest van oorsprong, indien het verzoek om preferentiële behandeling op een attest van oorsprong werd gebaseerd; en
- b. informatie over het voldoen aan de oorsprongscriteria, te weten:
- i. als het oorsprongscriterium „volledig verkregen” is, de toepasselijke categorie (zoals oogst, ontginning, bevissing) en plaats van productie;
- ii. als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een wijziging in tariefindeling, een lijst van alle niet van oorsprong zijnde materialen, met inbegrip van het tariefindelingsnummer ervan (in 2, 4 of 6 cijfers, afhankelijk van het oorsprongscriterium);
- iii. als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een waardemethode, de waarde van het eindproduct evenals de waarde van alle bij de productie gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen;
- iv. als het oorsprongscriterium is gebaseerd op gewicht, het gewicht van het eindproduct alsook het gewicht van de desbetreffende in het eindproduct gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen; en
- v. als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een specifiek productieprocedé, een beschrijving van dat specifieke procedé.
Wanneer de importeur de gevraagde informatie verstrekt, kan hij daaraan alle andere informatie toevoegen die hij met het oog op de verificatie nuttig acht.
Als het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op een overeenkomstig artikel 10.16, lid 2, punt a), door de exporteur opgesteld attest van oorsprong, verstrekt de importeur dat attest van oorsprong, maar kan hij de douaneautoriteit van de invoerende Partij antwoorden dat hij de in lid 2, punt b), van dat artikel bedoelde informatie niet kan verstrekken.
Als het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op de aan de importeur bekende informatie zoals bedoeld in artikel 10.16, lid 2, punt b), kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij die de verificatie verricht, na eerst op grond van lid 1 van dit artikel om informatie te hebben verzocht, de importeur verzoeken aanvullende informatie te verstrekken, wanneer zij van oordeel is dat aanvullende informatie nodig is om de oorsprongsstatus van het product te verifiëren of om na te gaan of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan. De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan indien van toepassing de importeur om specifieke documentatie en informatie verzoeken.
Als de douaneautoriteit van de invoerende Partij besluit de preferentiële tariefbehandeling voor de betrokken producten te schorsen zolang de uitslag van de verificatie niet bekend is, kan zij de importeur de mogelijkheid bieden om de producten vrij te geven. Als voorwaarde voor die vrijgave kan de invoerende Partij een waarborg of andere passende conservatoire maatregelen verlangen. Elke schorsing van de preferentiële tariefbehandeling wordt zo spoedig mogelijk beëindigd nadat de douaneautoriteit van de invoerende Partij heeft vastgesteld dat de betrokken producten van oorsprong zijn of dat aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan.
Artikel 10.23. Administratieve samenwerking
Met het oog op de goede toepassing van dit hoofdstuk werken de Partijen via hun respectieve douaneautoriteit samen bij het controleren of een product van oorsprong is en of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan.
Als het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op een attest van oorsprong overeenkomstig artikel 10.16, lid 2, punt a), kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij die de verificatie verricht, na de importeur eerst op grond van artikel 10.22, lid 1, om informatie te hebben verzocht, een verzoek om informatie richten aan de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij binnen een periode van twee jaar na de datum van het verzoek om preferentiële behandeling, indien de douaneautoriteit van de invoerende Partij van oordeel is dat aanvullende informatie nodig is om de oorsprongsstatus van het product te controleren of om na te gaan of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan. De douaneautoriteit van de uitvoerende Partij kan indien van toepassing de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij om specifieke documentatie en informatie verzoeken.
De douaneautoriteit van de invoerende Partij vermeldt de volgende informatie in het in lid 2 bedoelde verzoek:
- a. het attest van oorsprong of een kopie daarvan;
- b. de identiteit van de douaneautoriteit waarvan het verzoek afkomstig is;
- c. de naam van de te controleren exporteur;
- d. het onderwerp en de reikwijdte van de controle; en
- e. indien van toepassing, andere relevante documenten.
De douaneautoriteit van de uitvoerende Partij kan, in overeenstemming met haar toepasselijke wet- en regelgeving, haar verificatie verrichten door de exporteur om documenten te verzoeken en door bewijsmateriaal op te vragen, of door een bezoek te brengen aan de bedrijfsruimten van de exporteur met het oog op de controle van gegevens en inspectie van de bij de productie van het product gebruikte infrastructuur.
Naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek verstrekt de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij de douaneautoriteit van de invoerende Partij de volgende informatie:
- a. de gevraagde documentatie, indien beschikbaar;
- b. een advies inzake de oorsprongsstatus van het product;
- c. de omschrijving van het gecontroleerde product en de voor de toepassing van de oorsprongsregels geldende tariefindeling;
- d. een beschrijving van en een toelichting bij het productieprocedé ter staving van de oorsprongsstatus van het product;
- e. informatie over de manier waarop de verificatie van de oorsprongsstatus van het product op grond van lid 4 is verricht; en
- f. indien van toepassing, bewijsstukken.
De douaneautoriteit van de uitvoerende Partij verstrekt de douaneautoriteit van de invoerende Partij de in lid 5, punt a) of punt f), bedoelde informatie niet zonder toestemming van de exporteur.
Alle gevraagde informatie, met inbegrip van eventuele ondersteunende documenten en alle andere verwante informatie over de verificatie, moet bij voorkeur elektronisch worden uitgewisseld tussen de douaneautoriteiten van de Partijen.
De Partijen verstrekken elkaar, via de in overeenstemming met dit deel van deze overeenkomst aangewezen coördinatoren, de contactgegevens van hun respectieve douaneautoriteiten en elke wijziging daarvan binnen 30 dagen na de wijziging.
Artikel 10.24. Wederzijdse bijstand bij fraudebestrijding
Bij een vermoede inbreuk op dit hoofdstuk verlenen de Partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in overeenstemming met het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst.
Artikel 10.25. Weigering van verzoeken om preferentiële tariefbehandeling
Onverminderd de vereisten van de leden 3 tot en met 5 kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij weigeren een preferentiële tariefbehandeling toe te kennen indien:
- a. binnen een termijn van drie maanden na het verzoek om informatie op grond van artikel 10.22, lid 1:
- i. de importeur geen antwoord heeft verstrekt;
- ii. in gevallen waarin het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op een attest van oorsprong overeenkomstig artikel 10.16, lid 2, punt a), het attest van oorsprong niet werd verstrekt; of
- iii. in gevallen waarin het verzoek om preferentiële tariefbehandeling op de aan de importeur bekende informatie als bedoeld in artikel 10.16, lid 2, punt b), is gebaseerd, de door de importeur verstrekte informatie niet volstaat om de oorsprongsstatus van het product te bevestigen;
- b. binnen een termijn van drie maanden na het verzoek om aanvullende informatie op grond van artikel 10.22, lid 5:
- i. de importeur geen antwoord heeft verstrekt; of
- ii. de door de importeur verstrekte informatie niet volstaat om te bevestigen dat het product van oorsprong is;
- c. binnen een termijn van tien maanden na het verzoek om informatie op grond van artikel 10.23, lid 2:
- i. de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij geen antwoord heeft verstrekt; of
- ii. de door de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij verstrekte informatie ontoereikend is om de oorsprongsstatus van het product te kunnen bevestigen.
De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan een verzoek om preferentiële tariefbehandeling weigeren indien de importeur die om preferentiële tariefbehandeling verzoekt niet aan andere vereisten van dit hoofdstuk dan die welke betrekking hebben op de oorsprongsstatus van de producten voldoet.
Als de douaneautoriteit van de invoerende Partij over voldoende gronden beschikt om een verzoek om preferentiële tariefbehandeling te weigeren uit hoofde van lid 1 van dit artikel, stelt zij, in gevallen waarin de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij op grond van artikel 10.23, lid 5, punt b), een advies heeft uitgebracht waarin de oorsprongsstatus van de producten wordt bevestigd, binnen twee maanden na ontvangst van die opinie de douaneautoriteit van de uitvoerende Partij in kennis van haar voornemen om het verzoek om preferentiële tariefbehandeling te weigeren.
Indien de in lid 3 bedoelde kennisgeving is gedaan, vindt binnen drie maanden na de datum van die kennisgeving op verzoek van een van de Partijen overleg plaats. De termijn voor overleg kan in onderlinge overeenstemming tussen de douaneautoriteiten van de Partijen per geval worden verlengd. Het overleg kan plaatsvinden volgens de procedure die is vastgesteld door het in artikel 10.31 bedoelde subcomité.
Na het verstrijken van de termijn voor overleg weigert de douaneautoriteit van de invoerende Partij het verzoek om preferentiële tariefbehandeling slechts indien zij de oorsprongsstatus van het product niet kan bevestigen en nadat zij de importeur in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
Artikel 10.26. Vertrouwelijkheid
Elke Partij respecteert in overeenstemming met haar wet- en regelgeving de vertrouwelijke aard van alle haar door de andere Partij op grond van dit hoofdstuk verstrekte informatie en beschermt die informatie tegen openbaarmaking.
De door de autoriteiten van de invoerende Partij verkregen informatie mag alleen met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk door die autoriteiten worden gebruikt.
Elke Partij ziet erop toe dat de vertrouwelijke informatie die op grond van dit hoofdstuk wordt verzameld, niet wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het beheer en de handhaving van besluiten en bepalingen met betrekking tot de oorsprong van producten en douanezaken, tenzij de persoon of de Partij die de vertrouwelijke informatie heeft verstrekt, daarvoor toestemming heeft gegeven.
Niettegenstaande lid 3 kan een Partij toestaan dat op grond van dit hoofdstuk verzamelde informatie wordt gebruikt in administratieve, rechterlijke of buitengerechtelijke procedures die zijn ingeleid wegens niet-naleving van douanegerelateerde wet- en regelgeving waarmee aan dit hoofdstuk uitvoering wordt gegeven. Een Partij stelt de persoon of Partij die de betrokken informatie heeft verstrekt, vooraf van die gebruikmaking in kennis.
Artikel 10.27. Restituties en verzoeken om preferentiële tariefbehandeling na invoer
Elke Partij bepaalt dat een importeur na invoer kan verzoeken om preferentiële tariefbehandeling en om restitutie van het teveel betaalde recht voor een product indien:
- a. de importeur op het tijdstip van invoer geen verzoek om preferentiële tariefbehandeling heeft ingediend;
- b. het verzoek uiterlijk twee jaar na de datum van invoer wordt ingediend; en
- c. het betrokken product op het tijdstip van invoer in het kader op het grondgebied van de Partij in aanmerking kwam voor preferentiële tariefbehandeling.
Als voorwaarde voor een preferentiële tariefbehandeling op basis van een verzoek op grond van lid 1, kan de invoerende Partij verlangen dat de importeur:
- a. een verzoek om preferentiële tariefbehandeling indient overeenkomstig de wet- en regelgeving van de invoerende Partij;
- b. waar passend het attest van oorsprong verstrekt; en
- c. aan alle andere toepasselijke vereisten van dit hoofdstuk op dezelfde wijze heeft voldaan alsof de importeur ten tijde van de invoer om preferentiële tariefbehandeling had verzocht.
Artikel 10.28. Administratieve maatregelen en sancties
Elke Partij legt in overeenstemming met haar respectieve wet- en regelgeving administratieve maatregelen op aan elke persoon die een document opstelt of laat opstellen dat onjuiste informatie bevat die is verstrekt om een preferentiële tariefbehandeling voor een product te verkrijgen of die niet voldoet aan de vereisten van:
- a. artikel 10.20;
- b. artikel 10.23, lid 4, door geen bewijs aan te leveren of een bezoek te weigeren; of
- c. artikel 10.17, lid 2, door een verzoek om preferentiële tariefbehandeling in de douaneaangifte niet te corrigeren en de verschuldigde douanerechten te betalen, indien het aanvankelijke verzoek om preferentiële behandeling was gebaseerd op onjuiste informatie.
De Partij houdt rekening met artikel 6, lid 3.6, van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst in gevallen waarin een importeur vrijwillig een correctie van een verzoek om preferentiële behandeling bekendmaakt vóórdat hij een verzoek om verificatie ontvangt, overeenkomstig de wet- en regelgeving van die Partij.
AFDELING C. SLOTBEPALINGEN
Artikel 10.29. Ceuta en Melilla
Voor de toepassing van dit hoofdstuk vallen voor de EU-Partij Ceuta en Melilla niet onder de term „Partij”.
Producten van oorsprong uit Chili die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, krijgen in elk opzicht krachtens dit deel van deze overeenkomst dezelfde douanebehandeling als die welke uit hoofde van Protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Unie aan producten van oorsprong uit het douanegebied van de Europese Unie wordt verleend. Chili past op de invoer van onder dit deel van deze overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde douanebehandeling toe als op de invoer van producten van oorsprong uit de EU-Partij.
De oorsprongsregels en oorsprongsprocedures uit hoofde van dit hoofdstuk zijn mutatis mutandis van toepassing op producten die vanuit Chili naar Ceuta en Melilla worden uitgevoerd en op producten die vanuit Ceuta en Melilla naar Chili worden uitgevoerd.
Ceuta en Melilla worden als één grondgebied beschouwd.
Artikel 10.3 is van toepassing op de invoer en de uitvoer van producten tussen de EU-Partij, Chili en Ceuta en Melilla.
De exporteur vermeldt in veld 3 van de tekst van het attest van oorsprong in bijlage 10-C, „Chili” of „Ceuta en Melilla”, afhankelijk van de oorsprong van het goed.
De douaneautoriteit van het Koninkrijk Spanje is verantwoordelijk voor de toepassing van dit artikel in Ceuta en Melilla.
Artikel 10.30. Wijzigingen
De Gezamenlijke Raad kan besluiten vaststellen tot wijziging van dit hoofdstuk en de bijlagen 10-A tot en met 10-E op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a).
Artikel 10.31. Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels
Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels (het „subcomité”) bestaat uit vertegenwoordigers van de Partijen met verantwoordelijkheid voor douane.
Het subcomité is verantwoordelijk voor de effectieve uitvoering en toepassing van dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk heeft het subcomité de volgende taken:
- a. aan het Gemengd Comité zo nodig passende aanbevelingen doen over:
- i. de toepassing en werking van dit hoofdstuk; en
- ii. eventuele door een Partij voorgestelde wijzigingen van dit hoofdstuk en van bijlagen 10-A tot en met 10-E;
- b. het doen van suggesties aan het Gemengd Comité over de vaststelling van toelichtingen om de toepassing van dit hoofdstuk te vergemakkelijken; en
- c. het behandelen van alle andere aangelegenheden met betrekking tot dit hoofdstuk waarover de Partijen het eens zijn.
Artikel 10.32. Producten in doorvoer of in opslag
De Partijen kunnen dit deel van deze overeenkomst toepassen op producten die voldoen aan dit hoofdstuk en die zich op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in doorvoer of onder de regeling voorlopige opslag, in douane-entrepots of in vrije zones in de EU-Partij of in Chili bevinden, mits een attest van oorsprong is ingediend bij de douaneautoriteiten van de invoerende Partij.
Artikel 10.33. Toelichtingen
Bijlage 10-E (Toelichting) bevat een toelichting op de uitlegging, de toepassing en het beheer van dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 11. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING
Artikel 11.1. Doelstellingen
De Partijen erkennen het belang van douane en handelsbevordering bij de ontwikkeling van het mondiale handelsstelsel.
De Partijen erkennen dat internationale instrumenten en normen op het gebied van handel en douane de basis vormen voor invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures.
De Partijen komen overeen dat douanewet- en regelgeving niet-discriminerend moet zijn en dat de douaneprocedures moeten zijn gebaseerd op het gebruik van moderne methoden en doeltreffende controles om fraude te bestrijden, de gezondheid en veiligheid van consumenten te beschermen en legitieme handel te bevorderen. Elke Partij moet haar douanewet- en regelgeving en -procedures periodiek evalueren. De Partijen erkennen tevens dat hun douaneprocedures niet meer administratieve lasten of handelsbeperkingen mogen meebrengen dan nodig is om de legitieme doelstellingen te verwezenlijken en dat zij op voorspelbare, consistente en transparante wijze moeten worden toegepast.
De Partijen komen overeen nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de toepasselijke douanewetgeving, -regelgeving en -procedures, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van stimulering van het handelsverkeer en doeltreffende douanecontrole.
Artikel 11.2. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „douaneautoriteit” verstaan:
- a. voor Chili, de Servicio Nacional de Aduanas (Nationale Douanedienst), of de opvolger daarvan; en
- b. voor de EU-Partij, de voor douanezaken bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douanediensten alsook alle andere autoriteiten in de lidstaten die belast zijn met de toepassing en de handhaving van de douanewet- en -regelgeving.
Artikel 11.3. Douanesamenwerking
De respectieve douaneautoriteiten van de Partijen werken samen op douanegebied om de doelstellingen van artikel 11.1 te bereiken.
De Partijen ontwikkelen een samenwerking, onder meer door:
- a. uitwisseling van informatie betreffende de douanewet- en regelgeving, de uitvoering ervan en de douaneprocedures, in het bijzonder op de volgende gebieden:
- i. vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures;
- ii. handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten;
- iii. vergemakkelijking van doorvoer en overlading;
- iv. betrekkingen met het bedrijfsleven; en
- v. veiligheid van de toeleveringsketen en risicobeheer;
- b. samen te werken inzake de douanegerelateerde aspecten van de beveiliging en vergemakkelijking van internationale handelstoeleveringsketen overeenkomstig het in juni 2005 aangenomen SAFE Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade van de Werelddouaneorganisatie („WDO”);
- c. de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven te overwegen op het gebied van invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures, met inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken en technische bijstand, en het bedrijfsleven een doeltreffende dienstverlening aan te bieden; een dergelijke samenwerking kan uitwisselingen omvatten over douanelaboratoria, de opleiding van douanebeambten en nieuwe technologieën voor douanecontroles en -procedures;
- d. hun samenwerking binnen internationale organisaties als de WTO en de WDO op het gebied van douane te versterken;
- e. waar nodig en passend een wederzijdse erkenning van programma’s inzake geautoriseerde marktdeelnemers op te zetten, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering;
- f. uitwisselingen te houden over risicobeheertechnieken, risiconormen en veiligheidscontroles om, voor zover praktisch mogelijk, minimumnormen voor risicobeheertechnieken en daarmee samenhangende vereisten en programma’s vast te stellen;
- g. te streven naar harmonisering van hun gegevensvereisten met betrekking tot invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures, door gemeenschappelijke normen en gegevenselementen toe te passen overeenkomstig het Data Model van de WDO;
- h. hun respectieve ervaringen bij de ontwikkeling en uitrol van hun éénloketsystemen te delen en, waar passend, gemeenschappelijke reeksen van gegevenselementen te ontwikkelen voor die systemen;
- i. een dialoog tussen elkaars beleidsdeskundigen te onderhouden om het nut, de efficiëntie en de toepasbaarheid van voorafgaande besluiten voor douaneautoriteiten en handelaren te bevorderen; en
- j. waar relevant en passend, door middel van gestructureerde en terugkerende communicatie tussen hun douaneautoriteiten, bepaalde categorieën douanegerelateerde informatie uit te wisselen voor specifieke doeleinden, met name met het oog op het verbeteren van het risicobeheer en de doeltreffendheid van douanecontroles, het aanpakken van risicogoederen wat betreft belastinginning of veiligheid en zekerheid, en het vergemakkelijken van de legitieme handel; een dergelijke uitwisseling laat de uitwisseling van informatie die tussen de Partijen kan plaatsvinden op grond van het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst onverlet.
Op elke uitwisseling van informatie tussen de Partijen uit hoofde van dit hoofdstuk zijn de voorschriften voor de geheimhouding van informatie en de bescherming van persoonsgegevens zoals vervat in artikel 12 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst alsook alle vereisten inzake vertrouwelijkheid en privacy in de wet- en regelgeving van de Partijen, overeenkomstig van toepassing.
Artikel 11.4. Wederzijdse administratieve bijstand
De Partijen verlenen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden overeenkomstig het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst.
Artikel 11.5. Douanewet, -regelgeving en -procedures
Elke Partij ziet erop toe dat haar douanewet, -regelgeving en -procedures:
- a. gebaseerd zijn op internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, zoals het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, gedaan te Brussel op 14 juni 1983, alsook het SAFE Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade van de WDO en het Data Model van de WDO en, indien van toepassing, de inhoudelijke elementen van de Herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, gedaan te Kyoto op 18 mei 1973 en aangenomen door de Raad van de Werelddouaneorganisatie in juni 1999;
- b. gebaseerd zijn op de bescherming en bevordering van de legitieme handel door de doeltreffende handhaving en naleving van de wettelijke voorschriften; en
- c. evenredig en niet-discriminerend zijn, teneinde geen onnodige last aan marktdeelnemers op te leggen, te voorzien in verdere facilitatie voor marktdeelnemers met een hoog nalevingsniveau, met inbegrip van een gunstige behandeling met betrekking tot douanecontroles voorafgaand aan de vrijgave van goederen, en garanties te bieden tegen fraude en onrechtmatige of schadelijke activiteiten.
Teneinde de werkmethoden te verbeteren en te zorgen voor een niet-discriminatoire, transparante, efficiënte en integere werkwijze op het gebied van douane waarvoor verantwoording wordt afgelegd, neemt elke Partij de volgende maatregelen:
- a. indien mogelijk de vereisten en formaliteiten vereenvoudigen en evalueren met het oog op een snelle vrijgave en douaneafhandeling van goederen;
- b. streven naar verdere vereenvoudiging en standaardisering van de door de douane en andere instanties vereiste gegevens en documentatie opdat marktdeelnemers, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, tijd en kosten kunnen besparen; en
- c. ervoor zorgen dat de hoogste integriteitsnormen in stand worden gehouden, door maatregelen die in overeenstemming zijn met de in internationale overeenkomsten en instrumenten ter zake neergelegde beginselen.
Artikel 11.6. Vrijgave van goederen
Elke Partij draagt er zorg voor dat haar douaneautoriteiten, grensdiensten of andere bevoegde instanties:
- a. voorzien in de onmiddellijke vrijgave van goederen binnen een tijdvak dat niet langer is dan vereist om te waarborgen dat aan haar douane- en andere handelsgerelateerde wet- en regelgeving en formaliteiten wordt voldaan;
- b. het mogelijk maken dat de documentatie en alle andere vereiste informatie vóór de aankomst van de goederen elektronisch worden ingediend en elektronisch worden verwerkt;
- c. het mogelijk maken dat goederen vóór de uiteindelijke vaststelling van douanerechten, belastingen, retributies en heffingen worden vrijgegeven, mits, indien vereist op grond van haar wet- en regelgeving, zekerheid wordt gesteld voor de eindbetaling daarvan; en
- d. bij het vaststellen van het tijdschema voor en het uitvoeren van eventueel vereiste onderzoeken passende prioriteit toekennen aan aan bederf onderhevige goederen.
Artikel 11.7. Vereenvoudigde douaneprocedures
Elke Partij stelt maatregelen vast dan wel handhaaft maatregelen op grond waarvan marktdeelnemers die voldoen aan de in haar wet- en regelgeving vermelde criteria, voor verdere vereenvoudiging van douaneprocedures in aanmerking kunnen komen. Dergelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld douaneaangiften die een beperkte reeks gegevens of bewijsstukken bevatten, of periodieke douaneaangiften voor de bepaling en betaling van douanerechten en belastingen met betrekking tot meerdere invoerhandelingen binnen een bepaald tijdvak, na de vrijgave van die ingevoerde goederen, of andere procedures die voorzien in een versnelde vrijgave van bepaalde zendingen.
Artikel 11.8. Geautoriseerde marktdeelnemers
Elke Partij stelt een partnerschapsprogramma voor handelsbevordering in dan wel handhaaft een dergelijk partnerschapsprogramma voor marktdeelnemers die voldoen aan specifieke criteria („geautoriseerde marktdeelnemers”).
De nader bepaalde criteria om als erkende marktdeelnemer te worden aangemerkt, houden verband met de naleving, of het risico van niet-naleving, van de in de wet- en regelgeving en procedures van elke Partij gespecificeerde voorschriften. De specifieke criteria moeten worden bekendgemaakt en kunnen onder meer het volgende omvatten:
- a. geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager;
- b. de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft dankzij een handels- en, waar passend, vervoersadministratie die passende douanecontroles mogelijk maakt;
- c. financiële solvabiliteit die geacht wordt aangetoond te zijn als de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie;
- d. aangetoonde bekwaamheid of beroepskwalificaties die rechtstreeks samenhangen met de verrichte activiteit; en
- e. passende veiligheidsnormen.
De in lid 2 bedoelde specifieke criteria worden niet zodanig ontworpen of toegepast dat ze in gelijke omstandigheden willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen marktdeelnemers in de hand werken of meebrengen, en maken het voor kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk om deel te nemen.
Het in lid 1 bedoelde partnerschapsprogramma voor handelsbevordering omvat de volgende voordelen:
- a. lage eisen aan documenten en gegevens, naargelang van het geval;
- b. lager percentage fysieke controles of versnelde onderzoeken, naargelang van het geval;
- c. vereenvoudigde procedures voor vrijgave en korte vrijgavetermijn, naargelang van het geval;
- d. gebruikmaking van garanties, waaronder, in voorkomend geval, doorlopende garanties of garanties met korte looptijd; en
- e. controle van de goederen in de bedrijfsruimten van de geautoriseerde marktdeelnemer of op een andere door de douaneautoriteiten goedgekeurde plaats.
Het in lid 1 bedoelde partnerschapsprogramma voor handelsbevordering kan ook aanvullende voordelen omvatten, zoals:
- a. uitgestelde betaling van rechten, belastingen, retributies en heffingen;
- b. één enkele douaneaangifte voor alle in- en uitvoer in een bepaalde periode; of
- c. beschikbaarheid van één specifiek contactpunt om bijstand te verlenen in douaneaangelegenheden.
Artikel 11.9. Vereisten ten aanzien van gegevens en documentatie
Elke Partij zorgt ervoor dat vereisten ten aanzien van invoer-, uitvoer- en doorvoerformaliteiten, -gegevens en -documentatie:
- a. worden vastgesteld en toegepast met het oog op een snelle vrijgave van goederen, mits aan de voorwaarden voor de vrijgave is voldaan;
- b. zodanig worden vastgesteld en toegepast dat de voor het naleven van de voorschriften benodigde tijd en de daarmee verbonden kosten voor handelaren en marktdeelnemers worden verminderd;
- c. het minst handelsbeperkende alternatief zijn, indien er redelijkerwijs twee of meer alternatieven beschikbaar zijn om de betrokken beleidsdoelstelling(en) te verwezenlijken; en
- d. niet worden gehandhaafd wanneer zij niet langer nodig zijn, ook wat onderdelen daarvan betreft.
Elke Partij past voor de vrijgave van goederen op haar douanegrondgebied gemeenschappelijke douaneprocedures toe en gebruikt daartoe uniforme douanedocumentatie.
Artikel 11.10. Gebruik van informatietechnologieën en elektronische betalingen
Elke Partij maakt gebruik van informatietechnologie die procedures voor de vrijgave van goederen bespoedigt, met het oog op het bevorderen van de handel tussen de Partijen.
Elke Partij:
- a. stelt elektronisch een douaneaangifte ter beschikking die vereist is voor de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen;
- b. staat toe dat douaneaangiften in elektronisch formaat worden ingediend;
- c. stelt een manier vast om de elektronische uitwisseling van douane-informatie met haar handelsgemeenschap mogelijk te maken;
- d. bevordert de elektronische uitwisseling van gegevens tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsook andere verwante diensten; en
- e. maakt gebruik van elektronische risicobeheersystemen voor beoordeling en gerichtheid die haar douaneautoriteiten in staat stellen hun inspecties toe te spitsen op risicogoederen en die de vrijgave en het verkeer van goederen met een laag risico vergemakkelijken.
Elke Partij stelt procedures in dan wel handhaaft procedures die elektronische betaling van door de douaneautoriteiten bij in- en uitvoer geïnde rechten, belastingen, retributies en heffingen mogelijk maken.
Artikel 11.11. Risicobeheer
Elke Partij stelt een risicobeheersysteem voor douanecontrole in dan wel handhaaft een risicobeheersysteem.
Elke Partij ontwerpt en past het risicobeheer toe op zodanige wijze dat willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de internationale handel wordt vermeden.
Elke Partij concentreert de douanecontroles en andere relevante grenscontroles op zendingen met een hoog risico en bespoedigt de vrijgave van zendingen met een laag risico. Elke Partij kan als onderdeel van zijn risicobeheer ook op willekeurige basis zendingen voor die controles selecteren.
Elke Partij baseert haar risicobeheer op een beoordeling van de risico’s aan de hand van passende selectiviteitscriteria.
Artikel 11.12. Controle na douaneafhandeling
Ter bespoediging van de vrijgave van de goederen stelt elke Partij controles na douaneafhandeling in dan wel handhaaft zij controles na douaneafhandeling, teneinde de naleving van haar douane- en overige handelsgerelateerde wet- en regelgeving te verzekeren.
Elke Partij voert de controles na douaneafhandeling op risicogebaseerde wijze uit.
Elke Partij voert de controles na douaneafhandeling op transparante wijze uit. Wanneer een controle is verricht en de controle uitsluitsel heeft gegeven, stelt de Partij de persoon wiens administratie het voorwerp van de controle is, onverwijld in kennis van de resultaten, van de redenen voor de resultaten en van de rechten en verplichtingen van die persoon.
De Partijen erkennen dat de bij controles na douaneafhandeling verkregen informatie kan worden gebruikt in verdere administratieve of gerechtelijke procedures.
Elke Partij gebruikt, voor zover praktisch uitvoerbaar, het resultaat van een controle na douaneafhandeling bij de toepassing van het risicobeheer.
Artikel 11.13. Transparantie
De Partijen erkennen het belang van tijdig overleg met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over wetgevingsvoorstellen en algemene procedures met betrekking tot douane en handel. Elke Partij voorziet met dat doel voor ogen in passend overleg tussen de diensten en het bedrijfsleven.
Elke Partij ziet erop toe dat hun respectieve douane-eisen en aan douane verwante eisen en procedures blijven voldoen aan de behoeften van het bedrijfsleven, beste praktijken volgen en zo weinig mogelijk handelsbeperkend blijven.
Elke Partij voorziet in passend regelmatig overleg tussen de grensinstanties en de handelaren of andere belanghebbenden die zich op haar grondgebied bevinden.
Elke Partij maakt onverwijld, op niet-discriminerende en toegankelijke wijze, ook online, en vóór de toepassing ervan, nieuwe wet- en regelgeving in verband met douane en handelsbevordering bekend, alsook wijzigingen en uitleggingen van die wet- en regelgeving. Die wet- en regelgeving en de wijzigingen en uitlegging daarvan, hebben onder meer betrekking op:
- a. de procedures bij invoer, uitvoer en doorvoer, met inbegrip van de procedures bij binnenkomst via havens, luchthavens en andere punten van binnenkomst, en de daarvoor vereiste formulieren en documenten;
- b. de toegepaste tarieven wat betreft rechten en belastingen van welke aard ook ter zake van of in verband met de invoer of uitvoer;
- c. de retributies en heffingen die worden opgelegd door of voor overheidsinstanties ter zake van of in verband met de invoer, uitvoer of doorvoer;
- d. de voorschriften voor de indeling of waardebepaling van producten voor douanedoeleinden;
- e. de algemeen toepasselijke wet- en regelgeving en administratieve besluiten van algemene toepassing die betrekking hebben op de oorsprongsregels;
- f. de beperkingen of verboden met betrekking tot invoer, uitvoer of doorvoer;
- g. de sanctiebepalingen ten aanzien van niet-inachtneming van de invoer-, uitvoer- of doorvoerformaliteiten;
- h. de overeenkomsten of delen daarvan met welk land of welke landen dan ook in verband met de invoer, uitvoer of doorvoer;
- i. de procedures in verband met het beheer van tariefcontingenten;
- j. de openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten;
- k. contactpunten voor verzoeken om inlichtingen; en
- l. andere relevante mededelingen van administratieve aard in verband met de punten a) tot en met k).
Elke Partij ziet erop toe dat er een redelijke tijdspanne ligt tussen de bekendmaking12)Voor de duidelijkheid: onder „bekendmaking” wordt verstaan het openbaar maken van wet- en regelgeving. en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, procedures en retributies of heffingen.
Elke Partij richt een of meer informatiepunten op of houdt die in stand om redelijke vragen van overheden, marktdeelnemers en andere belanghebbenden over douane- en andere handelsgerelateerde aangelegenheden te beantwoorden. De informatiepunten beantwoorden vragen binnen een door elke Partij vastgestelde redelijke termijn, die kan variëren naargelang van de aard of complexiteit van het verzoek. De Partijen eisen geen betaling van een retributie voor het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen of het verstrekken van de nodige formulieren en documenten.
Artikel 11.14. Voorafgaande besluiten
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „voorafgaand besluit”: een schriftelijk besluit dat voorafgaand aan de invoer van een goed waarop de aanvraag betrekking heeft aan een aanvrager wordt verstrekt en waarin wordt beschreven welke behandeling de Partij ten tijde van de invoer op het goed zal toepassen wat betreft:
- a. de tariefindeling van het goed;
- b. de oorsprong van het goed; en
- c. elke andere aangelegenheid waarover de Partijen overeenstemming kunnen bereiken.
Elke Partij brengt via haar douaneautoriteiten een voorafgaand besluit uit. Dat voorafgaand besluit wordt op passende wijze en tijdig vastgesteld ten aanzien van een aanvrager die een schriftelijk verzoek met alle nodige gegevens, ook in elektronische vorm, heeft ingediend in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Partij die het besluit vaststelt.
Het voorafgaande besluit is geldig voor een periode van ten minste drie jaar vanaf de datum waarop het van kracht wordt, tenzij het recht, de feiten of de omstandigheden die aan het oorspronkelijke voorafgaande besluit ten grondslag liggen, gewijzigd zijn.
Een Partij kan weigeren een voorafgaand besluit vast te stellen indien de aan het voorafgaande besluit ten grondslag liggende feiten en omstandigheden het voorwerp zijn van een administratieve of rechterlijke toetsing, of indien het verzoek geen betrekking heeft op het voorgenomen gebruik van het voorafgaande besluit. Wanneer een Partij weigert een voorafgaande beslissing vast te stellen, stelt zij de aanvrager daarvan onverwijld schriftelijk in kennis, met vermelding van de relevante feiten en de redenen voor haar besluit.
Elke Partij maakt ten minste het volgende bekend:
- a. de vereisten voor de aanvraag voor een voorafgaand besluit, met inbegrip van de te verstrekken informatie en het formaat;
- b. de termijn waarbinnen zij een voorafgaande beslissing zal afgeven; en
- c. de periode gedurende welke de voorafgaande beslissing geldig is.
Wanneer een Partij een voorafgaande beslissing intrekt, wijzigt of ongeldig verklaart, stelt zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis, met vermelding van de relevante feiten en de redenen voor haar besluit. Een Partij kan een voorafgaand besluit alleen met terugwerkende kracht intrekken, wijzigen of ongeldig verklaren wanneer het was gebaseerd op door de aanvrager verstrekte onvolledige, onjuiste, bedrieglijke of misleidende informatie.
Een door een Partij vastgestelde voorafgaande beslissing is voor die Partij bindend ten aanzien van de aanvrager. Het voorafgaande besluit is ook bindend voor de aanvrager.
Elke Partij verricht, op schriftelijk verzoek van de aanvrager, een toetsing van het voorafgaand besluit of de beslissing om dat voorafgaand besluit in te trekken, te wijzigen of ongeldig te verklaren.
Elke Partij maakt de inhoudelijke elementen van haar voorafgaande besluiten openbaar, waaronder online, met inachtneming van eventuele vertrouwelijkheidsvereisten in haar wet- en regelgeving.
Artikel 11.15. Doorvoer en overlading
Elke Partij vergemakkelijkt en controleert op doeltreffende wijze de doorvoer over en overlading op haar grondgebied.
Elke Partij bevordert regionale doorvoerregelingen en legt die ten uitvoer teneinde het handelsverkeer te vergemakkelijken.
Elke Partij zit erop toe dat haar betrokken autoriteiten en relevante diensten samenwerken en hun optreden op elkaar afstemmen om de doorvoer te vergemakkelijken.
Elke Partij staat toe dat voor invoer bestemde goederen binnen haar grondgebied worden vervoerd onder douanetoezicht van een douanekantoor van binnenkomst naar een ander douanekantoor op haar grondgebied vanwaar de goederen zouden worden vrijgegeven of ingeklaard, voor zover aan alle wettelijke voorschriften is voldaan.
Artikel 11.16. Douane-expediteurs
Een Partij mag het verplichte gebruik van douane-expediteurs niet invoeren als vereiste voor marktdeelnemers om aan hun verplichtingen op het gebied van de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen te voldoen.
Elke Partij maakt haar maatregelen inzake de gebruikmaking van douane-expediteurs bekend.
De Partijen passen transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften toe voor de verlening van vergunningen aan douane-expediteurs.
Artikel 11.17. Inspectie vóór verzending
De Partijen eisen noch uitvoering van inspecties vóór verzending zoals gedefinieerd in de Overeenkomst inzake inspectie vóór verzending in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst, noch uitvoering van enige andere inspectieactiviteit door particuliere ondernemingen op de plaats van bestemming vóór douaneafhandeling.
Artikel 11.18. Beroepsprocedures
Elke Partij voorziet in doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratieve acties, uitspraken en besluiten van de douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties betreffende de in-, uit- of doorvoer van goederen garanderen.
Bij beroepsprocedures kan het gaan om administratieve toetsing door de toezichthoudende instantie en om een toetsing door de rechter van besluiten die op administratief niveau zijn genomen overeenkomstig de wet- en regelgeving van de Partijen.
Eenieder die bij de douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties om een besluit heeft verzocht, doch binnen de relevante termijn geen besluit over dat verzoek heeft verkregen, heeft eveneens het recht beroep in te stellen.
Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties personen aan wie een administratief besluit wordt gegeven, in kennis stellen van de redenen voor dat besluit, zodat die persoon indien nodig gemakkelijker gebruik kan maken van de beroepsprocedures.
Artikel 11.19. Sancties
Elke Partij zorgt ervoor dat haar wet- en regelgeving op douanegebied bepaalt dat sancties wegens schendingen van haar wet- en regelgeving of procedurele vereisten op douanegebied evenredig en niet-discriminerend zijn.
Elke Partij zorgt ervoor dat een opgelegde sanctie voor een schending van haar wet- en regelgeving of procedurele vereisten op douanegebied alleen wordt opgelegd aan de persoon die wettelijk verantwoordelijk is voor de schending.
Elke Partij zorgt ervoor dat de opgelegde sanctie gebaseerd is op de feiten en omstandigheden van het geval en in verhouding staat tot de mate en de ernst van de schending. Elke Partij vermijdt stimulansen of belangenconflicten bij het opleggen en innen van sancties.
Elke Partij wordt aangemoedigd om voorafgaande bekendmaking aan een douaneautoriteit van de omstandigheden rond een schending van haar wet- en regelgeving en procedurele vereisten op douanegebied, te beschouwen als mogelijke verzachtende omstandigheid bij de vaststelling van een sanctie.
Indien een Partij een sanctie oplegt wegens schending van de wet- en regelgeving of procedurele vereisten op douanegebied, verstrekt zij een schriftelijke toelichting aan de persoon aan wie zij de sanctie oplegt, met vermelding van de aard van de schending en de toepasselijke wet- of regelgeving of procedures op grond waarvan het bedrag of de duur van de sanctie wegens schending is vastgesteld.
Artikel 11.20. Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels
Het Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels (het „subcomité”) wordt opgericht op grond van artikel 8.8, lid 1.
Het subcomité ziet toe op de correcte uitvoering van dit hoofdstuk, de handhaving aan de grens van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten overeenkomstig hoofdstuk 32, afdeling C, onderafdeling 2, van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst en alle aanvullende bepalingen op douanegebied die de Partijen zijn overeengekomen, en onderzoekt alle vraagstukken in verband met de toepassing daarvan.
Het subcomité heeft onder meer de volgende taken:
- a. toezicht houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk en hoofdstuk 10;
- b. bieden van een forum voor overleg en discussie over alle douaneaangelegenheden, zoals specifieke douaneprocedures, douanewaarde, tariefstelsels, douanenomenclatuur, samenwerking tussen douanediensten en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;
- c. bieden van een forum voor overleg en discussie over aangelegenheden met betrekking tot oorsprongsregels en administratieve samenwerking en maatregelen aan de grens ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten; en
- d. de samenwerking verbeteren op het gebied van de ontwikkeling, de toepassing en de handhaving van de douaneprocedures, de wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, de oorsprongsregels en de administratieve samenwerking.
Het subcomité kan aanbevelingen doen betreffende de onder lid 2 vallende aangelegenheden. De Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité zijn bevoegd om besluiten te nemen over de wederzijdse erkenning van risicobeheertechnieken, risiconormen, veiligheidscontroles en partnerschapsprogramma’s voor handelsbevordering, daaronder begrepen aspecten zoals de doorzending van gegevens en wederzijds overeengekomen voordelen.
Artikel 11.21. Tijdelijke invoer
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „tijdelijke invoer” verstaan de douaneregeling waaronder bepaalde goederen, met inbegrip van vervoermiddelen, in een douanegebied kunnen worden binnengebracht met voorwaardelijke vrijstelling van de betaling van rechten en heffingen bij invoer en zonder de toepassing van invoerverboden of -beperkingen van economische aard. De goederen moeten worden ingevoerd voor een bepaald doel en bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden wederuitgevoerd zonder dat zij een wijziging hebben ondergaan, met uitzondering van een normale waardevermindering als gevolg van het gebruik dat van die goederen is gemaakt.
Elke Partij staat tijdelijke invoer toe, met volledige voorwaardelijke vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerbeperkingen of -verboden van economische aard13)Voor alle duidelijkheid: de tijdelijke invoer van goederen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel in Chili vanuit de Europese Unie is vrijgesteld van de retributie die is vastgesteld in artikel 107 van de Chileense Douaneverordening (Ordenanza de Aduanas), vervat in decreet nr. 30 van het Ministerie van Financiën, Staatsblad, 4 juni 2005 (Decreto con Fuerza de Ley 30 del Ministerio de Hacienda, Diario Oficial, 04 de junio de 2005)., zoals bepaald in haar wet- en regelgeving, voor de volgende goederen:
- a. goederen die bestemd zijn om op tentoonstellingen, beurzen, bijeenkomsten of soortgelijke evenementen te worden tentoongesteld of gebruikt, goederen bestemd voor uitstalling of demonstratie tijdens een evenement; goederen die bestemd zijn om te worden gebruikt in verband met het tonen van buitenlandse producten tijdens een evenement; apparatuur, met inbegrip van vertolkingsapparatuur, toestellen voor geluids- en beeldopname en films van educatieve, wetenschappelijke of culturele aard, bestemd voor gebruik op internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen, en goederen die tijdens dergelijke evenementen worden verkregen uit goederen die onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst; elke Partij mag een goedkeuring van de regering of een waarborg of borgsom verlangen voordat het evenement plaatsvindt;
- b. beroepsuitrusting, waaronder wordt verstaan: apparatuur voor de pers, voor geluids- of televisie-uitzendingen die nodig is voor vertegenwoordigers van de pers, omroeporganisaties of televisie-omroeporganisaties die het grondgebied van een ander land bezoeken om verslag uit te brengen, teneinde materiaal voor bepaalde programma’s uit te zenden of op te nemen; filmmateriaal dat nodig is voor een persoon die het grondgebied van een ander land bezoekt om een bepaalde film of films te maken; alle andere uitrusting die nodig is voor de uitoefening van de vak-, handels- of beroepsactiviteit van een persoon die het grondgebied van een ander land bezoekt om een bepaalde taak uit te voeren, voor zover zij niet bestemd is voor de industriële vervaardiging of verpakking van goederen of (behalve in het geval van handgereedschap) voor de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, voor de bouw, de reparatie of het onderhoud van gebouwen of voor grondverzet en soortgelijke projecten; hulptoestellen voor bovengenoemde apparatuur, en toebehoren daarvoor; en onderdelen die worden ingevoerd voor de reparatie van tijdelijk ingevoerde beroepsuitrusting;
- c. goederen die in het kader van een handelsactiviteit worden ingevoerd indien de invoer op zich geen handelsverrichting is, zoals: verpakkingsmiddelen die hetzij gevuld worden ingevoerd en leeg of gevuld weder zullen worden uitgevoerd, hetzij leeg worden ingevoerd en gevuld weder zullen worden uitgevoerd; containers, al dan niet gevuld met goederen, en toebehoren en uitrusting voor tijdelijk toegelaten containers, die hetzij met een container worden ingevoerd om afzonderlijk of met een andere container te worden wederuitgevoerd, hetzij afzonderlijk worden ingevoerd met het oog op wederuitvoer met een container, en onderdelen die bestemd zijn voor de reparatie van containers waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan; laadborden; monsters; reclamefilms;
- d. goederen die uitsluitend voor educatieve, wetenschappelijke of culturele doeleinden worden ingevoerd, zoals wetenschappelijk materiaal, pedagogisch materiaal, welzijnsmateriaal voor zeelieden en alle andere goederen die worden ingevoerd in verband met educatieve, wetenschappelijke of culturele activiteiten; vervangingsonderdelen voor wetenschappelijk materiaal en pedagogisch materiaal waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan; en gereedschap dat speciaal is ontworpen voor het onderhoud, het controleren, het meten of het herstellen van dergelijke uitrusting;
- e. persoonlijke bezittingen, waaronder wordt verstaan alle nieuwe of gebruikte artikelen die een reiziger redelijkerwijs tijdens de reis voor persoonlijk gebruik nodig kan hebben, rekening houdend met de omstandigheden waaronder die reis plaatsvindt, met uitsluiting van goederen die voor commerciële doeleinden worden ingevoerd; en goederen die worden ingevoerd voor sportdoeleinden, zoals sportartikelen die en ander materiaal dat door reizigers tijdens sportwedstrijden of -demonstraties of tijdens trainingen op het grondgebied waarvoor tijdelijke invoer werd toegestaan, worden gebruikt;
- f. toeristisch reclamemateriaal, waaronder wordt verstaan goederen ingevoerd met als doel het publiek te bewegen tot het bezoeken van een ander land, met name tot het bijwonen van in dat land te houden bijeenkomsten of manifestaties met een cultureel, godsdienstig, toeristisch, sportief of beroepsmatig karakter; elke Partij mag verlangen dat een waarborg of borgsom voor dergelijke goederen wordt verstrekt;
- g. goederen die worden ingevoerd voor humanitaire doeleinden, waaronder wordt verstaan medisch, chirurgisch en laboratoriummaterieel en hulpzendingen, zoals voertuigen en andere vervoermiddelen, dekens, tenten, geprefabriceerde huizen of andere goederen die in eerste instantie noodzakelijk zijn en die als hulp worden doorgegeven aan personen die getroffen zijn door natuurrampen en soortgelijke rampen; en
- h. dieren die voor specifieke doeleinden worden ingevoerd, zoals politiehonden of -paarden, speurhonden, blindegeleidehonden, reddingshonden, dieren voor deelname aan shows, tentoonstellingen, wedstrijden, competities of demonstraties, dieren voor amusementdoeleinden, zoals circusdieren, rondleidingen (inclusief gezelschapsdieren van reizigers), uitvoering van werkzaamheden of vervoer, of dieren voor medische doeleinden, zoals levering van slangengif.
Elke Partij aanvaardt, overeenkomstig haar wet- en regelgeving14)Voor alle duidelijkheid: in het geval van Chili worden de ATA-carnets aanvaard zoals vastgesteld bij decreet nr. 103 van 2004 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Decreto N°103 de 2004 del Ministerio de Relaciones Exteriores), waarbij de „Overeenkomst inzake tijdelijke invoer en de bijlagen A, B1, B2 en B3, met de naar behoren aangegeven punten van voorbehoud” en wijzigingen daarvan worden omgezet., voor de tijdelijke invoer van de in lid 2 bedoelde goederen, ongeacht hun oorsprong, een ATA-carnet dat overeenkomstig de Overeenkomst inzake tijdelijke invoer, gedaan te Istanbul op 26 juni 1990 in de andere Partij is afgegeven, daar is bekrachtigd en gegarandeerd door een vereniging die deel uitmaakt van de internationale garantieketen, is gecertificeerd door de bevoegde autoriteiten en geldig is in het douanegebied van de invoerende Partij.
Artikel 11.22. Gerepareerde goederen
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „reparatie” verstaan elke bewerkingshandeling ten aanzien van goederen die ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld of ervoor te zorgen dat de goederen aan de technische eisen voor gebruik ervan voldoen, zonder welke handeling de goederen niet meer op de normale wijze kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn bestemd. Reparatie omvat het herstel en onderhoud, maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor:
- a. de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;
- b. een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd; of
- c. de technische prestaties van een goed worden verbeterd of vergroot.
Een Partij past geen douanerecht toe op goederen die, ongeacht de oorsprong ervan, haar douanegebied opnieuw binnenkomen nadat die goederen tijdelijk uit haar douanegebied naar het douanegebied van de andere Partij zijn uitgevoerd voor reparatie.
Lid 2 is niet van toepassing op goederen die in een douane-entrepot, in vrijhandelszones of met een soortgelijke status zijn ingevoerd, vervolgens worden uitgevoerd ter reparatie en niet opnieuw worden ingevoerd in een douane-entrepot, in vrijhandelszones of met een soortgelijke status.
Een Partij past geen douanerechten toe op goederen, ongeacht de oorsprong ervan, die ter reparatie tijdelijk uit het douanegebied van de andere Partij worden ingevoerd.
Artikel 11.23. Retributies en formaliteiten
Retributies en andere heffingen die een Partij oplegt ter zake van of in verband met de invoer van een goed van de andere Partij blijven beperkt tot het bedrag bij benadering van de kosten van de verleende diensten, en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse goederen of een belasting op de in- of uitvoer voor fiscale doeleinden beogen.
Een Partij mag geen retributies of andere heffingen ter zake van of in verband met de in- of uitvoer van een goed van de andere Partij op een ad-valorembasis opleggen.
Douaneautoriteiten kunnen echter wel heffingen opleggen of kosten in rekening brengen voor met name de volgende specifieke diensten:
- a. de aanwezigheid, op verzoek, van douanepersoneel buiten de officiële kantooruren of op een andere plaats dan op een douanekantoor;
- b. analyses of deskundigenverslagen van goederen en portokosten voor het retourneren van goederen aan een aanvrager, met name bij besluiten betreffende bindende inlichtingen of het verstrekken van inlichtingen over de toepassing van de douanewet- en regelgeving;
- c. het onderzoek of de monsterneming van goederen voor controledoeleinden, of de vernietiging van goederen, indien andere kosten dan die voor de inzet van douanepersoneel zijn gemaakt; of
- d. uitzonderlijke controlemaatregelen, indien de aard van de goederen of een potentieel risico dergelijke maatregelen vereisen.
Elke Partij maakt onverwijld alle retributies en heffingen die zij in verband met de invoer of de uitvoer zou kunnen aanrekenen, bekend op zodanige wijze dat overheden, handelaren en andere belanghebbenden daarvan kennis kunnen nemen.
Een Partij legt in verband met de invoer van goederen van de andere Partij geen consulaire formaliteiten, waaronder retributies en heffingen, op.
HOOFDSTUK 12. HANDELSMAATREGELEN
AFDELING A. ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN
Artikel 12.1. Algemene bepalingen
De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Antidumpingovereenkomst en de SCM-Overeenkomst.
De preferentiële oorsprongsregels uit hoofde van hoofdstuk 10 zijn niet van toepassing op deze afdeling.
Artikel 12.2. Transparantie
Antidumping- en antisubsidieonderzoeken en -maatregelen moeten worden gebruikt met volledige inachtneming van de desbetreffende WTO-voorschriften zoals vastgesteld in de Antidumpingovereenkomst en de SCM-Overeenkomst en moeten gebaseerd zijn op een eerlijk en transparant systeem.
Elke Partij waarborgt dat zo snel mogelijk nadat voorlopige maatregelen zijn ingesteld en in elk geval vóór de uiteindelijke vaststelling ervan, de belangrijkste feiten en overwegingen waarop zij haar beslissing tot toepassing van definitieve maatregelen baseert, volledig worden meegedeeld. Die mededeling doet geen afbreuk aan artikel 6.5 van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12.4 van de SCM-Overeenkomst. Elke Partij deelt die belangrijke feiten en overwegingen schriftelijk mee en laat belanghebbenden voldoende tijd om hun opmerkingen in te dienen.
Elke belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken tijdens een antidumping- of antisubsidieonderzoek, mits dat het verloop van het onderzoek niet onnodig vertraagt.
Artikel 12.3. Overweging van algemeen belang
Elke Partij houdt rekening met de situatie van haar interne bedrijfstak, importeurs en hun representatieve verenigingen, representatieve gebruikers en representatieve consumentenorganisaties, voor zover zij de onderzoekende autoriteiten binnen de geldende termijn relevante informatie hebben verstrekt. Een Partij kan op basis van die informatie besluiten geen antidumping- of compenserende maatregelen toe te passen.
Artikel 12.4. Regel van het laagste recht
Wanneer een Partij een antidumpingrecht op de goederen van de andere Partij instelt, mag dat recht niet hoger zijn dan de dumpingmarge. Waar mogelijk is het antidumpingrecht lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven.
Artikel 12.5. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op deze afdeling.
AFDELING B. ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN
Artikel 12.6. Algemene bepalingen
De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van artikel XIX van de GATT 1994, de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw.
Artikel 12.7. Transparantie en instelling van definitieve maatregelen
Niettegenstaande artikel 12.6 geeft de Partij die een algemeen vrijwaringsonderzoek opent of voornemens is algemene vrijwaringsmaatregelen toe te passen, op verzoek van de andere Partij en op voorwaarde dat die laatste daar aanmerkelijk belang bij heeft, onmiddellijk schriftelijk kennis van alle relevante informatie die tot de opening van het algemene vrijwaringsonderzoek of de toepassing van algemene vrijwaringsmaatregelen heeft geleid, met inbegrip van, waar relevant, informatie over de voorlopige bevindingen. Die kennisgeving doet geen afbreuk aan het bepaalde in artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
Wanneer Partijen definitieve algemene vrijwaringsmaatregelen nemen, beijveren zij zich om dat te doen op een wijze die hun bilaterale handel zo weinig mogelijk beïnvloedt, voor zover de Partij waarop de maatregelen betrekking hebben, een aanmerkelijk belang heeft zoals gedefinieerd in lid 4.
Wanneer een Partij in het kader van de toepassing van lid 2 van mening is dat aan de juridische vereisten voor de instelling van definitieve algemene vrijwaringsmaatregelen is voldaan en die Partij voornemens is dergelijke maatregelen toe te passen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis en biedt zij de mogelijkheid tot het voeren van bilateraal overleg, voor zover de Partij waarop de maatregelen betrekking hebben, een aanmerkelijk belang heeft zoals gedefinieerd in lid 4. Indien binnen 15 dagen na de kennisgeving geen aanvaardbare oplossing wordt gevonden, kan de invoerende Partij passende algemene vrijwaringsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een Partij geacht aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, uitgedrukt in absoluut volume of waarde, in de drie voorgaande jaren tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde goed behoorde.
Artikel 12.8. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op deze afdeling.
AFDELING C. BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ONDERAFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 12.9. Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. „interne bedrijfstak”: wat een ingevoerd goed betreft, de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende goederen die op het grondgebied van een Partij actief zijn of die producenten waarvan de gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende goederen een groot deel van de totale interne productie van die goederen uitmaakt;
- b. „overgangsperiode”:
- i. een periode van zeven jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst; of
- ii. voor goederen waarvoor de lijst in bijlage 9 van de Partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, voorziet in een termijn voor de afschaffing van de tarieven van zeven jaar, de termijn voor de afschaffing van de tarieven voor het betrokken goed plus twee jaar.
Artikel 12.10. Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Niettegenstaande afdeling B mag de invoerende Partij onder de in deze afdeling vervatte voorwaarden en volgens de in deze afdeling neergelegde procedures passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen vaststellen, indien als gevolg van de verlaging of afschaffing van douanerechten uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst, een product van oorsprong uit een Partij in dermate toegenomen hoeveelheden — in absolute zin of in verhouding tot de binnenlandse productie — en onder zodanige voorwaarden op het grondgebied van een andere Partij wordt ingevoerd dat binnenlandse producenten die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen, daarvan ernstige schade ondervinden of dreigen te ondervinden.
Indien aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan kan de invoerende Partij een van de volgende bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen:
- a. schorsing van enige in dit deel van deze overeenkomst voorziene verdere verlaging van het douanerecht op het betrokken product; of
- b. de verhoging van het douanerecht op het betrokken goed tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten:
- i. het op het goed toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen; of
- ii. het op het goed toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat van toepassing was op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Artikel 12.11. Normen voor bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Er mag geen bilaterale vrijwaringsmaatregel worden toegepast:
- a. behalve voor zover en zo lang hij noodzakelijk is om ernstige schade of dreigende ernstige schade voor de interne bedrijfstak te voorkomen of te verhelpen;
- b. voor een periode langer dan twee jaar; de periode mag met nog eens twee jaar worden verlengd indien de bevoegde onderzoekende autoriteit van de invoerende Partij overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde procedures vaststelt dat de maatregel noodzakelijk blijft om de ernstige schade of dreigende ernstige schade voor de interne bedrijfstak te voorkomen of te verhelpen, waarbij de totale toepassingsperiode van de bilaterale vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, maximaal vier jaar mag bedragen; of
- c. na afloop van de overgangsperiode zoals gedefinieerd in artikel 12.9, punt b).
Wanneer een Partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het recht dat overeenkomstig haar lijst in bijlage 9 voor het betrokken goed van kracht zou zijn geweest.
Om de aanpassing van de betrokken bedrijfstak te vergemakkelijken wanneer de verwachte duur van een bilaterale vrijwaringsmaatregel meer dan één jaar bedraagt, liberaliseert de Partij die de maatregel toepast die geleidelijk op gezette tijden tijdens de toepassingsduur ervan.
Artikel 12.12. Voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregelen
In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een Partij een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen zonder te voldoen aan de vereisten van artikel 12.21, lid 1, nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere Partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne bedrijfstak.
De duur van een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel is beperkt tot 200 dagen, gedurende welke periode de Partij die de maatregel toepast moet voldoen aan de desbetreffende procedureregels van onderafdeling 2. De Partij betaalt tariefverhogingen onverwijld terug indien het in onderafdeling 2 omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 12.10, lid 1, zijn vervuld. De duur van de voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 12.11, lid 1, punt b), beschreven periode.
De Partij die een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, stelt de andere Partij in kennis van de instelling van een dergelijke voorlopige maatregel en legt de kwestie indien de andere Partij daarom verzoekt, onmiddellijk ter beoordeling voor aan het Gemengd Comité.
Artikel 12.13. Compensatie en schorsing van concessies
Een Partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, treedt in overleg met de Partij waarvan de producten zijn onderworpen aan die maatregel, teneinde overeenstemming te bereiken over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel die de vorm heeft van concessies met in wezen gelijkwaardige gevolgen voor de handel. De Partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, biedt uiterlijk 30 dagen na de toepassing van de bilaterale vrijwaringsmaatregel gelegenheid voor dergelijk overleg.
Indien het overleg als bedoeld in lid 1 niet binnen 30 dagen na aanvang ervan leidt tot overeenstemming over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel, mag de Partij wiens goederen voorwerp van de bilaterale vrijwaringsmaatregel zijn, de toepassing schorsen van concessies die in wezen gelijkwaardige gevolgen hebben voor de handel van de andere Partij.
De Partij waarvan de goederen het voorwerp van de bilaterale vrijwaringsmaatregel zijn, stelt de andere Partij ten minste 30 dagen vóór de schorsing van de concessies overeenkomstig lid 2 schriftelijk daarvan in kennis.
De verplichting tot compensatie op grond van lid 1 en het recht tot het schorsen van concessies op grond van lid 2:
- a. mogen niet worden uitgeoefend tijdens de eerste 24 maanden waarin een bilaterale vrijwaringsmaatregel van kracht is, op voorwaarde dat de bilaterale vrijwaringsmaatregel is toegepast als gevolg van een absolute toename van de invoer; en
- b. vervallen op de datum waarop de bilaterale vrijwaringsmaatregel afloopt.
Artikel 12.14. Termijn tussen twee bilaterale vrijwaringsmaatregelen en niet-parallelle toepassing van vrijwaringsmaatregelen
Een Partij past een in deze afdeling bedoelde bilaterale vrijwaringsmaatregel niet toe op de invoer van een goed dat reeds aan een dergelijke maatregel onderworpen is geweest, tenzij een periode is verstreken die gelijk is aan de helft van de periode waarin de vrijwaringsmaatregel in de onmiddellijk daaraan voorafgaande periode werd toegepast. Een bilaterale vrijwaringsmaatregel die meer dan één keer is toegepast op hetzelfde goed, mag niet met nog eens twee jaar worden verlengd zoals bepaald in artikel 12.11, lid 1, punt b).
Een Partij mag met betrekking tot hetzelfde goed en dezelfde periode niet tegelijkertijd:
- a. een bilaterale vrijwaringsmaatregel of een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)