Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
De beraadslagingen van het panel zijn vertrouwelijk. Het panel stelt alles in het werk om verslagen op te stellen en besluiten te treffen bij consensus. Indien dat niet mogelijk is, besluit het panel bij meerderheid van stemmen. In geen geval worden afzonderlijke adviezen van panelleden openbaar gemaakt.
Elke Partij maakt haar indieningen en de verslagen en beslissingen van het panel openbaar, onder voorbehoud van de bescherming van vertrouwelijke informatie.
De verslagen en besluiten van het panel worden door de Partijen onvoorwaardelijk aanvaard. Zij scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke personen.
Het panel en de Partijen behandelen informatie die door een Partij aan het panel is verstrekt overeenkomstig bijlage 38-A als vertrouwelijk.
AFDELING D. BEMIDDELINGSMECHANISME
Artikel 38.25. Doelstelling
Het bemiddelingsmechanisme heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een integrale en snelle procedure en met de hulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.
De bemiddelingsprocedure kan slechts worden ingeleid met wederzijdse instemming van de Partijen, teneinde onderling overeengekomen oplossingen te onderzoeken en adviezen en voorstellen voor oplossingen van de bemiddelaar in overweging te nemen.
Artikel 38.26. Inleiding van de bemiddelingsprocedure
Een Partij („de verzoekende Partij”) kan te allen tijde de andere Partij („de antwoordende Partij”) schriftelijk verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot maatregelen van de antwoordende Partij waarvan wordt gesteld dat die de handel of investeringen tussen de Partijen nadelig beïnvloeden.
Het in lid 1 bedoelde verzoek bevat voldoende details om de bezorgdheden van de verzoekende Partij daarin tot uitdrukking te laten komen en:
- a. geeft aan om welke maatregel het gaat;
- b. geeft aan wat volgens de verzoekende Partij de negatieve gevolgen van de maatregel op de handel of de investeringen tussen de Partijen zijn of zullen zijn; en
- c. wordt toegelicht wat volgens de verzoekende Partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is.
De antwoordende Partij neemt het verzoek in welwillende overweging en doet de verzoekende Partij binnen tien dagen na de datum van indiening haar schriftelijke aanvaarding of afwijzing toekomen; anders wordt het verzoek geacht te zijn afgewezen.
Artikel 38.27. Aanwijzing van de bemiddelaar
De Partijen streven ernaar binnen 14 dagen na de datum van inleiding van de bemiddelingsprocedure overeenstemming te bereiken over een bemiddelaar.
Indien de Partijen binnen de in lid 1 van dit artikel vastgestelde termijn geen overeenstemming over de bemiddelaar kunnen bereiken, kan elke Partij de medevoorzitter van het Gemengd Comité van de verzoekende Partij binnen vijf dagen na het verzoek verzoeken de bemiddelaar door loting aan te wijzen uit de op grond van punt c) van artikel 38.8, lid 1, vastgestelde deellijst van voorzitters. De medevoorzitter van het Gemengd Comité van de verzoekende Partij kan die aanwijzing door loting van de bemiddelaar delegeren.
Indien de in punt c) van artikel 38.8, lid 1, bedoelde deellijst van voorzitters nog niet is opgesteld op het tijdstip waarop een verzoek op grond van artikel 38.26 wordt ingediend, wordt de bemiddelaar door loting aangewezen uit de personen die door een Partij of door beide Partijen formeel voor die deellijst zijn voorgedragen.
De bemiddelaar mag geen onderdaan van een van de Partijen zijn of in hun dienst staan, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
Een bemiddelaar voldoet aan de voorschriften van bijlage 38-B.
Artikel 38.28. Regels voor de bemiddelingsprocedure
Binnen tien dagen na de datum van aanstelling van de bemiddelaar verstrekt de verzoekende Partij de bemiddelaar en de antwoordende Partij een gedetailleerde schriftelijke beschrijving van haar bezorgdheden, met name met betrekking tot de werking van de maatregel in kwestie en de mogelijke nadelige gevolgen ervan voor het handelsverkeer of de investeringen. Binnen 20 dagen na de datum van indiening van die beschrijving kan de antwoordende Partij schriftelijke opmerkingen over die beschrijving indienen. Een Partij kan in haar beschrijving of opmerkingen alle informatie opnemen die zij relevant acht.
De bemiddelaar staat de Partijen op transparante wijze bij om duidelijkheid te verschaffen over de maatregel in kwestie en de mogelijke nadelige gevolgen ervan voor het handelsverkeer of de investeringen. Hij kan met name bijeenkomsten tussen de Partijen organiseren, de Partijen gezamenlijk of afzonderlijk raadplegen, verzoeken om bijstand van of overleg plegen met deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied alsook alle aanvullende ondersteuning bieden waarom de Partijen hebben verzocht. Alvorens om bijstand van of overleg met relevante deskundigen of belanghebbenden te verzoeken, overlegt de bemiddelaar met de Partijen.
De bemiddelaar kan advies aanbieden en een oplossing voorstellen ter overweging door de Partijen. De Partijen kunnen de voorgestelde oplossing aanvaarden of afwijzen of een andere oplossing overeenkomen. De bemiddelaar geeft geen advies en maakt evenmin opmerkingen over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met dit deel van deze overeenkomst.
De bemiddelingsprocedure vindt plaats op het grondgebied van de antwoordende Partij, of op enige andere locatie of op enige andere wijze waarover onderling overeenstemming tussen de Partijen is bereikt.
De Partijen streven ernaar binnen 60 dagen na de datum van aanstelling van de bemiddelaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. Zolang geen definitieve overeenstemming is bereikt, kunnen de Partijen eventuele tussentijdse oplossingen overwegen, met name wanneer de maatregel betrekking heeft op bederfelijke goederen of seizoensgebonden goederen of diensten.
Op verzoek van een van de Partijen dient de bemiddelaar een ontwerpfeitenverslag in bij de Partijen, waarin het volgende wordt verstrekt:
- a. een korte samenvatting van de betrokken maatregel;
- b. de gevolgde procedures; en
- c. indien van toepassing, alle onderling overeengekomen oplossingen, met inbegrip van mogelijke tussentijdse oplossingen.
De bemiddelaar geeft de Partijen na de datum van indiening van het ontwerpfeitenverslag 15 dagen de tijd om opmerkingen over het ontwerpfeitenverslag in te dienen. Na bestudering van de ontvangen opmerkingen van de Partijen dient de bemiddelaar binnen 15 dagen na de ontvangst van de opmerkingen een definitief feitenverslag in bij de Partijen. Het ontwerpfeitenverslag en het definitieve feitenverslag mogen geen interpretatie van dit deel van deze overeenkomst bevatten.
De bemiddelingsprocedure wordt beëindigd:
- a. door goedkeuring van een door de Partijen onderling overeengekomen oplossing, op de datum van de kennisgeving ervan aan de bemiddelaar;
- b. door onderlinge overeenstemming van de Partijen in de loop van de procedure, op de datum van de kennisgeving van die overeenstemming aan de bemiddelaar;
- c. door een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de Partijen, waarin wordt aangegeven dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben, op de datum van de kennisgeving van die verklaring aan de Partijen; of
- d. door een schriftelijke verklaring van een Partij na mogelijke onderling overeengekomen oplossingen in het kader van de bemiddelingsprocedure te hebben onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging te hebben genomen, op de datum van de kennisgeving van die verklaring aan de bemiddelaar en de andere Partij.
Artikel 38.29. Vertrouwelijkheid
Tenzij de Partijen anders overeenkomen, zijn alle stappen van de bemiddelingsprocedure, met inbegrip van adviezen of voorgestelde oplossingen, vertrouwelijk. Een Partij kan het feit dat er een bemiddeling plaatsvindt, openbaar maken.
Artikel 38.30. Verhouding tot geschillenbeslechtingsprocedures
De bemiddelingsprocedure laat de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van de afdelingen B en C of van geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van een andere overeenkomst onverlet.
In andere geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van deze of een andere overeenkomst beroepen de Partijen zich niet op de volgende zaken, noch voeren zij die als bewijsmateriaal aan, en een panel houdt geen rekening met:
- a. standpunten die de andere Partij in de loop van de bemiddelingsprocedure heeft ingenomen of informatie die uitsluitend uit hoofde van artikel 38.28, lid 2, is verzameld;
- b. het feit dat de andere Partij zich bereid heeft verklaard een oplossing te aanvaarden voor de maatregel waarop de bemiddeling betrekking had; of
- c. door de bemiddelaar gegeven adviezen of gedane voorstellen.
Tenzij de Partijen anders overeenkomen, mogen bemiddelaars niet dienst doen als een panellid in het kader van geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van deze overeenkomst of enige andere overeenkomst met betrekking tot dezelfde aangelegenheid waarin zij hebben bemiddeld.
AFDELING E. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 38.31. Verzoek om informatie
Alvorens een verzoek om overleg of bemiddeling op grond van respectievelijk artikel 38.4 of artikel 38.26 in te dienen, kan een Partij de andere Partij verzoeken om informatie over een maatregel waarvan wordt gesteld dat die de handel of investeringen tussen de Partijen negatief beïnvloedt. De Partij die het verzoek ontvangt, verstrekt binnen 20 dagen na de datum van indiening van het verzoek een schriftelijk antwoord met haar opmerkingen over de verzochte informatie.
Indien de Partij waaraan het verzoek gericht is, denkt dat zij niet binnen 20 dagen na de datum van indiening van het verzoek een antwoord kan geven, stelt zij de andere Partij daarvan onverwijld op de hoogte en deelt zij de redenen voor de vertraging mee, evenals een schatting van de kortst mogelijke termijn waarbinnen zij zal kunnen antwoorden.
Van een Partij wordt normaliter verwacht dat zij om informatie op grond van lid 1 van dit artikel verzoekt voordat zij een verzoek om overleg of bemiddeling op grond van artikel 38.4 respectievelijk artikel 38.26 indient.
Artikel 38.32. Onderling overeengekomen oplossing
De Partijen kunnen met betrekking tot een in artikel 38.2 bedoeld geschil te allen tijde tot een onderling overeengekomen oplossing komen.
Indien een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt tijdens de procedure bij het panel of tijdens een bemiddelingsprocedure, stellen de Partijen respectievelijk de voorzitter van het panel of de bemiddelaar gezamenlijk in kennis van de overeengekomen oplossing. Na die kennisgeving wordt de procedure bij het panel of de bemiddelingsprocedure stopgezet.
Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om de onderling overeengekomen oplossing onmiddellijk of binnen de overeengekomen termijn uit te voeren, naargelang het geval.
Uiterlijk bij afloop van de overeengekomen termijn stelt de uitvoerende Partij de andere Partij schriftelijk in kennis van alle maatregelen die zij heeft genomen om de onderling overeengekomen oplossing uit te voeren.
Artikel 38.33. Termijnen
Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen worden geteld vanaf de dag volgend op de handeling waarop zij betrekking hebben.
Elke in dit hoofdstuk bedoelde termijn kan in onderling overleg tussen de Partijen worden gewijzigd.
In het kader van afdeling C kan het panel de Partijen te allen tijde voorstellen een in dit hoofdstuk vermelde termijn te wijzigen, met opgave van de redenen daarvoor.
Artikel 38.34. Kosten
Elke Partij draagt haar eigen kosten die voortvloeien uit deelname aan de procedure bij het panel of de bemiddelingsprocedure.
De Partijen dragen gezamenlijk en elk voor een gelijk deel de kosten die voortvloeien uit organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de panelleden en de bemiddelaar. De bezoldiging van de panelleden wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 38-A. De in bijlage 38-A vastgestelde regels voor de bezoldiging van de panelleden zijn van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars.
Artikel 38.35. Wijziging van de bijlagen
De Gezamenlijke Raad kan op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), een besluit tot wijziging van de bijlagen 38-A en 38-B vaststellen.
HOOFDSTUK 39. UITZONDERINGEN
Artikel 39.1. Algemene uitzonderingen
Voor de toepassing van de hoofdstukken 9, 11, 15, 26 en 29, en afdeling B van hoofdstuk 17142)Deze bepaling is niet van toepassing op artikel 17.10. van deze overeenkomst worden artikel XX van de GATT 1994 inclusief de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij overeenkomstig in deze overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit.
Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van de liberalisering van investeringen of de handel in diensten zouden vormen, wordt niets in hoofdstuk 15, de hoofdstukken 18 tot en met 27143)Voor alle duidelijkheid: niets in dit artikel mag worden uitgelegd als een beperking van de in bijlage 17-E vermelde rechten., hoofdstuk 29 of afdeling B van hoofdstuk 17144)Deze bepaling is niet van toepassing op artikel 17.10. van deze overeenkomst uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een Partij van maatregelen die:
- a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde; 145)De uitzonderingen als bedoeld in dit punt mogen alleen worden ingeroepen in geval van een daadwerkelijke en voldoende ernstige bedreiging van een van de fundamentele maatschappelijke belangen.
- b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten;
- c. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met dit deel van deze overeenkomst, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:
- i. het voorkomen van misleidende en frauduleuze praktijken, of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;
- ii. het beschermen van de privacy met betrekking tot de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens, en het beschermen van de vertrouwelijkheid van individuele dossiers en rekeningen; of
- iii. veiligheid.
Voor alle duidelijkheid: de Partijen zijn het erover eens dat, voor zover dergelijke maatregelen onverenigbaar zijn met de bepalingen van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde hoofdstukken van dit deel van deze overeenkomst:
- a. de in artikel XX, punt b), van de GATT 1994 en in lid 2, punt b), van dit artikel bedoelde maatregelen milieumaatregelen omvatten, die noodzakelijk zijn om het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen;
- b. artikel XX, punt g), van de GATT 1994 van toepassing is op maatregelen voor de instandhouding van levende en niet-levende niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen; en
- c. maatregelen ter uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten uit hoofde van artikel XX, punt b) of g), van de GATT 1994 of uit hoofde van lid 2, punt b), van dit artikel kunnen vallen.
Voordat een Partij een maatregel neemt als bedoeld in artikel XX, punten i) en j), van de GATT 1994, verstrekt zij de andere Partij alle relevante informatie teneinde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Indien binnen 30 dagen na de verstrekking van de desbetreffende informatie geen aanvaardbare oplossing is gevonden, kan de Partij die voornemens is de maatregel toe te passen, daartoe overgaan. Wanneer door uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de Partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken. Die Partij stelt de andere Partij onmiddellijk in kennis van de toepassing van dergelijke maatregelen.
Artikel 39.2. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen
Artikel 41.4 is van toepassing op dit deel van deze overeenkomst.
Artikel 39.3. Belastingheffing
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. „vestigingsplaats”: de fiscale woonplaats;
- b. „belastingovereenkomst”: een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of enige andere internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing en waarbij een lidstaat, de Europese Unie of Chili partij is; en
- c. „belastingmaatregel”: een maatregel ter uitvoering van de belastingwetgeving van de Europese Unie, een lidstaat of Chili.
Dit deel van deze overeenkomst is uitsluitend van toepassing op belastingmaatregelen voor zover de toepassing ervan noodzakelijk is voor de uitvoering van de bepalingen van dit deel van deze overeenkomst.
Dit deel van deze overeenkomst laat de rechten en verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten of Chili uit hoofde van belastingverdragen onverlet. In geval van strijdigheid tussen dit deel van deze overeenkomst en een belastingverdrag heeft het belastingverdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft. Met betrekking tot een belastingovereenkomst tussen de Europese Unie of haar lidstaten en Chili stellen de desbetreffende bevoegde autoriteiten van de Europese Unie of haar lidstaten enerzijds en van Chili anderzijds uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst en die belastingovereenkomst in onderling overleg vast of dit deel van deze overeenkomst strijdig is met die belastingovereenkomst.
Meestbegunstigingsverplichtingen uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst gelden niet ten aanzien van een op grond van een belastingverdrag door de Europese Unie, haar lidstaten of door Chili toegekend voordeel.
Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden of een verkapte beperking van handel en investeringen vormen, wordt niets in dit deel van deze overeenkomst uitgelegd als beletsel voor het vaststellen, handhaven of toepassen door een Partij van maatregelen die erop gericht zijn directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze op te leggen of te innen en die:
- a. onderscheid maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot waar zij ingezetene zijn of hun vestigingsplaats hebben of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd; of
- b. gericht zijn op het voorkomen van belastingontduiking of -ontwijking uit hoofde van een belastingovereenkomst of fiscale wetgeving van die Partij.
Artikel 39.4. Openbaarmaking van informatie
Niets in dit deel van deze overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat een Partij verplicht wordt vertrouwelijke informatie beschikbaar te stellen waarvan openbaarmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, behalve wanneer een panel dergelijke vertrouwelijke informatie opvraagt in het kader van geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van hoofdstuk 38. In dergelijke gevallen ziet het panel erop toe dat de vertrouwelijkheid volledig in acht wordt genomen.
Wanneer een Partij aan de Gezamenlijke Raad, het Gemengd Comité, de subcomités of andere uit hoofde van deze overeenkomst opgerichte organen informatie verstrekt die uit hoofde van haar recht als vertrouwelijk wordt beschouwd, behandelt de andere Partij die informatie als vertrouwelijk, tenzij de Partij die de informatie voorlegt, anders beslist.
Artikel 39.5. WTO-ontheffingen
Als een verplichting uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst in wezen gelijkwaardig is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, wordt elke maatregel die is genomen in overeenstemming met een op grond van artikel IX van de WTO-overeenkomst vastgestelde ontheffing, geacht in overeenstemming te zijn met de in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst.
DEEL IV. ALGEMEEN INSTITUTIONEEL KADER
HOOFDSTUK 40. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 40.1. Gezamenlijke Raad
De Partijen richten een Gezamenlijke Raad op. De Gezamenlijke Raad houdt toezicht op de verwezenlijking van de doelstellingen en op de uitvoering van deze overeenkomst. Hij behandelt alle aangelegenheden die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
De Gezamenlijke Raad komt bijeen binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst en daarna om de twee jaar of zoals anders overeengekomen door de Partijen. De vergaderingen van de Gezamenlijke Raad vinden plaats in persoon of met behulp van technologische middelen overeenkomstig zijn reglement van orde. Vergaderingen die in persoon plaatsvinden, worden beurtelings in Brussel en Santiago gehouden.
De Gezamenlijke Raad bestaat, voor de EU-Partij, uit vertegenwoordigers op ministerieel niveau en, voor Chili, uit de minister van Buitenlandse Zaken, of hun vertegenwoordigers. Wanneer de Gezamenlijke Raad op grond van artikel 8.5 in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken optreedt, bestaat hij uit vertegenwoordigers van de Partijen die verantwoordelijk zijn voor handels- en investeringsaangelegenheden.
De Gezamenlijke Raad heeft de bevoegdheid besluiten vast te stellen in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet en aanbevelingen te doen overeenkomstig zijn reglement van orde. De Gezamenlijke Raad stelt zijn besluiten vast en doet aanbevelingen in onderling overleg. Besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering van die besluiten. Aanbevelingen zijn niet bindend.
De Gezamenlijke Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van elke Partij, overeenkomstig zijn reglement van orde, rekening houdend met de specifieke kwesties die tijdens een bepaalde zitting moeten worden behandeld.
De Gezamenlijke Raad stelt tijdens zijn eerste vergadering zijn reglement van orde en het reglement van orde van het Gemengd Comité vast.
De Gezamenlijke Raad kan bevoegdheden aan het Gemengd Comité delegeren, met inbegrip van de bevoegdheid om bindende besluiten vast te stellen en aanbevelingen te doen.
Wanneer de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken optreedt, is naast dit artikel ook artikel 8.5 van toepassing.
Artikel 40.2. Gemengd Comité
De Partijen richten een Gemengd Comité op. Het Gemengd Comité staat de Gezamenlijke Raad bij de uitoefening van zijn taken bij.
Het Gemengd Comité is verantwoordelijk voor de algemene tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De omstandigheid dat een aangelegenheid of kwestie door het Gemengd Comité wordt behandeld, belet de Gezamenlijke Raad niet om die ook te behandelen.
Het Gemengd Comité komt binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen en vervolgens eenmaal per jaar, of zoals door de Partijen wordt overeengekomen. De vergaderingen van het Gemengd Comité vinden plaats in persoon of met behulp van andere technologische middelen overeenkomstig het reglement van orde. Vergaderingen die in persoon plaatsvinden, worden beurtelings in Brussel en Santiago gehouden.
Het Gemengd Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Partijen en wordt gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van elke Partij, overeenkomstig zijn reglement van orde, rekening houdend met de specifieke kwesties die tijdens een bepaalde zitting moeten worden behandeld.
Wanneer het Gemengd Comité op grond van artikel 8.6 in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken optreedt, bestaat hij uit vertegenwoordigers van de Partijen die verantwoordelijk zijn voor handels- en investeringsaangelegenheden.
Het Gemengd Comité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin door deze overeenkomst is voorzien of waarin die bevoegdheid door de Gezamenlijke Raad op grond van artikel 40.1, lid 7, aan het Gemengd Comité is gedelegeerd. Het Gemengd Comité heeft ook de bevoegdheid om aanbevelingen te doen, ook wanneer die bevoegdheid op grond van artikel 40.1, lid 7, aan hem is gedelegeerd. Het Gemengd Comité neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming en overeenkomstig zijn reglement van orde. Bij de uitoefening van zijn gedelegeerde bevoegdheden stelt het Gemengd Comité zijn besluiten vast en doet het aanbevelingen in overeenstemming met het reglement van orde van de Gezamenlijke Raad. Besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering van die besluiten. Aanbevelingen zijn niet bindend.
Wanneer het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken optreedt, is naast dit artikel ook artikel 8.6 van toepassing.
Artikel 40.3. Subcomités en andere organen
Er wordt een Subcomité voor Ontwikkeling en internationale samenwerking opgericht om de uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten op de in deel II van deze overeenkomst bedoelde gebieden te coördineren en daarop toezicht te houden.
Op grond van artikel 8.8 worden specifieke subcomités voor deel III van deze overeenkomst opgericht.
De Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité kan een besluit tot oprichting van een extra subcomité of ander orgaan vaststellen. De Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité kan een subcomité of een ander op grond van dit lid opgericht orgaan belasten met taken die onder hun respectieve bevoegdheid vallen, om hen bij te staan bij de uitvoering van hun respectieve taken en om specifieke taken of onderwerpen te behandelen. De Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité kan de taken die zijn toegewezen aan subcomités of andere op grond van dit lid opgerichte organen, wijzigen of subcomités of andere organen opheffen.
Subcomités en andere organen bestaan uit vertegenwoordigers van de Partijen en worden gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van elke Partij.
Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald of door de Partijen anders is overeengekomen, komen de subcomités binnen een jaar na hun oprichting bijeen; daarna komen zij op verzoek van een van de Partijen of van de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité met een passende frequentie bijeen. Subcomités kunnen ook op eigen initiatief bijeenkomen, met inachtneming van hun respectieve reglementen van orde. De vergaderingen van de subcomités vinden plaats in persoon of met technologische middelen overeenkomstig hun respectieve reglementen van orde. Vergaderingen die in persoon plaatsvinden, worden beurtelings in Brussel en Santiago gehouden.
Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, brengen de subcomités en andere organen regelmatig en op verzoek van het Gemengd Comité aan het Gemengd Comité verslag uit over hun activiteiten.
De omstandigheid dat een aangelegenheid of kwestie door een van de subcomités of andere organen wordt behandeld, belet de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité niet om die ook te behandelen.
De Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité kan een reglement van orde voor de subcomités en andere organen vaststellen, indien hij/het dat passend acht. Indien de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité geen dergelijk reglement van orde vaststelt, is het reglement van orde voor het Gemengd Comité van overeenkomstige toepassing.
De subcomités en andere organen kunnen aanbevelingen doen overeenkomstig hun respectieve reglementen van orde. De subcomités en andere organen doen aanbevelingen in onderlinge overeenstemming. Aanbevelingen van de subcomités en andere organen zijn niet bindend.
Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité Diensten en Investeringen kan besluiten nemen om vaststellingen te doen overeenkomstig artikel 17.39. Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité Financiële Diensten kan besluiten nemen om vaststellingen te doen overeenkomstig artikel 25.20. Die subcomités stellen die besluiten vast in onderlinge overeenstemming. Die besluiten zijn bindend voor de Partijen.
Artikel 40.4. Gemengd Parlementair Comité
Er wordt een Gemengd Parlementair Comité opgericht. Het bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van het Congres van Chili.
Het Gemengd Parlementair Comité stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het Gemengd Parlementair Comité is een forum voor bijeenkomsten waarop van gedachten wordt gewisseld met het oog op de bevordering van de onderlinge betrekkingen. Het komt twee keer per jaar bijeen.
Het Gemengd Parlementair Comité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Gezamenlijke Raad.
Het Gemengd Parlementair Comité kan aan de Gezamenlijke Raad aanbevelingen doen over de uitvoering van deze overeenkomst.
Artikel 40.5. Participatie van het maatschappelijk middenveld
Elke Partij bevordert de deelname van het maatschappelijk middenveld aan de uitvoering van deze overeenkomst, met name door interactie met de respectieve interne raadgevende groep, als bedoeld in artikel 40.6, en met het forum voor het maatschappelijk middenveld, als bedoeld in artikel 40.7.
Artikel 40.6. Interne raadgevende groepen
Elke Partij stelt binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een interne raadgevende groep samen of wijst die aan. Elke interne raadgevende groep bestaat uit een evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke maatschappelijke organisaties, waaronder niet-gouvernementele organisaties, vakbonden en bedrijfs- en werkgeversorganisaties. Daartoe stelt elke Partij haar eigen benoemingsregels vast om de samenstelling van de respectieve interne raadgevende groep te bepalen en actoren uit verschillende sectoren toegang tot de groep te bieden. Het lidmaatschap van elke interne raadgevende groep wordt periodiek vernieuwd, overeenkomstig de op grond van dit lid vastgestelde benoemingsregels.
Elke Partij komt ten minste eenmaal per jaar met haar respectieve interne raadgevende groep bijeen om de uitvoering van deze overeenkomst te bespreken. Elke Partij kan standpunten of aanbevelingen van haar respectieve interne raadgevende groep in overweging nemen.
Teneinde de bekendheid van haar respectieve interne raadgevende groep bij het publiek te bevorderen, publiceert elke Partij een lijst van organisaties die aan haar respectieve interne raadgevende groep deelnemen, alsook haar contactgegevens.
De Partijen bevorderen interactie tussen de interne raadgevende groepen via passende middelen.
Artikel 40.7. Forum voor het maatschappelijk middenveld
De Partijen bevorderen de regelmatige organisatie van een forum voor het maatschappelijk middenveld teneinde een dialoog over de uitvoering van deze overeenkomst te voeren.
De Partijen beleggen de vergaderingen van het forum voor het maatschappelijk middenveld in onderling overleg. Als er een vergadering van het forum voor het maatschappelijk middenveld bijeen wordt geroepen, nodigt elke Partij onafhankelijke, op haar grondgebied gevestigde maatschappelijke organisaties uit, met inbegrip van de leden van haar respectieve interne raadgevende groep als bedoeld in artikel 40.6. Elke Partij bevordert een evenwichtige vertegenwoordiging, zodat niet-gouvernementele organisaties, vakbonden en bedrijfs- en werkgeversorganisaties kunnen deelnemen. Elke organisatie draagt de kosten in verband met haar deelname aan het forum voor het maatschappelijk middenveld.
Vertegenwoordigers van de Partijen die deelnemen aan de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité, nemen, waar passend, deel aan de vergaderingen van het forum voor het maatschappelijk middenveld. De Partijen publiceren gezamenlijk of afzonderlijk alle formele verklaringen die tijdens het forum voor het maatschappelijk middenveld zijn afgelegd.
HOOFDSTUK 41. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 41.1. Definitie van de Partijen
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. „Partij”:
- i. de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden (de „EU-Partij”), of
- ii. Chili; en
- b. „Partijen”: de EU-Partij en Chili.
Artikel 41.2. Territoriale toepassing
Deze overeenkomst is van toepassing:
- a. wat de EU-Partij betreft, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden; en
- b. wat Chili betreft, op het land-, zee- en luchtruim onder zijn soevereiniteit, en de exclusieve economische zone en het continentaal plat waarbinnen het soevereine rechten en jurisdictie uitoefent overeenkomstig het internationaal recht146)Voor alle duidelijkheid: het internationaal recht omvat in het bijzonder het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan in Montego Bay op 10 december 1982. en het recht van Chili147)Voor alle duidelijkheid: in geval van tegenstrijdigheid tussen de Chileense wet en het internationaal recht prevaleert het laatste..
Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst worden overeenkomstig dit lid begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in deze overeenkomst.
Wat betreft de bepalingen inzake de tariefbehandeling van goederen, met inbegrip van oorsprongsregels en de tijdelijke schorsing van een dergelijke behandeling, is deze overeenkomst ook van toepassing op die delen van het douanegebied van de Europese Unie in de zin van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad148)Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB EU L 269 van 10.10.2013, blz. 1)., die niet onder lid 1, punt a), van dit artikel vallen.
Artikel 41.3. Nakoming van verplichtingen
Elke Partij treft alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen.
Indien een Partij van oordeel is dat de andere Partij een verplichting uit hoofde van deel III van deze overeenkomst niet is nagekomen, zijn de specifieke mechanismen van dat deel van toepassing.
Indien een van de Partijen van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen die in artikel 1.2, lid 2, of artikel 2.2, lid 1, als essentiële elementen zijn omschreven, niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen nemen. Voor de toepassing van dit lid kunnen „passende maatregelen” de gehele of gedeeltelijke schorsing van deze overeenkomst omvatten.
Indien een Partij van oordeel is dat de andere Partij een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst, met uitzondering van die welke onder de leden 2 en 3 van dit artikel vallen, niet is nagekomen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis. De Partijen plegen onder auspiciën van de Gezamenlijke Raad overleg om tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te komen. De Gezamenlijke Raad streeft ernaar zo spoedig mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien de Gezamenlijke Raad er niet in is geslaagd binnen 60 dagen na de datum van kennisgeving tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen nemen. Voor de toepassing van dit lid kunnen „passende maatregelen” de schorsing van uitsluitend de delen I, II en IV van deze overeenkomst omvatten.
De in de leden 3 en 4 van dit artikel bedoelde „passende maatregelen” worden genomen met volledige inachtneming van het internationaal recht en staan in verhouding tot de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst. Voorrang moet worden gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren.
Artikel 41.4. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:
- a. een Partij verplicht wordt gegevens te verstrekken of toegang tot gegevens te bieden waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen; of
- b. een Partij belet wordt acties te ondernemen die die Partij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen en die:
- i. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met dergelijke handel en transacties in andere goederen en materialen, diensten en technologie en met economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;
- ii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op stoffen waaruit die kunnen worden vervaardigd; of
- iii. in tijden van oorlog of een andere crisissituatie in de internationale betrekkingen worden genomen; of
- c. een Partij belet wordt acties te ondernemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid op grond van haar verplichtingen uit hoofde van het Handvest van de Verenigde Naties.
Een Partij stelt het Gemengd Comité zo volledig mogelijk in kennis van acties die zij uit hoofde van lid 1, punten b) en c), onderneemt, evenals van de beëindiging van die acties.
Artikel 41.5. Inwerkingtreding en voorlopige toepassing
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving waarbij de Partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve interne procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Niettegenstaande lid 1 kunnen de Partijen deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk voorlopig toepassen overeenkomstig hun respectieve interne procedures.
De voorlopige toepassing vangt aan op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de Partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve interne procedures, voor zover nodig, met inbegrip van de bevestiging door Chili van zijn instemming om de door de EU-Partij voorgestelde delen van deze overeenkomst voorlopig toe te passen.
Elk van de Partijen kan de andere schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen om de voorlopige toepassing van deze overeenkomst te beëindigen. De voorlopige toepassing eindigt op de eerste dag van de tweede maand volgend op die kennisgeving.
Tijdens de voorlopige toepassing van deze overeenkomst kunnen de Gezamenlijke Raad en andere uit hoofde van deze overeenkomst opgerichte organen hun taken met betrekking tot bepalingen die voorlopig worden toegepast, uitoefenen. Alle besluiten die in de uitoefening van hun functies zijn genomen, zijn niet langer van kracht vanaf de datum waarop de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd overeenkomstig lid 4. De gevolgen in het verleden van besluiten die vóór die datum naar behoren ten uitvoer zijn gelegd, blijven onverlet.
Indien een bepaling uit deze overeenkomst in overeenstemming met de leden 2 en 3 in afwachting van de inwerkingtreding van deze overeenkomst voorlopig wordt toegepast, wordt elke verwijzing in die bepaling naar de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst beschouwd als verwijzing naar de datum met ingang waarvan de partijen die bepaling overeenkomstig lid 3 toepassen.
Kennisgevingen overeenkomstig dit artikel worden, wat de EU-Partij betreft, gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat Chili betreft, aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 41.6. Wijzigingen
De Partijen kunnen schriftelijk overeenkomen deze overeenkomst te wijzigen. Wijzigingen treden op overeenkomstige wijze, overeenkomstig het bepaalde in artikel 41.5 in werking.
Niettegenstaande lid 1 van dit artikel kan de Gezamenlijke Raad in de gevallen bedoeld in artikel 8.5, lid 1, punt a), en in artikel 41.9, lid 5, besluiten tot wijziging van deze overeenkomst vaststellen.
Artikel 41.7. Andere overeenkomsten
De Associatieovereenkomst, met inbegrip van alle besluiten die uit hoofde van het institutionele kader daarvan zijn genomen, is na de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet langer van kracht en wordt door deze overeenkomst vervangen.
De Interimhandelsovereenkomst is na de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet langer van kracht en wordt door deze overeenkomst vervangen.
Verwijzingen naar de Associatieovereenkomst, met inbegrip van besluiten die uit hoofde van het institutionele kader daarvan zijn genomen, of naar de Interimhandelsovereenkomst in alle andere overeenkomsten en afspraken tussen de Partijen, worden opgevat als verwijzingen naar deze overeenkomst.
De Partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door sluiting van specifieke overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deel II van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke overeenkomsten vormen een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Bestaande bilaterale overeenkomsten die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deel II van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en vallen onder een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Bestaande overeenkomsten die onder het toepassingsgebied van deel III van deze overeenkomst vallen, verliezen hun geldigheid zodra deze overeenkomst in werking treedt.
Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden aanbevelingen of besluiten van de Handelsraad die is opgericht bij de Interimhandelsovereenkomst, geacht te zijn vastgesteld door de Gezamenlijke Raad die is ingesteld bij artikel 40.1 van deze overeenkomst. Aanbevelingen of besluiten van het Handelscomité dat is opgericht bij de Interimhandelsovereenkomst worden geacht te zijn vastgesteld door het Gemengd Comité dat is ingesteld bij artikel 40.2 van deze overeenkomst.
Niettegenstaande lid 2 van dit artikel:
- a. blijven de op grond van artikel 20.5 van de Interimhandelsovereenkomst genomen tijdelijke vrijwaringsmaatregelen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, van toepassing tot hun natuurlijke vervaldatum;
- b. blijven de op grond van afdeling C van hoofdstuk 5 van de Interimhandelsovereenkomst genomen bilaterale vrijwaringsmaatregelen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, van toepassing tot hun natuurlijke vervaldatum;
- c. worden de reeds op grond van artikel 26.22, lid 1, of artikel 31.5 van de Interimhandelsovereenkomst ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voortgezet totdat zij zijn voltooid; en
- d. blijft de bindende uitkomst van een op grond van artikel 26.22, lid 1, of artikel 31.5 van de Interimhandelsovereenkomst ingeleide geschillenbeslechtingsprocedure voor de Partijen bindend na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De Partijen kunnen uit hoofde van deze overeenkomst geen geschillenbeslechtingsprocedure inleiden over aangelegenheden waarover een eindverslag van het panel uit hoofde van hoofdstuk 26 of hoofdstuk 31 van de Interimhandelsovereenkomst is opgesteld.
Overgangsperioden die reeds geheel of gedeeltelijk zijn verstreken uit hoofde van de Interimhandelsovereenkomst worden in aanmerking genomen bij het bepalen van overgangsperioden uit hoofde van gelijkwaardige bepalingen van deze overeenkomst. Dergelijke overgangsperioden uit hoofde van deze overeenkomst worden berekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de Interimhandelsovereenkomst.
Procedurele termijnen die reeds geheel of gedeeltelijk zijn verstreken uit hoofde van de Interimhandelsovereenkomst worden in aanmerking genomen bij het bepalen van procedurele termijnen uit hoofde van gelijkwaardige bepalingen van deze overeenkomst.
De Overeenkomst over de handel in wijn in bijlage V bij de Associatieovereenkomst („Wijnovereenkomst”) en de Overeenkomst over de handel in gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken in bijlage VI bij de Associatieovereenkomst („Overeenkomst gedistilleerde dranken”)149)Voor alle duidelijkheid: de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding van de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken zijn dezelfde als de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding van de Associatieovereenkomst., met inbegrip van alle aanhangsels, worden mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan integrerend deel uit, en wel als volgt:
- a. verwijzingen in de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken naar het mechanisme voor geschillenbeslechting als bedoeld in deel IV van de Associatieovereenkomst, alsook naar de in bijlage XVI bij de Associatieovereenkomst bedoelde gedragscode, moeten worden gelezen als verwijzingen naar het geschillenbeslechtingsmechanisme van hoofdstuk 38 en naar de gedragscode als bedoeld in bijlage 38-B bij deze overeenkomst;
- b. verwijzingen naar de Gemeenschap in de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken moeten worden gelezen als verwijzingen naar de EU-Partij;
- c. verwijzingen in de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken naar het bij de Associatieovereenkomst opgerichte Associatiecomité moeten worden gelezen als verwijzingen naar het op grond van artikel 40.2 van deze overeenkomst ingestelde Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken;
- d. verwijzingen in de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken naar bijlage IV bij de Associatieovereenkomst moeten worden gelezen als verwijzingen naar hoofdstuk 13 van deze overeenkomst;
- e. voor alle duidelijkheid: het Gemengd Comité dat is opgericht bij artikel 30 van de Wijnovereenkomst en het Gemengd Comité dat is opgericht bij artikel 17 van de Overeenkomst gedistilleerde dranken moeten blijven bestaan en de in artikel 29 van de Wijnovereenkomst en artikel 16 van de Overeenkomst gedistilleerde dranken genoemde taken blijven uitoefenen;
- f. voor alle duidelijkheid: artikel 41.11, lid 2, van deze overeenkomst is van toepassing op de Wijnovereenkomst en op de Overeenkomst gedistilleerde dranken; en
- g. de in deze overeenkomst opgenomen Wijnovereenkomst en Overeenkomst gedistilleerde dranken worden geacht alle wijzigingen van de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken, zoals opgenomen in de Interimhandelsovereenkomst, te omvatten.
Elk besluit dat is genomen uit hoofde van het institutionele kader van de Associatieovereenkomst betreffende de Wijnovereenkomst of de Overeenkomst gedistilleerde dranken dat van kracht is bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wordt geacht te zijn vastgesteld door het op grond van artikel 40.2 van deze overeenkomst ingestelde Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken.
De Partijen kunnen de aanhangsels van de Wijnovereenkomst en de Overeenkomst gedistilleerde dranken, zoals die zijn opgenomen, wijzigen door middel van een briefwisseling.150)Voor alle duidelijkheid: Chili zal alle wijzigingen van de in deze overeenkomst opgenomen Wijnovereenkomst en Overeenkomst gedistilleerde dranken uitvoeren via acuerdos de ejecución (uitvoeringsovereenkomsten) in de zin van de Chileense wetgeving.
Artikel 41.8. Bijlagen, aanhangsels, protocollen, noten en voetnoten
De bijlagen, aanhangsels, protocollen, noten en voetnoten bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.
Artikel 41.9. Toekomstige toetredingen tot de Europese Unie
De EU-Partij stelt Chili in kennis van elk verzoek van een derde land om toetreding tot de Europese Unie.
De EU-Partij stelt Chili in kennis van de datum van ondertekening en van de inwerkingtreding van het verdrag tot toetreding van een nieuwe lidstaat tot de Europese Unie („Toetredingsverdrag”).
Een nieuwe lidstaat treedt tot deze overeenkomst toe onder de door de Gezamenlijke Raad vastgestelde voorwaarden. Die toetreding wordt van kracht op de datum van toetreding van de nieuwe lidstaat tot de Europese Unie.
Niettegenstaande lid 3 van dit artikel is deel III van deze overeenkomst tussen de nieuwe lidstaat en Chili van toepassing vanaf de datum van toetreding van die nieuwe lidstaat tot de Europese Unie.
Teneinde de uitvoering van lid 4 van dit artikel te vergemakkelijken, onderzoekt het Gemengd Comité vanaf de datum van ondertekening van een Toetredingsverdrag de eventuele gevolgen van de toetreding van een nieuwe lidstaat tot de Europese Unie voor deze overeenkomst, op grond van artikel 8.6, lid 1, punt f). De Gezamenlijke Raad stelt een besluit vast over eventueel noodzakelijke wijzigingen van de bijlagen bij deze overeenkomst en over andere noodzakelijke aanpassingen, waaronder overgangsmaatregelen. Besluiten van de Gezamenlijke Raad die op grond van dit lid zijn vastgesteld, worden van kracht op de datum van toetreding van die nieuwe lidstaat tot de Europese Unie.
Artikel 41.10. Particuliere rechten
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt aldus uitgelegd dat daaraan rechtstreeks rechten kunnen worden ontleend of dat zij rechtstreeks verplichtingen bevat voor personen, anders dan rechten en verplichtingen die tussen de Partijen in het leven zijn geroepen uit hoofde van internationaal publiekrecht, of dat op deze overeenkomst een rechtstreeks beroep kan worden gedaan in de rechtsorde van de Partijen.
Een Partij voorziet uit hoofde van zijn interne recht niet in een recht om tegen de andere Partij in rechte op te treden op grond van het feit dat een maatregel van de andere Partij onverenigbaar is met deze overeenkomst.
Artikel 41.11. Verwijzingen naar wetten en andere overeenkomsten
Tenzij anders is bepaald, worden verwijzingen in deze overeenkomst naar de wet- en regelgeving van een Partij geacht tevens betrekking te hebben op alle eventuele wijzigingen daarvan.
Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, worden onder de internationale overeenkomsten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen of die daarin geheel of gedeeltelijk worden opgenomen, tevens de wijzigingen daarvan of de vervolgovereenkomsten die voor beide Partijen op of na de datum van ondertekening van deze overeenkomst in werking treden, begrepen.
Indien zich naar aanleiding van wijzigingen of vervolgovereenkomsten als bedoeld in lid 2 vraagstukken met betrekking tot de uitvoering of de toepassing van deze overeenkomst voordoen, kunnen de Partijen op verzoek van een Partij overleg met elkaar plegen om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.
Artikel 41.12. Looptijd
Deze overeenkomst blijft gedurende onbepaalde tijd van kracht.
Artikel 41.13. Beëindiging
Niettegenstaande artikel 41.12 kan een Partij de andere Partij in kennis stellen van haar voornemen om deze overeenkomst te beëindigen. Kennisgevingen overeenkomstig dit artikel worden, wat de EU-Partij betreft, gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat Chili betreft, aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De beëindiging gaat in zes maanden na de datum van die kennisgeving.
Artikel 41.14. Authentieke teksten
Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
AFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Doelstellingen
De Partijen verzekeren dat zij zich zullen inzetten om corruptie in de internationale handel en investeringen te voorkomen en te bestrijden en herinneren eraan dat corruptie goed bestuur en economische ontwikkeling ondermijnt en de internationale concurrerende omstandigheden verstoort.
De Partijen erkennen dat corruptie de handel ongunstig kan beïnvloeden, doordat corruptie de mogelijkheden voor markttoegang in het gedrang kan brengen en verbintenissen gericht op het creëren van een gelijk speelveld kan uithollen. Corruptie treft ook investeerders en ondernemingen die willen deelnemen aan handel en investeringen.
De Partijen erkennen dat corruptie een transnationale kwestie is en samenhangt met andere vormen van transnationale en economische criminaliteit, waaronder het witwassen van geld, en die moet worden aangepakt met een multidisciplinaire benadering en nauwe samenwerking op internationaal niveau.
De Partijen erkennen de noodzaak om integriteit op te bouwen en de transparantie in zowel de publieke als de particuliere sector te vergroten, en erkennen dat elke sector complementaire verantwoordelijkheden heeft met betrekking tot corruptiebestrijding.
De Partijen erkennen het belang van de werkzaamheden van internationale en regionale organisaties, waaronder de VN, de WTO, de OESO, de Financiële-actiegroep (FATF), de Raad van Europa en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), ter voorkoming en bestrijding van corruptie in aangelegenheden die van invloed zijn op de internationale handel en investeringen, en verbinden zich er derhalve toe samen te werken om passende initiatieven aan te moedigen en te ondersteunen.
De Partijen herhalen hun gezamenlijke toezegging in het kader van duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 om corruptie en omkoping in al hun vormen aanzienlijk terug te dringen.
De Partijen erkennen het belangrijke werk van de Werkgroep corruptiebestrijding van de G20.
Het doel van dit protocol is een bilateraal kader vast te stellen van verbintenissen ter bestrijding en voorkoming van corruptie in relatie tot handel en investeringen in de betrekkingen tussen de Partijen.
De Partijen erkennen dat de beschrijving van strafbare feiten die overeenkomstig dit protocol zijn vastgesteld of gehandhaafd, en van de toepasselijke juridische verweermiddelen of rechtsbeginselen die de rechtmatigheid van gedragingen bepalen, voorbehouden is aan het recht van elke Partij, en dat die strafbare feiten moeten worden vervolgd en bestraft overeenkomstig het recht van elke Partij.
Artikel 2. Toepassingsgebied:
Dit protocol is van toepassing op corruptie met betrekking tot aangelegenheden die onder deel III van deze overeenkomst vallen.
Artikel 3. Verhouding tot andere overeenkomsten
Niets in dit protocol doet afbreuk aan de rechten of verplichtingen van de Partijen uit hoofde van andere verdragen, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC), het OESO-Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties, vastgesteld te Parijs op 21 november 1997, het Inter-Amerikaans Verdrag tegen corruptie, vastgesteld te Caracas op 29 maart 1996, en de desbetreffende door de Raad van Europa vastgestelde rechtsinstrumenten.
AFDELING II. MAATREGELEN TER BESTRIJDING VAN CORRUPTIE
Artikel 4. Actieve en passieve omkoping van ambtenaren
De Partijen erkennen het belang van de bestrijding van actieve en passieve omkoping van ambtenaren met betrekking tot handel en investeringen. Daartoe bevestigen de Partijen met name nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van de Artikelen 15 en 16 van het UNCAC om de wetgevende en andere maatregelen vast te stellen of te handhaven die nodig kunnen zijn om de actieve en passieve omkoping van ambtenaren en de actieve omkoping van buitenlandse ambtenaren en functionarissen van internationale publiekrechtelijke organisaties, indien opzettelijk gepleegd, als strafbare feiten aan te merken. De Partijen bevestigen ook nogmaals hun verbintenis om te overwegen de wetgevings- en andere maatregelen vast te stellen die nodig kunnen zijn om de passieve omkoping van buitenlandse ambtenaren en functionarissen van internationale publiekrechtelijke organisaties, indien opzettelijk gepleegd, als strafbare feiten aan te merken.
Artikel 5. Actieve en passieve omkoping in de particuliere sector
De Partijen erkennen het belang van de bestrijding van actieve en passieve omkoping van ambtenaren met betrekking tot handel en investeringen in de particuliere sector. Daartoe bevestigen de Partijen nogmaals hun toezegging uit hoofde van Artikel 21 van het UNCAC om te overwegen de wetgevende en andere maatregelen vast te stellen die nodig kunnen zijn om actieve en passieve omkoping in de particuliere sector strafbaar te stellen wanneer die vormen van omkoping opzettelijk zijn gepleegd in het kader van economische, financiële of commerciële activiteiten.
De Partijen erkennen de schadelijke gevolgen van faciliterende betalingen aan ambtenaren, aangezien daardoor de inspanningen ter bestrijding van corruptie worden ondermijnd en omkoping in de hand wordt gewerkt. Daarom bevestigen de Partijen nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 12, lid 4, van het UNCAC om niet toe te staan dat uitgaven in de vorm van steekpenningen fiscaal aftrekbaar zijn, net als, waar passend, andere uitgaven die corrupt gedrag stimuleren.
Artikel 6. Corruptie en witwassen van geld
De Partijen erkennen het onderlinge verband tussen corruptie en het witwassen van geld en bevestigen opnieuw hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 23 van het UNCAC.
Artikel 7. Aansprakelijkheid van rechtspersonen
De Partijen erkennen dat het vestigen van de aansprakelijkheid van rechtspersonen en het beschikbaar maken van doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties noodzakelijk zijn om de wereldwijde bestrijding van corruptie in de internationale handel en investeringen vooruit te helpen. Daartoe bevestigen de Partijen nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 26 van het UNCAC.
AFDELING III. MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN CORRUPTIE IN DE PARTICULIERE SECTOR
Artikel 8. Verantwoord ondernemerschap
De Partijen erkennen het belang van preventieve maatregelen en verantwoord ondernemerschap bij het voorkomen van corruptie, met inbegrip van verplichtingen in verband met de rapportage van financiële en niet-financiële informatie en het toepassen van maatschappelijk verantwoorde bedrijfspraktijken.
De Partijen erkennen dat bij het overwegen van maatregelen uit hoofde van lid 1 rekening moet worden gehouden met de behoeften en beperkingen van kleine en middelgrote ondernemingen.
De Partijen spreken opnieuw hun steun uit voor de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen met betrekking tot de bestrijding van corruptie.
Artikel 9. Financiële verslaglegging
In overeenstemming met hun verbintenissen uit hoofde van het UNCAC erkennen de Partijen het belang van het verbeteren van de boekhoud- en auditnormen in de particuliere sector als een manier om corruptie te voorkomen.
Elke Partij overweegt met name de volgende maatregelen om dat doel te bereiken:
- a. particuliere ondernemingen aanmoedigen tot het nemen van maatregelen om corruptie te voorkomen en op te sporen, rekening houdend met hun structuur en omvang, en met name de specifieke behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen; dergelijke maatregelen kunnen de naleving van een code voor corporate governance, een interne auditfunctie of toereikende interne controles omvatten; en
- b. verplicht stellen dat de boekhouding en financiële overzichten van die particuliere ondernemingen aan passende audit- en certificeringsprocedures worden onderworpen.
Elke Partij neemt overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig kunnen zijn met betrekking tot de openbaarmaking van financiële overzichten en de handhaving van de normen voor financiële verslaglegging en accountantscontrole.
Elke Partij moet overwegen maatregelen vast te stellen of te handhaven om externe accountants aan te moedigen aan de bevoegde autoriteiten verslag uit te brengen van alle handelingen die naar hun oordeel een strafbaar feit als bedoeld in de Artikelen 4, 5 en 6 zouden kunnen vormen. Indien een dergelijke melding op grond van haar wetgeving vereist is, zorgt de Partij ervoor dat de externe accountants die die meldingen redelijkerwijs en te goeder trouw doen, worden beschermd tegen gerechtelijke stappen wegens schending van contractuele of wettelijke beperkingen op de openbaarmaking van informatie.
Artikel 10. Transparantie in de particuliere sector
De Partijen erkennen dat transparantie kan bijdragen tot het ontmoedigen van corruptie met betrekking tot handel en investeringen, en herinneren daartoe aan hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 12, lid 2, van het UNCAC, met name met betrekking tot de volgende maatregelen ter verwezenlijking van de doelstelling om te zorgen voor meer transparantie in de particuliere sector die betrokken is bij commerciële activiteiten met betrekking tot handel en investeringen uit hoofde van deel III van deze overeenkomst:
- a. het bevorderen van de ontwikkeling van normen en procedures gericht op het waarborgen van de integriteit van relevante particuliere instellingen, met inbegrip van gedragscodes voor de correcte, eerzame en adequate uitoefening van de zakelijke en overige activiteiten van alle relevante beroepsgroepen en het voorkomen van belangenconflicten, en voor het bevorderen van goede commerciële praktijken door de bedrijven onderling en in hun contractuele zakelijke relaties met de staat;
- b. het voorkomen van misbruik van regelgeving voor particuliere instellingen, met inbegrip van procedures inzake subsidies en vergunningen die door overheidsinstanties worden verleend voor commerciële activiteiten; en
- c. het bevorderen van maatregelen ter voorkoming van belangenconflicten door, waar passend en gedurende een redelijke termijn, beperkingen te stellen aan de professionele activiteiten van voormalig ambtenaren of aan het door de particuliere sector in dienst nemen van ambtenaren na hun vrijwillig ontslag of pensionering, indien dergelijke activiteiten of dienstbetrekkingen direct verband houden met de functies die door dergelijke ambtenaren werden bekleed of waarop zij toezicht hielden tijdens hun ambt.
Elke Partij moedigt beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeringsmaatschappijen aan om verslag uit te brengen over de maatregelen die zij hebben genomen ter voorkoming en bestrijding van corruptie. Elke Partij neemt de nodige maatregelen met betrekking tot de openbaarmaking van dergelijke verslagen.
Artikel 11. Maatregelen ter voorkoming van het witwassen van geld
De Partijen erkennen het belang van het voorkomen van het witwassen van geld en de mogelijke gevolgen daarvan voor handel en investeringen, en bevestigen dat zij zich ertoe verbinden een alomvattende interne regelgevings- en toezichtregeling voor financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen vast te stellen of te handhaven, in overeenstemming met de bestaande verbintenissen uit hoofde van het UNCAC en de aanbevelingen van de FATF. De Partijen bevorderen de uitvoering van FATF-aanbeveling 24 inzake de transparantie en de uiteindelijk begunstigden van rechtspersonen, en aanbeveling 25 inzake de transparantie en de uiteindelijk begunstigden van juridische constructies.
Overeenkomstig de in lid 1 bedoelde verbintenissen, aanbevelingen en beginselen handhaaft of neemt een partij maatregelen die:
- a. ervoor zorgen dat haar wet- en regelgeving een definitie van „uiteindelijk begunstigde” kent die natuurlijke personen omvat die uiteindelijk eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een afnemer en natuurlijke personen namens wie een transactie wordt uitgevoerd; daaronder moeten ook de personen vallen die de uiteindelijke feitelijke zeggenschap over een rechtspersoon of juridische constructie uitoefenen;
- b. ervoor zorgen dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen of andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, inwinnen en bijhouden, waaronder gedetailleerde gegevens over de door de uiteindelijk begunstigden gehouden economische belangen;
- c. ervoor zorgen dat trustees van express trusts toereikende, nauwkeurige en actuele informatie over hun uiteindelijk begunstigden bijhouden, met inbegrip van informatie over de instellers, de eventuele protector, de trustees, de begunstigden of klassen van begunstigden, en elke andere natuurlijke persoon die de uiteindelijke feitelijke zeggenschap over de trust uitoefent; die maatregelen moeten ook gelden voor andere juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als express trusts;
- d. financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen verplichten de klant te identificeren en de identiteit van die klant te verifiëren, alsook de uiteindelijk begunstigde te identificeren en redelijke maatregelen te nemen om de identiteit van de uiteindelijk begunstigde te verifiëren, zodat de financiële instelling of de aangewezen niet-financiële onderneming of beroepsbeoefenaar ervan overtuigd is te weten wie de uiteindelijk begunstigde is; voor de „aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen” wordt de definitie in de FATF-aanbevelingen gevolgd;
- e. mechanismen invoeren om te waarborgen dat de relevante autoriteiten als omschreven in hun wet- en regelgeving tijdig toegang hebben tot informatie over uiteindelijk begunstigden;
- f. ervoor zorgen dat haar bevoegde autoriteiten tijdig en doeltreffend deelnemen aan de uitwisseling van informatie over uiteindelijk begunstigden met hun internationale tegenhangers,
- g. financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen ertoe verplichten verscherpte zorgvuldigheidsonderzoeken uit te voeren, met name ten aanzien van politiek prominente personen, waaronder personen worden verstaan die op het grondgebied van een van de Partijen of op internationaal niveau prominente publieke posities bekleden of hebben bekleed, alsook hun familieleden en nauwe zakenrelaties; en
- h. zorgen voor een doeltreffend toezicht op de naleving van de bovengenoemde verplichtingen, met inbegrip van de vaststelling en handhaving van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor niet-naleving.
AFDELING IV. MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN CORRUPTIE IN DE PUBLIEKE SECTOR
Artikel 12. Gedrag van ambtenaren
De Partijen erkennen het belang van de beginselen inzake gedrag voor overheidsfunctionarissen van de economische samenwerking Azië-Stille Oceaan (APEC), aangenomen op 3 juli 2007, voor Chili, en Aanbeveling nr. R (2000) 10 van de Raad van Europa inzake gedragscodes voor ambtenaren, aangenomen op 11 mei 2000, voor de EU-Partij.
De Partijen bevestigen nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 8 van het UNCAC, waaronder de toepassing van gedragscodes of -normen voor ambtenaren, het voor ambtenaren gemakkelijker maken om corrupte handelingen bij de bevoegde autoriteiten te melden, het verplichten van ambtenaren om bij de bevoegde autoriteiten verklaringen af te leggen over mogelijke belangenconflicten, en het nemen van maatregelen die voorzien in disciplinaire of andere maatregelen tegen ambtenaren die dergelijke codes of normen schenden.
Artikel 13. Transparantie in het openbaar bestuur
De Partijen benadrukken het belang van transparantie in het openbaar bestuur om corruptie met betrekking tot handel en investeringen te voorkomen en komen overeen transparantie te bevorderen in overeenstemming met de specifieke en horizontale bepalingen, zoals bedoeld in deel III van deze overeenkomst, met inbegrip van met name bepalingen inzake handelsbevordering, overheidsopdrachten, interne regelgeving en algemene transparantie.
De Partijen bevestigen nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 13, lid 2, van het UNCAC om passende maatregelen te nemen teneinde te waarborgen dat hun instanties voor corruptiebestrijding bekend zijn bij het publiek en om de toegang tot die instanties voor het melden van voorvallen mogelijk te maken.
Artikel 14. Participatie van het maatschappelijk middenveld
De Partijen erkennen het belang van de participatie van het maatschappelijk middenveld bij het voorkomen en bestrijden van corruptie in de internationale handel en investeringen, alsook de noodzaak om het publiek bewuster te maken van het bestaan, de oorzaken, de ernst en het gevaar van corruptie. Daartoe bevestigen zij nogmaals hun toezeggingen uit hoofde van Artikel 13, lid 1, van het UNCAC, met name de toezegging om passende maatregelen te nemen ter bevordering van de actieve deelname van personen en groepen buiten de publieke sector, zoals het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties en gemeenschapsorganisaties.
De partijen nemen daarbij in het bijzonder de volgende maatregelen in overweging:
- a. het opzetten van openbare voorlichtingsactiviteiten en openbare onderwijsprogramma’s die ertoe bijdragen dat corruptie niet wordt getolereerd, en
- b. het vaststellen of handhaven van maatregelen die de vrijheid om informatie over corruptie te zoeken, te ontvangen, te publiceren en te verspreiden, eerbiedigen, bevorderen en beschermen.
Artikel 15. Bescherming van melders
De Partijen bevestigen nogmaals hun verbintenis uit hoofde van Artikel 33 van het UNCAC inzake de bescherming van melders tegen elke vorm van ongerechtvaardigde behandeling.
AFDELING V. MECHANISME VOOR GESCHILLENBESLECHTING
Artikel 16. Geschillenbeslechting
De Partijen doen door middel van dialoog, overleg, uitwisseling van informatie en samenwerking al het mogelijke om eventuele meningsverschillen tussen de Partijen over de interpretatie of de toepassing van dit protocol aan te pakken.
In geval van onenigheid tussen de Partijen over de interpretatie of de toepassing van dit protocol maken de Partijen uitsluitend gebruik van de geschillenbeslechtingsprocedures zoals die uit hoofde van de Artikelen 17 en 18 zijn vastgelegd.
Artikel 17. Overleg
Een Partij (de „verzoekende Partij”) kan op elk moment vragen om overleg met de andere Partij (de „antwoordende Partij”) over aangelegenheden betreffende de interpretatie of de toepassing van dit protocol door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de antwoordende Partij. In het verzoek worden de redenen voor het verzoek om overleg vermeld, met inbegrip van een voldoende specifieke beschrijving van de aangelegenheid in kwestie en het verband ervan met de bepalingen van dit protocol.
Tenzij met de verzoekende Partij anders is overeengekomen, komt de antwoordende Partij uiterlijk tien dagen na de datum van indiening van het in lid 1 bedoelde verzoek met een schriftelijk antwoord.
Tenzij zij anders overeenkomen, beginnen de Partijen uiterlijk 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek met overleg.
Het overleg kan plaatsvinden op een fysieke locatie of met behulp van alle technologische middelen waarover de Partijen beschikken. Indien het overleg op een fysieke locatie plaatsvindt, is die locatie op het grondgebied van de antwoordende Partij, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
Tijdens het overleg:
- a. verstrekken de Partijen voldoende informatie om een volledig onderzoek van de aangelegenheid mogelijk te maken, en
- b. behandelen de Partijen alle in de loop van het overleg uitgewisselde informatie vertrouwelijk.
De Partijen treden in overleg om tot een wederzijds bevredigende oplossing van de aangelegenheid te komen, rekening houdend met de mogelijkheden tot samenwerking dienaangaande.
Indien de Partijen niet in staat zijn de kwestie binnen 60 dagen nadat het verzoek om overleg op grond van lid 1 is ingediend, op te lossen overeenkomstig de leden 3 tot en met 6, kan elke Partij, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij, verzoeken het in Artikel 19 bedoelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen bijeen te roepen om de kwestie te onderzoeken. Het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen komt onverwijld bijeen en streeft ernaar overeenstemming te bereiken over een oplossing van de kwestie.
Elke Partij of het op grond van lid 7 ingeschakelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen kan, waar passend, het advies van de in Artikel 40.6 van deze overeenkomst bedoelde interne adviesgroepen of ander deskundig advies inwinnen.
Indien de Partijen de kwestie oplossen, documenteren zij alle resultaten, met inbegrip van, waar passend, specifieke stappen en termijnen waarover overeenstemming is bereikt. De Partijen maken die resultaten toegankelijk voor het publiek, tenzij zij anders overeenkomen.
Artikel 18. Deskundigenpanel
Indien binnen 60 dagen na de indiening van een schriftelijk verzoek om behandeling van de aangelegenheid door het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen op grond van Artikel 17, lid 7, of, in afwezigheid van een desbetreffend verzoek, binnen 120 dagen na de indiening van een schriftelijk verzoek om overleg op grond van Artikel 17, lid 1, geen wederzijds bevredigende oplossing is bereikt, kan een Partij, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij, verzoeken om de instelling een deskundigenpanel dat de aangelegenheid moet onderzoeken. In het verzoek moet zij de redenen voor het verzoek om instelling van een deskundigenpanel vermelden, met inbegrip van een beschrijving van de aangelegenheid in kwestie, en uitleggen in welke zin die aangelegenheid een inbreuk vormt op de bepalingen van dit protocol die zij van toepassing acht.
Tenzij in dit Artikel anders is bepaald, zijn de Artikelen 38.6 en 38.10, Artikel 38.13, lid 6, Artikel 38.14, lid 1, de Artikelen 38.15 en 38.19, Artikel 38.20, lid 2, de Artikelen 38.21, 38.22, 38.24, 38.32, 38.33, 38.34 en 38.35 van deze overeenkomst, alsook de bijlagen 38-A en 38-B bij deze overeenkomst, van overeenkomstige toepassing op dit protocol.
Tijdens zijn eerste vergadering beveelt het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen het Gemengd Comité aan een lijst op te stellen van ten minste 15 personen die bereid en in staat zijn om zitting te nemen in het deskundigenpanel. De lijst bestaat uit drie deellijsten:
- a. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van de EU-Partij is opgesteld;
- b. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van Chili is opgesteld, en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)