Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2023-12-13
State In force
Source BWB
artikelen 627
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • c. een deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die bereid zijn om als voorzitter van het deskundigenpanel te fungeren. Elke Partij draagt ten minste vijf personen voor haar eigen deellijst voor. De Partijen kiezen ook ten minste vijf personen voor de deellijst van voorzitters. Het Gemengd Comité ziet erop toe dat elke deellijst actueel wordt gehouden en dat die ten minste vijf personen bevat.
4.

De in lid 3 bedoelde personen beschikken over gespecialiseerde kennis of deskundigheid op gebieden die onder dit protocol vallen of over de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen van geen enkele organisatie of overheid instructies met betrekking tot het onderwerp van het geschil aan, zijn niet verbonden aan de overheid van een van de Partijen en nemen bijlage 38-B in acht.

5.

Indien het deskundigenpanel is samengesteld volgens de procedures van Artikel 38.6, leden 3 en 4, van deze overeenkomst, worden de deskundigen geselecteerd uit de relevante personen op de in lid 3 van dit Artikel bedoelde deellijsten.

6.

Tenzij de Partijen binnen vijf dagen na de datum van instelling van het deskundigenpanel, zoals gedefineerd in Artikel 38.6, lid 5 van deze overeenkomst, anders overeenkomen, luidt het mandaat als volgt:

„het onderzoeken, in het licht van de relevante bepalingen van het Protocol inzake de voorkoming en bestrijding van corruptie van de geavanceerde kaderovereenkomst, van de aangelegenheid waarnaar wordt verwezen in het verzoek om instelling van het deskundigenpanel op grond van Artikel 17 van dat protocol, en het uitbrengen van een verslag, overeenkomstig dat Artikel, met zijn bevindingen en aanbevelingen voor de oplossing van de aangelegenheid”.

7.

Met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de bestaande internationale overeenkomsten, aanbevelingen of beginselen als bedoeld in dit protocol, moet het deskundigenpanel indien relevant informatie inwinnen bij de relevante organisaties of organen. Dergelijke informatie wordt aan de Partijen verstrekt, zodat zij daarover opmerkingen kunnen maken.

8.

Het deskundigenpanel legt de bepalingen van dit protocol uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd.

9.

Het deskundigenpanel legt de Partijen een tussentijds verslag en een eindverslag voor met daarin de bevindingen van de feiten, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen en de motivering van die bevindingen, alsook de conclusies en de aanbevelingen van het panel.

10.

Het deskundigenpanel legt binnen 100 dagen na de datum waarop het is ingesteld zijn tussentijds verslag aan de Partijen voor. Indien het deskundigenpanel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het deskundigenpanel de Partijen daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het deskundigenpanel voornemens is zijn tussentijds verslag voor te leggen. De in dit lid genoemde termijnen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.

11.

Elke Partij kan binnen 25 dagen na de datum waarop het deskundigenpanel het tussentijds verslag heeft voorgelegd, bij het panel een met redenen omkleed verzoek om herziening van bepaalde aspecten van het tussentijds verslag indienen. Een Partij kan binnen 15 dagen na de datum van indiening van dat verzoek van de andere Partij haar opmerkingen over het verzoek kenbaar maken.

12.

Na die opmerkingen in overweging te hebben genomen, stelt het deskundigenpanel het eindverslag op. Indien binnen de in lid 11 van dit Artikel bedoelde termijn geen verzoek als bedoeld in dat lid wordt ingediend, wordt het tussentijds verslag het eindverslag van het deskundigenpanel.

13.

Het deskundigenpanel legt binnen 175 dagen na de datum waarop het is ingesteld zijn eindverslag aan de Partijen voor. Indien het deskundigenpanel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de Partijen daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het deskundigenpanel voornemens is zijn eindverslag voor te leggen. De in dit lid genoemde termijnen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.

14.

In het eindverslag wordt elk schriftelijk verzoek van de Partijen met betrekking tot het tussentijds verslag besproken en wordt duidelijk ingegaan op de opmerkingen van de Partijen.

15.

De Partijen maken het eindverslag openbaar binnen 15 dagen na de datum waarop het door het deskundigenpanel is voorgelegd.

16.

Indien het deskundigenpanel in het eindverslag vaststelt dat de antwoordende Partij haar verplichtingen uit hoofde van dit protocol niet is nagekomen, bespreken de Partijen passende maatregelen die moeten worden genomen, rekening houdend met het verslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel. De antwoordende Partij stelt haar interne adviesgroep zoals bedoeld in Artikel 40.6 van deze overeenkomst, en de andere Partij uiterlijk drie maanden nadat het eindverslag op grond van lid 15 van dit Artikel openbaar is gemaakt in kennis van haar besluiten over de te nemen maatregelen.

17.

Het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen houdt toezicht op de opvolging van het verslag van het deskundigenpanel en de aanbevelingen daarvan. De in Artikel 40.6 van deze overeenkomst bedoelde interne adviesgroepen kunnen in dat verband opmerkingen indienen bij het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen.

Artikel 19. Subcommissie voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen
1.

Het op grond van Artikel 8.8, lid 1 van deze overeenkomst opgerichte Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen (het „subcomité”) bestaat uit vertegenwoordigers van elke Partij, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kwesties die tijdens een bepaalde zitting moeten worden behandeld. De vertegenwoordigers van Chili zijn ambtenaren van het Ondersecretariaat voor Internationale Economische Betrekkingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of zijn opvolger.

2.

Het subcomité:

  • a. faciliteert en houdt toezicht op de doeltreffende uitvoering van dit protocol en bespreekt eventuele problemen bij de uitvoering ervan;
  • b. bevordert de samenwerking tussen de Partijen met betrekking tot aangelegenheden die onder dit protocol vallen, en de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora over aangelegenheden die onder dit protocol vallen;
  • c. doet aanbevelingen aan het Gemengd Comité;
  • d. behandelt alle andere, door de Partijen overeengekomen aangelegenheden met betrekking tot dit protocol.
3.

Elke Partij wijst binnen haar administratie een contactpunt aan om de communicatie en coördinatie tussen de Partijen over alle aangelegenheden in verband met de uitvoering van dit protocol te vergemakkelijken en stelt de andere Partij in kennis van de contactgegevens van dat contactpunt. De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van wijzigingen van die contactgegevens.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a). „verzoekende autoriteit”: een daartoe door een Partij aangewezen bevoegde overheidsinstantie die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;
  • b). „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van een partij van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;
  • c). „informatie”: alle gegevens, documenten, afbeeldingen, verslagen, mededelingen of gewaarmerkte kopieën, in ongeacht welk formaat, ook in elektronisch formaat, al dan niet verwerkt of geanalyseerd;
  • d). „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke schending van de douanewetgeving of poging daartoe, en
  • e). „aangezochte autoriteit”: een daartoe door een Partij aangewezen bevoegde overheidsinstantie die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt.
Artikel 2. Toepassingsgebied
1.

De Partijen verlenen elkaar bijstand om op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden, en op de wijze en voorwaarden die bij dit protocol zijn vastgesteld, een correcte toepassing van de douanewetgeving te waarborgen, in het bijzonder door met die wetgeving strijdige handelingen te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.

2.

De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke overheidsinstantie van een Partij die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. Die bijstand laat de bepalingen inzake wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet en geldt niet voor inlichtingen die zijn verkregen uit hoofde van bevoegdheden die op verzoek van een rechterlijke autoriteit worden uitgeoefend, tenzij die ermee instemt dat die inlichtingen worden verstrekt.

3.

Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes valt niet onder dit protocol.

Artikel 3. Bijstand op verzoek
1.

Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die die nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met die wetgeving in strijd zijn of zouden kunnen zijn.

2.

Op verzoek van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mee:

  • a. of goederen die uit het grondgebied van de ene Partij zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze op het grondgebied van de andere Partij zijn ingevoerd, waar passend onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst;
  • b. of goederen die op het grondgebied van de ene Partij zijn ingevoerd, op regelmatige wijze uit het grondgebied van de andere Partij zijn uitgevoerd, waar passend onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst.
3.

Op verzoek van de verzoekende Partij zorgt de aangezochte autoriteit ervoor, binnen het kader van haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, dat toezicht wordt uitgeoefend op:

  • a. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;
  • b. goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij handelingen die in strijd zijn met de douanewetgeving;
  • c. plaatsen waar op zodanige wijze voorraden goederen zijn of kunnen worden aangelegd dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat die goederen bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen; en
  • d. vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
Artikel 4. Ongevraagde bijstand

De Partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dat noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, door het verstrekken van informatie die zij hebben verkregen over voltooide, geplande of lopende activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen vormen of lijken te vormen en die voor de andere Partij van belang kunnen zijn. Die inlichtingen betreffen met name het volgende:

  • a. personen, goederen en vervoermiddelen; en
  • b. nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
Artikel 5. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
1.

Verzoeken op grond van dit protocol worden schriftelijk in gedrukte of elektronische vorm gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kan de aangezochte autoriteit ook mondelinge verzoeken aanvaarden, mits die door de verzoekende autoriteit onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2.

De in lid 1 bedoelde verzoeken bevatten de volgende gegevens:

  • a. de naam van de verzoekende autoriteit en van de verzoekende ambtenaar;
  • b. de gevraagde inlichtingen of het soort bijstand;
  • c. het doel en de reden van het verzoek;
  • d. de toepasselijke wet- en regelgeving en andere juridische elementen;
  • e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke gegevens over de natuurlijke personen op wie of de rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
  • f. een overzicht van de relevante feiten en het reeds verrichte onderzoek; en
  • g. aanvullende beschikbare gegevens op basis waarvan de aangezochte autoriteit gevolg kan geven aan het verzoek.
3.

Verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal, waarbij het Engels altijd een aanvaardbare taal is. Die eis geldt niet voor de documenten waarvan het verzoek vergezeld gaat uit hoofde van lid 1.

4.

Indien een verzoek niet voldoet aan de in de leden 1, 2 en 3 vermelde vormvereisten, kan de aangezochte autoriteit verzoeken om correctie of aanvulling van het verzoek; in de tussentijd kunnen voorlopige maatregelen worden gelast.

Artikel 6. Uitvoering van verzoeken
1.

Binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen behandelt de aangezochte autoriteit een verzoek om bijstand alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelt, verstrekt zij de al beschikbare informatie en verricht zij het nodige onderzoek of laat zij dat verrichten. Indien de aangezochte autoriteit het verzoek aan een andere autoriteit richt omdat zij niet alleen kan handelen, is dit lid eveneens van toepassing op die andere autoriteit.

2.

Aan verzoeken om bijstand wordt voldaan overeenkomstig de wet- en regelgeving van de aangezochte Partij.

3.

De aangezochte autoriteit verstuurt binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek om bijstand een antwoord op het verzoek om bijstand. Indien de aangezochte autoriteit niet in staat is om binnen die termijn aan het verzoek om bijstand te voldoen, stelt zij de verzoekende autoriteit daarvan in kennis en geeft zij aan wanneer zij verwacht aan het verzoek te kunnen voldoen.

Artikel 7. Vorm waarin de inlichtingen worden verstrekt
1.

De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek schriftelijk mee aan de verzoekende autoriteit en voegt daarbij de relevante documenten gewaarmerkte kopieën of andere stukken. Die inlichtingen kunnen ook langs elektronische weg worden verstrekt.

2.

Originele documenten worden uitsluitend op verzoek van de verzoekende autoriteit met inachtneming van de wettelijke voorschriften van elke Partij toegezonden indien gewaarmerkte afschriften ontoereikend zijn. De verzoekende autoriteit stuurt die originelen zo spoedig mogelijk terug.

3.

Wanneer lid 2 van toepassing is, verstrekt de aangezochte autoriteit de verzoekende autoriteit de gegevens betreffende de echtheid van de documenten die door op haar grondgebied gevestigde officiële instanties zijn afgegeven of gecertificeerd ter staving van een goederenaangifte.

Artikel 8. Aanwezigheid van ambtenaren van een Partij op het grondgebied van de andere Partij
1.

Daartoe gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere Partij en op de door laatstgenoemde gestelde voorwaarden, aanwezig zijn in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in Artikel 6, lid 1, om informatie te verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn, en die de verzoekende autoriteit nodig heeft voor de toepassing van dit protocol.

2.

Daartoe gemachtigd ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere Partij en op de door laatstgenoemde gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.

3.

Daartoe gemachtigde ambtenaren van een Partij zijn in een louter raadgevende hoedanigheid aanwezig op het grondgebied van de andere Partij, gedurende welke tijd die daartoe gemachtigde ambtenaren:

  • a. te allen tijde hun officiële hoedanigheid kunnen aantonen;
  • b. geen uniform en geen wapens dragen; en
  • c. dezelfde bescherming genieten als ambtenaren van de andere Partij, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de andere Partij van toepassing zijn.
Artikel 9. Levering en kennisgeving
1.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

2.

Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk tot de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel 10. Automatische uitwisseling van inlichtingen
1.

De Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, overeenkomstig Artikel 15:

  • a. onder dit protocol vallende inlichtingen automatisch uitwisselen; en
  • b. specifieke inlichtingen uitwisselen voordat zendingen op het grondgebied van de andere Partij aankomen.
2.

De Partijen stellen regelingen vast met betrekking tot het soort inlichtingen dat zij beogen uit te wisselen en met betrekking tot het formaat en de frequentie van de toezending, met het oog op de uitvoering van de uitwisselingen uit hoofde van lid 1, punten a) en b).

Artikel 11. Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand
1.

Bijstand kan worden geweigerd of van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een Partij van oordeel is dat bijstand uit hoofde van dit protocol:

  • a. de soevereiniteit van Chili of van de lidstaat die is verzocht om bijstand uit hoofde van dit protocol waarschijnlijk zou kunnen aantasten;
  • b. de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen, met name in de in Artikel 12, lid 5, genoemde gevallen, waarschijnlijk zou kunnen schaden; of
  • c. tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim leidt.
2.

De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien die bijstand lopende onderzoeken, vervolgingen of procedures zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om te bepalen of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.

3.

Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dat in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij om te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

4.

Indien de in de leden 1 en 2 bedoelde bijstand wordt geweigerd, dienen dat besluit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Artikel 12. Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid
1.

De uit hoofde van dit protocol ontvangen informatie wordt uitsluitend overeenkomstig de doelen van dit protocol gebruikt.

2.

Het gebruik van uit hoofde van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures betreffende met de douanewetgeving strijdige handelingen wordt beschouwd als gebruik overeenkomstig de doelen van dit protocol. De Partijen kunnen derhalve in het kader van de bewijsvoering, in rapporten en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruikmaken van de informatie die zij op grond van deze bijlage hebben verkregen en van de documenten waarin zij op grond van deze bijlage inzage hebben gekregen. De aangezochte autoriteit die de informatie heeft verstrekt of die inzage heeft gegeven in de documenten, kan als voorwaarde stellen dat zij van zulk gebruik in kennis wordt gesteld.

3.

Indien een van de Partijen de informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, vraagt zij de autoriteit die de informatie heeft verstrekt vooraf om schriftelijke toestemming. Voor dat gebruik gelden dan de door die autoriteit opgelegde voorwaarden.

4.

Alle informatie, ongeacht de vorm ervan, die uit hoofde van dit protocol wordt verstrekt, is vertrouwelijk of is alleen bestemd voor beperkte verspreiding, in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving van elke Partij. Die informatie valt onder de geheimhoudingsplicht en wordt beschermd uit hoofde van de wet- en regelgeving inzake dergelijke informatie op het grondgebied van de ontvangende Partij. De Partijen informeren elkaar over hun toepasselijke wet- en regelgeving.

5.

Persoonsgegevens mogen alleen worden doorgegeven in overeenstemming met de gegevensbeschermingsregels van de Partij die de gegevens verstrekt. Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van de toepasselijke regels voor gegevensbescherming en stelt, indien nodig, alles in het werk om overeenstemming te bereiken over aanvullende bescherming.

Artikel 13. Deskundigen en getuigen

De aangezochte autoriteit kan een ambtenaar machtigen om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en om de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de oproeping dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of bestuurlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij of zij zal worden ondervraagd.

Artikel 14. Kosten van de bijstand
1.

De Partijen zien af van wederzijdse vorderingen voor de vergoeding van kosten voor de uitvoering van dit protocol.

2.

De kosten en de vergoedingen die worden betaald aan deskundigen, getuigen, tolken en vertalers, met uitzondering van ambtenaren, worden waar passend gedragen door de verzoekende Partij.

3.

Indien de uitvoering van het verzoek buitengewone uitgaven met zich meebrengt, stellen de Partijen de voorwaarden vast waaronder het verzoek moet worden uitgevoerd, evenals de wijze waarop die kosten moeten worden gedragen.

Artikel 15. Uitvoering
1.

Met de uitvoering van dit protocol zijn enerzijds de douaneautoriteiten van Chili en anderzijds de bevoegde diensten van de Europese Commissie en, waar passend, de douaneautoriteiten van de lidstaten belast. Die autoriteiten en diensten stellen alle voor de toepassing van dit protocol noodzakelijke praktische maatregelen en regelingen vast, rekening houdend met de wederzijdse toepasselijke wet- en regelgeving, met name op het gebied van de gegevensbescherming.

2.

De Partijen houden elkaar geïnformeerd over de nadere uitvoeringsmaatregelen die elk van de Partijen overeenkomstig dit protocol vaststelt, met name ten aanzien van de bevoegde diensten en de als bevoegd voor het verzenden en ontvangen van de in dit protocol bedoelde mededelingen aangewezen ambtenaren.

3.

In de EU-Partij laat dit protocol de doorgifte van gegevens die uit hoofde van dit protocol zijn verkregen tussen de bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten onverlet.

Artikel 16. Andere overeenkomsten

De bepalingen van dit protocol hebben voorrang boven de bepalingen van bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken die tussen afzonderlijke lidstaten van de Unie en Chili zijn of kunnen worden gesloten, voor zover die bilaterale overeenkomsten van dergelijke overeenkomsten onverenigbaar zijn met dit protocol.

Artikel 17. Overleg

Met betrekking tot de interpretatie en uitvoering van dit protocol plegen de Partijen overleg om eventuele kwesties in dat verband op te lossen in het kader van het op grond van Artikel 8.8, lid 1 van deze overeenkomst ingestelde Subcomité Douane, Handelsbevordering en Oorsprongsregels.

De Partijen,

Herinnerend aan hun gedeelde waarden en de sterke culturele, politieke, economische en samenwerkingsbanden die hen verenigen,

Herinnerend aan hun verbintenis om de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002, te moderniseren en te vervangen om de nieuwe politieke en economische realiteit in aanmerking te nemen,

Nogmaals bevestigend dat zij vastbesloten zijn hun samenwerking met betrekking tot bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang te versterken,

Ervan overtuigd dat de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds („de geavanceerde kaderovereenkomst”) en de Interimovereenkomst inzake Handel tussen de Europese Unie en de Republiek Chili („de Interim-handelsovereenkomst”), beide partijen ten goede zullen komen bij het aanwakkeren van het economisch herstel na de COVID-19-crisis, het genereren van groei in een geopolitieke context die wordt gekenmerkt door toegenomen instabiliteit, en het verder versterken van hun banden,

Vastbesloten ervoor te zorgen dat de geavanceerde kaderovereenkomst duurzaamheid bevordert, zodat economische groei gepaard gaat met de bescherming van fatsoenlijk werk, klimaat en milieu, met volledige inachtneming van de gedeelde waarden en prioriteiten van de Partijen, waaronder steun voor de groene transitie en de bevordering van verantwoorde en duurzame waardeketens, en

Erkennend dat een inclusieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van de geavanceerde kaderovereenkomst van essentieel belang is voor het tijdig identificeren van uitdagingen, kansen en prioriteiten, en voor het toezicht op de respectieve overeengekomen acties,

geven uiting aan hun gezamenlijke voornemen om de geavanceerde kaderovereenkomst snel te sluiten en vervolgens samen te werken bij de uitvoering van de duurzaamheidsaspecten ervan, geleid door de volgende overwegingen:

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)