Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2023-12-13
State In force
Source BWB
artikelen 627
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Elke Partij richt een functioneel onafhankelijke instantie of instanties op of houdt die in stand welke:

  • a. de voorwaarden en de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van het elektriciteitsnetwerk vaststellen of goedkeuren; en
  • b. binnen een redelijke termijn geschillen oplossen over passende voorwaarden en tarieven voor de toegang tot en het gebruik van het elektriciteitsnetwerk.
2.

Bij het vervullen van hun taken en het uitoefenen van hun in lid 1 vastgestelde bevoegdheden treden de instanties op transparante en onpartijdige wijze op ten aanzien van gebruikers, eigenaars en systeemexploitanten van het elektriciteitsnetwerk.

Artikel 15.12. Samenwerking inzake normen
1.

Teneinde onnodige technische handelsbelemmeringen met betrekking tot energiegoederen en grondstoffen te voorkomen, op te sporen en weg te nemen, is hoofdstuk 16 van toepassing op die goederen en stoffen.

2.

In overeenstemming met de artikelen 16.4 en 16.6 bevorderen de Partijen zo nodig de samenwerking tussen hun relevante regelgevende instanties en normalisatie-instellingen op gebieden zoals energie-efficiëntie, duurzame energie en grondstoffen, teneinde onder meer bij te dragen tot de handel, investeringen en duurzame ontwikkeling door middel van:

  • a. de convergentie of harmonisatie, indien mogelijk, van hun respectieve huidige normen, op basis van wederzijdse belangen en wederkerigheid, en op de door de betrokken regelgevende instanties en normalisatie-instellingen af te spreken wijzen;
  • b. gezamenlijke analyses, methoden en benaderingen, indien mogelijk, om de ontwikkeling van relevante test- en meetnormen te ondersteunen en te vergemakkelijken, in samenwerking met hun bevoegde normalisatie-instellingen;
  • c. de ontwikkeling van gemeenschappelijke normen, indien mogelijk, op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie; en
  • d. de bevordering van normen inzake grondstoffen, apparatuur voor de opwekking van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, met inbegrip van productontwerp en etikettering, waar passend via bestaande internationale samenwerkingsinitiatieven.
3.

Met het oog op de uitvoering van dit hoofdstuk zijn de Partijen erop gericht de ontwikkeling en het gebruik van open normen en de interoperabiliteit van netwerken, systemen, inrichtingen, toepassingen of onderdelen in de sectoren voor energie en grondstoffen te bevorderen.

Artikel 15.13. Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

De Partijen erkennen dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie essentiële elementen zijn om de doeltreffendheid, de duurzaamheid en het concurrentievermogen in de sectoren voor energie en grondstoffen verder te ontwikkelen. De Partijen werken, indien passend, onder meer samen aan:

  • a. de bevordering van onderzoek. ontwikkeling, innovatie en verspreiding van milieuvriendelijke en kosteneffectieve technologieën, processen en praktijken op het gebied van energie en grondstoffen;
  • b. de bevordering van het creëren van meerwaarde, tot wederzijds voordeel van de Partijen, en de verhoging van de productiecapaciteit op het gebied van energie en grondstoffen; en
  • c. de versterking van de capaciteitsopbouw in het kader van initiatieven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie.
Artikel 15.14. Samenwerking op het gebied van energie en grondstoffen
1.

De Partijen werken, indien passend, samen op het gebied van energie en grondstoffen met het oog op onder meer:

  • a. de vermindering of afschaffing van maatregelen die op zich of in combinatie met andere maatregelen de handel en investeringen kunnen verstoren, met inbegrip van maatregelen van technische, regelgevende of economische aard die invloed hebben op de sectoren voor energie en grondstoffen;
  • b. de bespreking, indien mogelijk, van hun standpunten in internationale fora waarin relevante handels- en investeringskwesties worden besproken, en de bevordering van internationale programma’s op het gebied van energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en grondstoffen; en
  • c. de bevordering van verantwoord ondernemerschap in overeenstemming met internationale normen die bekrachtigd zijn of worden gesteund door de Partijen, zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en hoofdstuk IX daarvan inzake wetenschap en technologie in het bijzonder.
2.

De Partijen erkennen dat het noodzakelijk is de uitrol van hernieuwbare en koolstofarme energiebronnen te versnellen, de energie-efficiëntie te verhogen en innovatie te bevorderen, en om toegang te garanderen tot veilige, duurzame en betaalbare energie. De Partijen werken samen aan relevante vraagstukken van gemeenschappelijk belang, zoals:

  • a. hernieuwbare energie, met name met betrekking tot technologieën, de integratie in en toegang tot het elektriciteitssysteem, opslag en flexibiliteit, en de gehele toeleveringsketen voor hernieuwbare waterstof;
  • b. energie-efficiëntie, met inbegrip van regelgeving, beste praktijken en doeltreffende en duurzame verwarmings- en koelsystemen;
  • c. elektromobiliteit en de uitrol van laadinfrastructuur; en
  • d. open en concurrerende energiemarkten.
3.

De Partijen erkennen hun gezamenlijke inzet voor verantwoorde inkoop en duurzame productie van grondstoffen en hun wederzijds belang bij het bevorderen van de integratie van de waardeketens van grondstoffen. De Partijen werken samen aan relevante vraagstukken van gemeenschappelijk belang, zoals:

  • a. verantwoorde mijnbouwpraktijken en de duurzaamheid van de waardeketens van grondstoffen, met inbegrip van de bijdrage van de waardeketens van grondstoffen aan de verwezenlijking van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;
  • b. waardeketens van grondstoffen, waaronder het creëren van meerwaarde; en
  • c. de vaststelling van gebieden van wederzijds belang voor de samenwerking inzake onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieactiviteiten met betrekking tot de gehele waardeketen van grondstoffen, waaronder baanbrekende technologie, slimme mijnbouw en digitale mijnen.
4.

De Partijen houden bij de ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten rekening met de beschikbare middelen. Activiteiten kunnen in persoon uitgevoerd worden of via een voor de Partijen beschikbaar technologisch hulpmiddel.

5.

De samenwerkingsactiviteiten kunnen zoals overeengekomen tussen de Partijen met de medewerking van internationale organisaties, mondiale fora en onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld en uitgevoerd.

6.

De Partijen bevorderen, waar passend bij de uitvoering van dit artikel, een goede coördinatie met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 4.5 en 5.2.

Artikel 15.15. Energietransitie en hernieuwbare brandstoffen
1.

Met het oog op de uitvoering van dit hoofdstuk erkennen de Partijen de belangrijke bijdrage van hernieuwbare brandstoffen, waaronder hernieuwbare waterstof, alsook derivaten daarvan, en van hernieuwbare synthetische brandstoffen voor de terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen om de klimaatverandering aan te pakken.

2.

Overeenkomstig artikel 15.12, lid 2, werken de Partijen indien passend samen aan de convergentie of harmonisatie, indien mogelijk, van certificeringsregelingen voor hernieuwbare brandstoffen, bijvoorbeeld regelingen met betrekking tot de uitstoot gedurende de hele levenscyclus en met betrekking tot veiligheidsnormen.

3.

Op het gebied van hernieuwbare brandstoffen werken de Partijen ook samen teneinde:

  • a. maatregelen die de bilaterale handel kunnen verstoren, met inbegrip van maatregelen van technische, regelgevende en economische aard, op te sporen, te verminderen en weg te nemen;
  • b. initiatieven te bevorderen die de bilaterale handel vergemakkelijken om de productie van hernieuwbare waterstof te stimuleren; en
  • c. het gebruik van hernieuwbare brandstoffen te bevorderen, gezien hun bijdrage aan de verlaging van de broeikasgasemissies.
4.

De Partijen moedigen waar passend de ontwikkeling en uitvoering van internationale normen en samenwerking op regelgevingsgebied met betrekking tot hernieuwbare brandstoffen aan, en werken samen in relevante internationale fora teneinde relevante certificeringsregelingen te ontwikkelen om te voorkomen dat er ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen ontstaan.

Artikel 15.16. Uitzondering voor kleine en geïsoleerde elektriciteitssystemen
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk erkennen de Partijen dat hun wet- en regelgeving bijzondere regelingen kan omvatten voor kleine en geïsoleerde elektriciteitssystemen.

2.

Op grond van lid 1 kan een Partij maatregelen ten aanzien van kleine en geïsoleerde elektriciteitssystemen handhaven, vaststellen of uitvoeren die afwijken van artikelen 15.6, 15.7, 15.9, 15.10 en 15.11, mits dergelijke maatregelen geen verkapte beperkingen van de handel of investeringen tussen de Partijen vormen.

Artikel 15.17. Subcomité voor de handel in goederen
1.

Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité voor de handel in goederen (het „subcomité”) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit hoofdstuk en de bijlagen 15-A en 15-B. De in artikel 9.18, in de punten a), c), d) en e), omschreven taken zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.

2.

Overeenkomstig de artikelen 15.12, 15.13, 15.14 en 15.15 kan het subcomité de Partijen aanbevelen andere onderlinge samenwerkingsvormen op het gebied van energie en grondstoffen vast te stellen of te bevorderen.

3.

Indien onderling overeengekomen door de Partijen komt het subcomité bijeen in vergaderingen die zijn gewijd aan de uitvoering van dit hoofdstuk. Bij de voorbereiding van dergelijke vergaderingen kan elke Partij zo nodig rekening houden met de inbreng van relevante belanghebbenden of deskundigen.

4.

Elke Partij wijst een contactpunt aan om de uitvoering van dit hoofdstuk te vergemakkelijken, onder meer door de passende betrokkenheid van vertegenwoordigers van een Partij te waarborgen, de andere Partij in kennis te stellen van haar contactgegevens en onverwijld de andere Partij op de hoogte te brengen van enige wijziging van die contactgegevens. Voor Chili is het contactpunt een vertegenwoordiger van het Ondersecretariaat voor Internationale Economische Betrekkingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of de opvolger daarvan.

HOOFDSTUK 16. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel 16.1. Doelstelling

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de Partijen te versterken en te bevorderen door onnodige technische handelsbelemmeringen te voorkomen, op te sporen en weg te nemen en door verdere samenwerking op regelgevingsgebied te bevorderen.

Artikel 16.2. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de opstelling, aanneming en toepassing van alle normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst, die de handel in goederen tussen de Partijen kunnen beïnvloeden.

2.

Niettegenstaande lid 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

  • a. aankoopspecificaties die door overheidsorganen zijn opgesteld om te voorzien in de productie- of verbruiksbehoeften van die organen die zijn opgenomen in hoofdstuk 28; of
  • b. sanitaire en fytosanitaire maatregelen die vallen onder hoofdstuk 13.
Artikel 16.3. Opneming van enkele bepalingen van TBT-Overeenkomst

De artikelen 2 tot en met 9 en de bijlagen 1 en 3 bij de TBT-Overeenkomst worden mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 16.4. Internationale normen
1.

Internationale normen die zijn ontwikkeld door de in bijlage 16-A vermelde organisaties worden beschouwd als de relevante internationale normen in de zin van de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst, voor zover die organisaties bij de ontwikkeling daarvan de beginselen en procedures in acht hebben genomen die zijn neergelegd in het Besluit van de WTO-Commissie technische handelsbelemmeringen inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst.23)G/TBT/9 van 13 november 2000, bijlage 4.

2.

Op verzoek van een Partij kan de Gezamenlijke Raad op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), een besluit tot wijziging van bijlage 16-A vaststellen.

Artikel 16.5. Technische voorschriften
1.

De Partijen erkennen dat het belangrijk is om in overeenstemming met de respectieve regels en procedures van elke Partij een effectbeoordeling op regelgevingsgebied uit te voeren van de voorgenomen technische voorschriften.

2.

Elke Partij beoordeelt de beschikbare regelgevings- en niet-regelgevingsalternatieven voor het voorgestelde technisch voorschrift waarmee de legitieme doelstellingen van de Partij kunnen worden bereikt, overeenkomstig artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst.

3.

Elke Partij gebruikt internationale normen ter zake als basis voor haar technische voorschriften, tenzij de Partij die het technisch voorschrift ontwikkelt. kan aantonen dat die internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de beoogde legitieme doelstellingen.

4.

Indien een Partij geen internationale normen als basis voor haar technische voorschriften heeft gebruikt, stelt zij op verzoek van de andere Partij elke substantiële afwijking van de toepasselijke internationale normen vast en licht zij toe waarom die normen ondoeltreffend of ongeschikt zijn geacht om het nagestreefde doel te bereiken, en verstrekt zij het wetenschappelijke of technische bewijsmateriaal waarop die beoordeling is gebaseerd.

5.

Overeenkomstig de verplichting van elke Partij op grond van artikel 2.3 van de TBT-Overeenkomst, evalueert elke Partij in overeenstemming met haar desbetreffende regels en procedures haar technische voorschriften met het oog op een grote convergentie van die technische voorschriften met relevante internationale normen. Een Partij houdt onder meer rekening met eventuele nieuwe ontwikkelingen bij de toepasselijke internationale normen en met de vraag of de omstandigheden op grond waarvan haar technische voorschriften afwijken van een toepasselijke internationale norm, nog steeds bestaan.

Artikel 16.6. Samenwerking bij regelgeving
1.

De Partijen erkennen dat er een brede waaier van samenwerkingsmechanismen op regelgevingsgebied bestaat om technische handelsbelemmeringen weg te nemen of te voorkomen.

2.

Een Partij kan de andere Partij voorstellen doen voor sectorspecifieke samenwerkingsactiviteiten op regelgevingsgebied voor gebieden die onder dit hoofdstuk vallen. Die voorstellen worden doorgezonden naar het krachtens artikel 16.13 aangewezen contactpunt en omvatten:

  • a. de uitwisseling van informatie over regelgevingsbenaderingen en -praktijken; of
  • b. initiatieven om technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures verder af te stemmen op toepasselijke internationale normen. De andere Partij beantwoordt het voorstel binnen een redelijke termijn.
3.

De in artikel 16.13 bedoelde contactpunten stellen het Gemend Comité in kennis van de samenwerkingsactiviteiten die op grond van dit artikel worden uitgevoerd.

4.

De Partijen streven ernaar informatie uit te wisselen over en samen te werken aan mechanismen om de aanvaarding van conformiteitsbeoordelingsresultaten te bevorderen teneinde onnodige technische handelsbelemmeringen weg te nemen.

5.

De Partijen stimuleren de samenwerking tussen hun respectieve gouvernementele dan wel niet-gouvernementele organisaties die verantwoordelijk zijn voor technische voorschriften, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditering en metrologie om de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden aan te pakken.

6.

Niets in dit artikel wordt zodanig uitgelegd dat een Partij verplicht is:

  • a. af te wijken van haar procedures ter voorbereiding en vaststelling van regelgevingsmaatregelen;
  • b. te handelen op een wijze die de tijdige vaststelling van regelgevingsmaatregelen ter verwezenlijking van haar doelstellingen van openbaar beleid zou ondermijnen of belemmeren; of
  • c. een specifiek resultaat inzake regelgeving te bereiken.
7.

Voor de toepassing van dit artikel en de bepalingen inzake samenwerking uit hoofde van de bijlagen 16-A tot en met 16-E, treedt de Europese Commissie op namens de EU-Partij.

Artikel 16.7. Samenwerking inzake markttoezicht, naleving en veiligheid van non-foodproducten
1.

De Partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van markttoezicht, conformiteit en veiligheid van non-foodproducten voor de bevordering van de handel en de bescherming van consumenten en andere gebruikers, en het belang van het opbouwen van wederzijds vertrouwen op basis van gedeelde informatie.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

  • a. „consumentenproducten”: goederen die bestemd zijn voor of waarschijnlijk worden gebruikt door consumenten, met uitzondering van levensmiddelen, medische hulpmiddelen en medicinale producten; en
  • b. „markttoezicht”: activiteiten die plaatsvinden en maatregelen die worden genomen door overheidsinstanties, met inbegrip van activiteiten die plaatsvinden en maatregelen die in samenwerking met marktdeelnemers worden genomen, op de grondslag van procedures van een Partij die haar in staat te stellen de conformiteit van producten aan de vereisten van haar wet- en regelgeving te monitoren of aan te pakken.
3.

Om de onafhankelijke en onpartijdige werking van het markttoezicht te waarborgen, ziet elke Partij erop toe dat:

  • a. markttoezichtfuncties en conformiteitsbeoordelingsfuncties van elkaar zijn gescheiden; en
  • b. dat er geen sprake is van belangen die de onpartijdigheid van markttoezichtautoriteiten bij de verrichting van hun controle of toezicht op marktdeelnemers in het gedrang kunnen brengen.
4.

De Partijen kunnen samenwerken en informatie uitwisselen op het gebied van de veiligheid en conformiteit van non-foodproducten, hetgeen met name het volgende kan omvatten:

  • a. markttoezicht en handhavingsactiviteiten en -maatregelen;
  • b. methoden voor risicobeoordeling en productbeproeving;
  • c. gecoördineerde terugroepacties voor producten of andere vergelijkbare acties;
  • d. wetenschappelijke, technische en regelgevingsaangelegenheden, om de veiligheid en conformiteit van non-foodproducten te verbeteren;
  • e. nieuwe kwesties die van groot belang zijn op het gebied van gezondheid en veiligheid;
  • f. met normalisatie verband houdende activiteiten; en
  • g. uitwisseling van ambtenaren.
5.

De EU-Partij kan Chili geselecteerde informatie uit haar systeem voor snelle uitwisseling van informatie over consumentenproducten verstrekken als bedoeld in Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad24)Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB EU L 11 van 15.1.2002, blz. 4). of de opvolger daarvan, en Chili kan de EU-Partij geselecteerde informatie verstrekken over de veiligheid van consumentenproducten en over preventieve, beperkende en corrigerende maatregelen die het heeft genomen met betrekking tot consumentenproducten. De uitwisseling van informatie kan als volgt plaatsvinden:

  • a. niet stelselmatig, in naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen, met uitzondering van persoonsgegevens; en
  • b. stelselmatig, op basis van een regeling bij besluit van de Gezamenlijke Raad, die moet worden uiteengezet in bijlage 16-D.
6.

De Gezamenlijke Raad kan een besluit vaststellen om een regeling vast te stellen voor de regelmatige uitwisseling, ook langs elektronische weg, van informatie betreffende andere dan de door lid 5 van dit artikel bestreken maatregelen met betrekking tot niet-conforme non-foodproducten, die moeten worden uiteengezet in bijlage 16-E.

7.

Elke Partij gebruikt de op grond van de leden 4, 5 en 6 verkregen informatie uitsluitend ter bescherming van consumenten, de gezondheid, de veiligheid of het milieu.

8.

Elke Partij behandelt de op grond van de leden 4, 5 en 6 verkregen informatie als vertrouwelijk.

9.

In de in lid 5, punt b), en lid 6 bedoelde regelingen wordt de productomschrijving en de aard van de informatie die moet worden uitgewisseld nader bepaald, alsook op welke wijze de uitwisseling plaatsvindt en voorschriften inzake vertrouwelijkheid en bescherming van persoonsgegevens worden toegepast.

10.

De Gezamenlijke Raad is op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), bevoegd besluiten vast te stellen tot vaststelling of wijziging van de regelingen in de bijlagen 16-D en 16-E.

Artikel 16.8. Standaarden
1.

Teneinde normen op een zo breed mogelijke grondslag te harmoniseren, moedigt elke Partij de normalisatie-instellingen op haar grondgebied, alsook de regionale normalisatie-instellingen waarvan de Partij of de normalisatie-instellingen op haar grondgebied lid zijn, ertoe aan:

  • a. om binnen hun mogelijkheden mee te werken aan de opstelling van internationale normen door de bevoegde internationale normalisatie-instellingen;
  • b. om de toepasselijke internationale normen te gebruiken als grondslag voor de normen die zij ontwikkelen, behalve wanneer dergelijke internationale normen ondoeltreffend of ongeschikt zouden zijn, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende bescherming bieden of wegens fundamentele klimatologische of geografische omstandigheden, of fundamentele technologische problemen;
  • c. om doublures of overlappingen met de werkzaamheden van de internationale normalisatie-instellingen te voorkomen;
  • d. om niet op de toepasselijke internationale normen gebaseerde nationale en regionale normen regelmatig te evalueren, teneinde de convergentie ervan met de toepasselijke internationale normen te verbeteren;
  • e. om samen te werken met de desbetreffende normalisatie-instellingen van de andere Partij bij internationale normalisatieactiviteiten, onder meer in de internationale normalisatie-instellingen of op regionaal niveau; en
  • f. om de bilaterale samenwerking tussen henzelf en de normalisatie-instellingen van de andere Partij te bevorderen.
2.

De Partijen wisselen informatie uit over:

  • a. hun gebruik van normen ter ondersteuning van technische voorschriften; en
  • b. hun normalisatieprocessen, en de mate waarin zij internationale, regionale of subregionale normen als grondslag voor hun nationale normen gebruiken.
3.

Wanneer normen door opname of verwijzing in een ontwerp van een technisch voorschrift of conformiteitsbeoordelingsprocedure verplicht worden gesteld, zijn de transparantieverplichtingen van artikel 16.10 van deze overeenkomst en van de artikelen 2 of 5 van de TBT-Overeenkomst van toepassing.

Artikel 16.9. Overeenstemmingsbeoordeling
1.

De bepalingen van artikel 16.5 betreffende de opstelling, aanneming en toepassing van technische voorschriften zijn mutatis mutandis ook op conformiteitsbeoordelingsprocedures van toepassing.

2.

Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling verlangt als een positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is:

  • a. kiest die Partij conformiteitsbeoordelingsprocedures die evenredig zijn met de desbetreffende risico’s;
  • b. overweegt die Partij, met inachtneming van haar wet- en regelgeving, het gebruik van een conformiteitsverklaring van een leverancier als een van de mogelijke bewijzen van conformiteit met een technisch voorschrift; en
  • c. verstrekt zij, indien de andere Partij daarom verzoekt, informatie over de criteria die worden gebruikt om de conformiteitbeoordelingsprocedures voor specifieke producten te selecteren.
3.

Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling door een derde verlangt als positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is, en zij die taak niet aan een overheidsinstantie heeft voorbehouden als bedoeld in lid 4, dan:

  • a. maakt zij bij voorkeur gebruik van accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties;
  • b. maakt zij bij voorkeur gebruik van internationale normen voor accreditatie en conformiteitsbeoordeling, alsook van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instanties van de Partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld via de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Cooperation („ILAC”) en het International Accreditation Forum („IAF”);
  • c. sluit zij zich aan bij of, naargelang het geval, moedigt zij haar conformiteitsbeoordelingsinstanties aan zich aan te sluiten bij alle geldende internationale overeenkomsten of regelingen voor harmonisatie of bevordering van de aanvaarding van conformiteitsbeoordelingsresultaten;
  • d. zorgt zij ervoor dat, indien voor een bepaald product of een reeks producten meer dan één conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangewezen, de marktdeelnemers kunnen kiezen welke conformiteitsbeoordelingsinstantie de conformiteitsbeoordelingsprocedure zal uitvoeren;
  • e. ziet zij erop toe dat conformiteitsbeoordelingsinstanties onafhankelijk zijn van fabrikanten, importeurs en marktdeelnemers in het algemeen en dat er tussen accreditatie-instanties en conformiteitsbeoordelingsinstanties geen sprake is van belangenconflicten;
  • f. staat zij conformiteitsbeoordelingsinstanties toe om onderaannemers in te schakelen voor het uitvoeren van proeven of het verrichten van inspecties in verband met de conformiteitsbeoordeling, waaronder ook onderaannemers die zijn gevestigd op het grondgebied van de andere Partij; geen van de bepalingen in dit punt wordt zodanig uitgelegd dat zij een Partij verbiedt van onderaannemers te verlangen dat zij voldoen aan dezelfde eisen als die waaraan de conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee zij een verbintenis is aangegaan, zou moeten voldoen om de uitbestede tests of controles zelf uit te voeren; en
  • g. maakt zij op officiële websites een lijst bekend van de instanties die zij heeft aangewezen om dergelijke conformiteitsbeoordelingen uit te voeren alsook de relevante informatie over de reikwijdte van de aanwijzing van elk van die instanties.
4.

Niets in dit artikel belet een Partij te verzoeken dat de conformiteitsbeoordeling voor specifieke producten door haar aangewezen overheidsinstanties wordt uitgevoerd. In dergelijke gevallen moet de Partij:

  • a. de conformiteitsbeoordelingsvergoedingen beperken tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en, op verzoek van een aanvrager van een conformiteitsbeoordeling, toelichten hoe eventuele vergoedingen die die Partij voor een dergelijke conformiteitsbeoordeling in rekening brengt qua bedrag beperkt blijven tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten; en
  • b. de vergoedingen voor conformiteitsbeoordelingen openbaar maken of op verzoek ter beschikking stellen.
5.

Niettegenstaande de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, in de gevallen waarin de EU-Partij een conformiteitsverklaring van een leverancier op de gebieden die worden vermeld in bijlage 16-B aanvaardt, voorziet Chili overeenkomstig zijn wet- en regelgeving een doeltreffende en transparante procedure voor de aanvaarding van certificaten en testverslagen, afgegeven door conformiteitsbeoordelingsinstanties die op het grondgebied van de EU-Partij zijn gevestigd en zijn geaccrediteerd door een accreditatie-instantie die is aangesloten bij de internationale regelingen voor wederzijdse erkenning van de ILAC of de IAF als een garantie dat een product voldoet aan de vereisten van de technische voorschriften van Chili.

6.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „conformiteitsverklaring van een leverancier” een eigen verklaring van de fabrikant verstaan onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van die fabrikant op basis van de resultaten van een geschikt type conformiteitsbeoordeling, waarbij een verplichte beoordeling door een derde wordt uitgesloten, als garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is waarin dergelijke conformiteitsbeoordelingsprocedures worden vastgesteld.

7.

Op verzoek van een van de Partijen evalueert het in artikel 16.14 bedoelde subcomité de lijst van goederen in alinea 1 van bijlage 16-B. Het subcomité kan de Gezamenlijke Raad aanbevelen bijlage 16-B te wijzigen op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a).

Artikel 16.10. Transparantie
1.

Overeenkomstig haar respectieve regels en procedures en onverminderd hoofdstuk 36 ziet elke Partij er bij de ontwikkeling van belangrijke technische voorschriften die aanzienlijke gevolgen voor de handel in goederen kunnen hebben op toe dat er transparantieprocedures bestaan die personen van de Partijen in staat stellen input te leveren door middel van een openbare raadplegingsprocedure, behalve wanneer zich dringende problemen voordoen of dreigen voor te doen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid.

2.

Elke Partij staat personen van de andere Partij toe aan de in lid 1 vermelde raadplegingsprocedure deel te nemen onder voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die welke voor haar eigen personen gelden, en maakt de resultaten van die raadplegingsprocedure openbaar.

3.

Elke Partij biedt, na haar kennisgeving inzake voorgestelde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures aan het centrale register voor kennisgevingen van de WTO, de andere Partij een periode van ten minste 60 dagen waarin die schriftelijke opmerkingen kan indienen, tenzij er zich dringende problemen voordoen of dreigen voor te doen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid. Een Partij neemt elk redelijk verzoek van de andere Partij om verlenging van die termijn voor het indienen van opmerkingen in overweging.

4.

Wanneer de tekst waarvan kennisgeving is gedaan niet in een van de officiële talen van de WTO is gesteld, verstrekt de kennisgevende Partij een gedetailleerde en uitvoerige beschrijving van de inhoud van de voorgestelde technische voorschriften en de voorgestelde conformiteitsbeoordelingsprocedures in de vorm van de model-kennisgeving van de WTO.

5.

Indien een Partij schriftelijke opmerkingen ontvangt zoals beschreven in lid 3:

  • a. bespreekt zij, op verzoek van de andere Partij, de schriftelijke opmerkingen met de medewerking van haar bevoegde regelgevende instantie op een tijdstip waarop daarmee rekening kan worden gehouden; en
  • b. antwoordt zij uiterlijk op de dag van de bekendmaking van het aangenomen technisch voorschrift of de aangenomen conformiteitsbeoordelingsprocedure schriftelijk op de opmerkingen.
6.

Elke Partij tracht haar antwoorden op de in lid 3 bedoelde schriftelijke opmerkingen die zij van de andere Partij ontvangt, uiterlijk op de datum van de bekendmaking van het aangenomen technisch voorschrift of van de aangenomen conformiteitsbeoordelingsprocedure bekend te maken op een website.

7.

Een Partij verstrekt de andere Partij desgevraagd nadere informatie over het doel van, de rechtsgrondslag en de grondgedachte voor een technisch voorschrift dat of een conformiteitsbeoordelingsprocedure die zij heeft vastgesteld of voornemens is vast te stellen.

8.

Elke Partij ziet erop toe dat de door haar aangenomen technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures kosteloos toegankelijk zijn via officiële websites of publicaties op het internet.

9.

Elke Partij verstrekt in de vorm van een addendum bij de oorspronkelijke kennisgeving aan het centraal register van kennisgevingen van de WTO, informatie over de vaststelling en de inwerkingtreding van het technische voorschrift of de conformiteitsbeoordelingsprocedure en de vastgestelde definitieve tekst.

10.

Elke Partij voorziet in een redelijke termijn tussen de bekendmaking van technische voorschriften en de inwerkingtreding ervan, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 2.12 van de TBT-Overeenkomst. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „redelijke termijn” verstaan een periode van niet minder dan zes maanden, behalve wanneer een dergelijke periode ondoeltreffend zou zijn voor het bereiken van de nagestreefde legitieme doelstellingen.

11.

Wanneer een Partij voordat de in lid 3 bedoelde termijn voor het indienen van opmerkingen was verstreken, een redelijk verzoek van de andere Partij heeft ontvangen dat strekt tot verlenging van de termijn tussen de bekendmaking van het technisch voorschrift en de dag waarop het van toepassing wordt, neemt zij dat in overweging, tenzij de vertraging niet doeltreffend zou zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken.

Artikel 16.11. Markering en etikettering
1.

De Partijen bevestigen dat hun technische voorschriften die markerings- of etiketteringsvoorschriften omvatten of uitsluitend daarop betrekking hebben, de beginselen van artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst in acht nemen.

2.

Tenzij dat noodzakelijk is om de in artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst bedoelde legitieme doelstellingen te verwezenlijken, moet een Partij wanneer zij merktekens of etikettering van producten verplicht stelt:

  • a. uitsluitend informatie verlangen die van belang is voor de consumenten of de gebruikers van het product of die aangeeft dat het product voldoet aan de verplichte technische vereisten;
  • b. geen voorafgaande goedkeuring, registratie of certificering van de merktekens of etiketten van producten verlangen, en evenmin betaling van een vergoeding, als voorwaarde voor het in de handel brengen van producten die anderszins in overeenstemming zijn met haar bindende technische voorschriften;
  • c. indien zij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, een dergelijk nummer zonder onnodige vertraging en op niet-discriminerende grondslag toekennen aan de marktdeelnemers van de andere Partij;
  • d. het volgende toestaan, tenzij dat misleidend, tegenstrijdig of verwarrend is ten opzichte van de informatie die in de invoerende Partij van de goederen moet worden verstrekt:
  • i. informatie in meer talen dan alleen de taal die in de invoerende Partij van de goederen is voorgeschreven, wordt verstrekt;
  • ii. internationaal aanvaarde nomenclaturen, pictogrammen, symbolen of afbeeldingen worden gebruikt; en
  • iii. meer informatie dan die welke in de invoerende Partij van de goederen is voorgeschreven, wordt verstrekt;
  • e. aanvaarden dat etikettering, met inbegrip van aanvullende etikettering en/of correcties op de etikettering, plaatsvindt in douane-entrepots of andere aangewezen zones in het land van invoer, als alternatief voor etikettering in het land van herkomst, tenzij die etikettering om redenen van openbare gezondheid of veiligheid moet worden aangebracht door daartoe gemachtigde personen; en
  • f. ernaar streven niet-permanente of verwijderbare etiketten te aanvaarden, of te aanvaarden dat de relevante informatie wordt opgenomen in de begeleidende documenten in plaats van in fysiek op het product aangebrachte etiketten.
Artikel 16.12. Technisch overleg en raadplegingen
1.

Een Partij kan de andere Partij verzoeken informatie te verstrekken over elke onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheid. De andere Partij verstrekt die informatie binnen een redelijke termijn.

2.

Indien een Partij van oordeel is dat een ontwerp of voorstel voor een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure van de andere Partij aanzienlijke nadelige gevolgen kan hebben voor de handel tussen de Partijen, kan zij om technisch overleg over haar bezorgdheden ten aanzien van de maatregel verzoeken. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van:

  • a. de maatregel;
  • b. de bepalingen van dit hoofdstuk waarop de bezorgdheden van de verzoekende Partij betrekking heeft; en
  • c. de redenen voor het verzoek, met inbegrip van een beschrijving van de bezorgdheden van de verzoekende Partij ten aanzien van de maatregel.
3.

De Partij dient op grond van dit artikel een verzoek in bij het op grond van artikel 16.13. aangewezen contactpunt van de andere Partij.

4.

Op verzoek van een Partij komen de Partijen binnen 60 dagen na de datum van het verzoek bijeen om de in het in lid 2 bedoelde verzoek aan de orde gestelde bezorgdheden persoonlijk of via video- of teleconferentie te bespreken. De Partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om de aangelegenheid zo spoedig mogelijk op een voor beide Partijen bevredigende wijze op te lossen.

5.

Indien de verzoekende Partij van mening is dat de zaak dringend is, kan zij de andere Partij verzoeken op een kortere termijn samen te komen. De andere Partij neemt dat verzoek in overweging.

6.

Ter verduidelijking: dit artikel laat de rechten en verplichtingen van beide Partijen uit hoofde van hoofdstuk 38 onverlet.

Artikel 16.13. Contactpunten
1.

Elke Partij wijst een contactpunt aan om samenwerking en coördinatie in het kader van dit hoofdstuk te vergemakkelijken en deelt de andere Partij de contactgegevens daarvan mee. Een Partij stelt de andere Partij onverwijld in kennis van alle wijzigingen van die gegevens over het contactpunt.

2.

De contactpunten werken samen om de uitvoering van dit hoofdstuk en de samenwerking tussen de Partijen aan alle aangelegenheden met betrekking tot technische handelsbelemmeringen te vergemakkelijken. De contactpunten:

  • a. organiseren het technisch overleg en de raadplegingen zoals bedoeld in artikel 16.12;
  • b. stellen onverwijld een onderzoek in wanneer door een Partij een kwestie wordt voorgelegd in verband met het ontwikkelen, het aannemen, het toepassen of het handhaven van normen, technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  • c. organiseren op verzoek van een Partij een overleg over aangelegenheden die zich uit hoofde van dit hoofdstuk voordoen; en
  • d. wisselen informatie uit over ontwikkelingen in niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora in verband met normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures.
3.

De contactpunten communiceren met elkaar via enigerlei overeengekomen methode die geschikt is voor de uitvoering van hun taken.

Artikel 16.14. Subcomité Technische handelsbelemmeringen

Het Subcomité Technische handelsbelemmeringen (het „subcomité”) dat op grond van artikel 8.8, lid 1, is opgericht:

  • a. houdt toezicht op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk;
  • b. werkt nauwer samen bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  • c. stelt prioritaire gebieden van wederzijds belang vast met het oog op toekomstige werkzaamheden in het kader van dit hoofdstuk en neemt voorstellen voor nieuwe initiatieven in overweging;
  • d. monitort en bespreekt de ontwikkelingen in het kader van de TBT-Overeenkomst; en
  • e. neemt alle overige stappen die de Partijen behulpzaam achten bij de uitvoering van dit hoofdstuk en de TBT-Overeenkomst.

HOOFDSTUK 17. INVESTERINGEN

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 17.1. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen inzake financiële instellingen uit de andere Partij, inzake investeerders uit de andere Partij of inzake de investeringen van die investeerders in financiële instellingen op het grondgebied van die Partij, zoals gedefinieerd in artikel 25.2.

Artikel 17.2. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C wordt verstaan onder:

  • a. „activiteiten verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: activiteiten die worden verricht, met inbegrip van diensten die worden verleend, noch op commerciële basis noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers;
  • b. „reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen”: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;
  • c. „diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen”: dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;
  • d. „onder deze overeenkomst vallende investering”: een investering overeenkomstig het toepasselijke recht die een of meer investeerders van een Partij rechtstreeks of indirect in eigendom heeft/hebben, of waarover die rechtstreeks of indirect zeggenschap uitoefent/uitoefenen, op het grondgebied van de andere Partij, en die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bestaat of daarna wordt gedaan;
  • e. „grensoverschrijdende dienstverlening”: de verlening van een dienst:
  • i. vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of
  • ii. op het grondgebied van een Partij ten behoeve van de gebruiker van een dienst uit de andere Partij;
  • f. „economische activiteiten”: de activiteiten van industriële, commerciële of professionele aard en de activiteiten van ambachtslieden, met inbegrip van de verlening van diensten, met uitzondering van activiteiten verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;
  • g. „onderneming”: een rechtspersoon, filiaal of vertegenwoordigingskantoor, opgericht of opgezet door middel van vestiging;
  • h. „vestiging”: het oprichten of opzetten, met inbegrip van de verwerving, van een onderneming door een investeerder uit een Partij op het grondgebied van de andere Partij; 25) Het begrip „verwerving” omvat deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oog op de totstandbrenging of handhaving van duurzame economische banden.
  • i. „vrij converteerbare valuta”: een valuta die vrij kan worden geruild tegen valuta’s die op grote schaal op internationale valutamarkten worden verhandeld en op grote schaal bij internationale transacties worden gebruikt;
  • j. „grondafhandelingsdiensten”: de verlening op een luchthaven, op basis van een vast tarief of een contract, van de volgende diensten: vertegenwoordiging van, beheer van en toezicht op een luchtvaartmaatschappij; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; platformdiensten; catering, met uitzondering van de bereiding van levensmiddelen; luchtvracht- en -postafhandeling; brandstofvoorziening van luchtvaartuigen, onderhoud en schoonmaak van luchtvaartuigen; vervoer op de grond; en vluchtuitvoeringen, bemanningsadministratie en vluchtplanning; grondafhandelingsdiensten omvatten niet de volgende diensten: zelfafhandeling; beveiliging; lijnonderhoud; reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen; of het beheer of de exploitatie van essentiële gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen, bagageafhandelingssystemen of vaste interne luchthaventransportsystemen;
  • k. „investering”: elk actief onder rechtstreekse of onrechtstreekse eigendom of zeggenschap van een investeerder, dat de kenmerken van een investering heeft, waaronder een zekere duur, de vastlegging van kapitaal of andere middelen, de verwachting van voordelen of winst, of risico-overname; investeringen kunnen onder meer de volgende vormen aannemen: voor alle duidelijkheid:
  • i. een onderneming;
  • ii. aandelen en andere vormen van deelneming in het aandelenkapitaal van een onderneming;
  • iii. obligaties, niet-gegarandeerde schuldbekentenissen en andere schuldinstrumenten van een onderneming;
  • iv. futures, opties en andere derivaten;
  • v. op grond van intern recht toegekende concessies, vergunningen, machtigingen, toestemmingen en soortgelijke rechten26)Voor alle duidelijkheid: of een concessie, licentie, vergunning of soortgelijk instrument de kenmerken van een investering heeft, hangt onder meer af van factoren als de aard en de omvang van de rechten die de houder uit hoofde van het recht van die Partij heeft.;
  • vi. kant-en-klare contracten, bouw-, beheers-, productie-, concessie-, inkomstendelingscontracten en andere soortgelijke contracten, met inbegrip van contracten die betrekking hebben op de aanwezigheid van eigendom van een investeerder op het grondgebied van een Partij;
  • vii. intellectuele-eigendomsrechten;
  • viii. alle overige roerende of onroerende, materiële of immateriële goederen en aanverwante eigendomsrechten, zoals huur-, hypotheek-, retentie- en pandrechten.
  • i. alle rendement dat wordt geïnvesteerd, wordt als investering beschouwd en elke wijziging van de vorm waarin activa worden geïnvesteerd of geherinvesteerd laat de kwalificatie daarvan als investering onverlet, mits de vorm van een investering of herinvestering in overeenstemming blijft met de definitie van „investering”;
  • ii. onder „investering” wordt niet verstaan een beschikking of uitspraak in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure.
  • l. „investeerder uit een Partij”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die een onderneming wil vestigen, vestigt of heeft gevestigd overeenkomstig punt h);
  • m. „rechtspersoon uit een Partij” 27)Voor alle duidelijkheid: de in deze definitie bedoelde scheepvaartmaatschappijen worden alleen beschouwd als rechtspersonen uit een Partij voor wat betreft hun activiteiten in verband met het verlenen van zeevervoerdiensten.:
  • i. voor de EU-Partij:
  • A). een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de Europese Unie of van ten minste één van haar lidstaten en die daadwerkelijke zakelijke transacties28)Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (WT/REG39/1) is volgens de EU-Partij het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 VWEU, gelijkwaardig aan het begrip „daadwerkelijke zakelijke transacties”. op het grondgebied van de Europese Unie verricht; en
  • B). buiten de Europese Unie gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van een lidstaat, waarvan de schepen in een lidstaat zijn geregistreerd en de vlag van die lidstaat voeren;
  • ii. voor Chili:
  • A. een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van Chili en die daadwerkelijke zakelijke transacties op het grondgebied van Chili verricht; en
  • B. buiten Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van Chili, waarvan de schepen in Chili zijn geregistreerd en de vlag van Chili voeren;
  • n. „exploitatie”: de uitbating, het beheer, het aanhouden, het gebruik, het genot en het verkopen of een andere vorm van beschikken over een onderneming door een investeerder uit een Partij, op het grondgebied van de andere Partij;
  • o. „rendement”: alle bedragen verkregen uit of door investeringen of herinvesteringen, met inbegrip van winsten, dividenden, kapitaalwinsten, royalty's, rente, betalingen in verband met intellectuele-eigendomsrechten, betalingen in natura en alle andere wettelijke inkomsten;
  • p. „verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten”: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. de tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder die activiteiten;
  • q. „dienst”: elke dienst in enige sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag; en
  • r. „Gerecht”: het Gerecht van eerste aanleg dat is ingesteld op grond van artikel 17.34.
Artikel 17.3. Recht om regelgeving vast te stellen

De Partijen bevestigen hun recht om voor hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, onderwijs, veiligheid, milieu, met inbegrip van klimaatverandering, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, of de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

Artikel 17.4. Verhouding tot andere hoofdstukken
1.

In geval van strijdigheid tussen dit hoofdstuk en hoofdstuk 25 heeft laatstgenoemd hoofdstuk voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.

2.

De door een Partij aan een dienstverlener uit de andere Partij gestelde voorwaarde dat hij enkel tegen borgstelling of door het stellen van een andere vorm van financiële zekerheid een grensoverschrijdende dienst op haar grondgebied kan verlenen, volstaat op zich niet om dit hoofdstuk toe te passen op de grensoverschrijdende verlening van die dienst. Dit hoofdstuk is van toepassing op door de Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen met betrekking tot de borgstelling of de financiële zekerheid, voor zover die borgstelling of die financiële zekerheid een onder deze overeenkomst vallende investering is.

Artikel 17.5. Weigering toekenning voordelen

Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren aan een investeerder uit de andere Partij of met betrekking tot een onder deze overeenkomst vallende investering, indien de weigerende Partij maatregelen vaststelt of handhaaft in verband met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de mensenrechten, die:

  • a. transacties met die investeerder of onder deze overeenkomst vallende investering verbieden; of
  • b. zouden worden geschonden of omzeild indien de voordelen van dit hoofdstuk aan die investeerder of onder deze overeenkomst vallende investering zouden worden toegekend, ook wanneer de maatregelen transacties verbieden met een recht die eigenaar is van of zeggenschap heeft over een van beide.
Artikel 17.6. Subcomité Diensten en investeringen

Het Subcomité Diensten en investeringen (het „subcomité”) wordt opgericht op grond van artikel 8.8, lid 1. Bij de behandeling van aangelegenheden in verband met investeringen ziet het subcomité toe op en zorgt het voor de correcte toepassing van dit hoofdstuk en van de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C.

AFDELING B. LIBERALISERING VAN INVESTERINGEN EN NON-DISCRIMINATIE

Artikel 17.7. Toepassingsgebied
1.

Deze afdeling is van toepassing op door een Partij op haar grondgebied vastgestelde of gehandhaafde maatregelen ter zake van de vestiging van een onderneming of de exploitatie van een onder deze overeenkomst vallende investering wat betreft alle economische activiteiten door een investeerder uit de andere Partij.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op:

  • a. audiovisuele diensten;
  • b. nationale cabotage in het zeevervoer29)Onverminderd de activiteiten die uit hoofde van de betreffende interne wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale maritieme cabotage uit hoofde van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Chili of een lidstaat, en een andere haven of locatie in Chili of dezelfde lidstaat, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Chili of een lidstaat.; of
  • c. binnenlandse en internationale luchtdiensten of aanverwante diensten ter ondersteuning van luchtdiensten30)Voor alle duidelijkheid: luchtdiensten of aanverwante diensten ter ondersteuning van luchtdiensten omvatten de volgende diensten: luchtvervoer; diensten waarbij gebruik wordt gemaakt van luchtvaartuigen die niet in de eerste plaats bedoeld zijn voor het vervoer van goederen of passagiers, zoals brandbestrijding vanuit de lucht, vliegtraining, waarneming, besproeiing, landmeting, kartering, fotografie, parachutesprongen, slepen van zweefvliegtuigen, helikopterlift voor houtkap en bouw, en andere landbouw-, industrie- en inspectiediensten in de lucht; verhuur van luchtvaartuigen met bemanning; en exploitatie van luchthavens., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en
  • iv. grondafhandelingsdiensten.
3.

De artikelen 17.8, 17.9, 17.11, 17.12 en 17.13 zijn niet van toepassing op overheidsopdrachten.

4.

De artikelen 17.8, 17.9, 17.11 en 17.13 zijn niet van toepassing op door een Partij verstrekte subsidies, met inbegrip van door de overheid gesteunde leningen, garanties en verzekeringen.

Artikel 17.8. Markttoegang

In de sectoren of subsectoren waar verbintenissen betreffende markttoegang zijn aangegaan, mag een Partij met betrekking tot markttoegang door middel van vestiging of exploitatie door investeerders uit de andere Partij of door ondernemingen die een onder deze overeenkomst vallende investering vormen, noch op basis van haar gehele grondgebied, noch op basis van een territoriale onderverdeling, een maatregel vaststellen of handhaven die:

  • a. het aantal ondernemingen die een specifieke economische activiteit mogen verrichten, beperkt, in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • b. de totale waarde van transacties of activa beperkt, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • c. een beperking inhoudt van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte31)De punten a), b) en c), zijn niet van toepassing op maatregelen die zijn genomen om de productie van een landbouw- of visserijproduct te beperken.;
  • d. specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een investeerder uit de andere Partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereist of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen oplegt; of
  • e. het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde sector mag werken of dat een onderneming in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en zich rechtstreeks bezighouden met het uitvoeren van een economische activiteit, beperkt in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
Artikel 17.9. Nationale behandeling
1.

Elke Partij behandelt investeerders uit de andere Partij en onder deze overeenkomst vallende ondernemingen, wat vestiging betreft, in vergelijkbare situaties32)Voor alle duidelijkheid: of een behandeling wordt toegekend in „vergelijkbare situaties” moet per geval en op basis van feiten worden geanalyseerd en hangt af van het geheel van de situaties. niet minder gunstig dan haar eigen investeerders en hun ondernemingen.

2.

Elke Partij behandelt investeerders uit de andere Partij en onder deze overeenkomst vallende investeringen, wat de exploitatie betreft, in vergelijkbare situaties33)Voor alle duidelijkheid: of een behandeling wordt toegekend in „vergelijkbare situaties” moet per geval en op basis van feiten worden geanalyseerd en hangt af van het geheel van de situaties. niet minder gunstig dan haar eigen investeerders en hun ondernemingen.

3.

Onder de door een Partij uit hoofde van de leden 1 en 2 toegekende behandeling wordt verstaan:

  • a. ten aanzien van een regionale of lokale overheid van Chili, een behandeling die niet minder gunstig is dan de gunstigste behandeling die die overheid in soortgelijke situaties toekent aan investeerders uit Chili en hun investeringen op zijn grondgebied;
  • b. ten aanzien van een overheid van of in een lidstaat, een behandeling die niet minder gunstig is dan de gunstigste behandeling die die overheid in soortgelijke situaties toekent aan investeerders van die lidstaat en hun investeringen op zijn grondgebied34)Voor alle duidelijkheid: de door een overheid van, of in, een lidstaat toegekende behandeling omvat in voorkomend geval ook een door een regionale of lokale overheid toegekende behandeling..
Artikel 17.10. Overheidsopdrachten
1.

Elke Partij ziet erop toe dat ondernemingen die een onder deze overeenkomst vallende investering vormen in vergelijkbare situaties niet minder gunstig worden behandeld dan haar eigen ondernemingen wat betreft enige maatregel met betrekking tot de aankoop van goederen of diensten door een aanbestedende dienst voor overheidsdoeleinden.

2.

De toepassing van de in dit artikel vervatte verplichting om de nationale behandeling te verlenen is onderworpen aan de in artikel 28.3 beschreven veiligheids- en algemene uitzonderingen.

Artikel 17.11. Meestbegunstigingsbehandeling
1.

Elke Partij behandelt investeerders uit de andere Partij en ondernemingen die een onder deze overeenkomst vallende investering vormen, wat vestiging betreft, in vergelijkbare situaties35)Voor alle duidelijkheid: of een behandeling wordt toegekend in „vergelijkbare situaties” moet per geval en op basis van feiten worden geanalyseerd en hangt af van het geheel van de situaties. niet minder gunstig dan investeerders uit een derde land en hun ondernemingen.

2.

Elke Partij behandelt investeerders uit de andere Partij en onder deze overeenkomst vallende investeringen, wat exploitatie betreft, in vergelijkbare situaties36)Voor alle duidelijkheid: of een behandeling wordt toegekend in „vergelijkbare situaties” moet per geval en op basis van feiten worden geanalyseerd en hangt af van het geheel van de situaties. niet minder gunstig dan investeerders uit een derde land en hun investeringen.

3.

De leden 1 en 2 worden niet uitgelegd als verplichting voor een Partij om het voordeel van een behandeling dat voortvloeit uit maatregelen die voorzien in de erkenning van normen, met inbegrip van de normen of criteria voor vergunningverlening, licentieverlening of certificering van een natuurlijke persoon of een onderneming om een economische activiteit uit te oefenen, of het voordeel van prudentiële maatregelen, uit te breiden tot investeerders uit de andere Partij of tot onder deze overeenkomst vallende investeringen.

4.

Voor alle duidelijkheid: de in de leden 1 en 2 bedoelde behandeling heeft geen betrekking op procedures of mechanismen voor de beslechting van investeringsgeschillen waarin andere internationale investeringsovereenkomsten of handelsovereenkomsten voorzien. De materiële bepalingen in andere internationale investerings- of andere handelsovereenkomsten vormen op zich geen „behandeling” als bedoeld in de leden 1 en 2 en kunnen dus geen aanleiding geven tot een inbreuk op dit artikel, bij ontstentenis van door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen. Maatregelen van een Partij die op grond van dergelijke materiële bepalingen worden toegepast, kunnen een „behandeling” uit hoofde van dit artikel vormen en derhalve aanleiding geven tot een inbreuk op dit artikel.

Artikel 17.12. Prestatievereisten
1.

Een Partij mag, in verband met de vestiging van een onderneming of de exploitatie van een investering uit een Partij of uit een derde land op haar grondgebied, geen eisen stellen of afdwingen, noch verbintenissen of toezeggingen afdwingen met de strekking:

  • a. dat er een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten wordt uitgevoerd;
  • b. dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten interne goederen of diensten betreft;
  • c. dat op haar grondgebied geproduceerde goederen of verleende diensten worden gekocht of gebruikt of die goederen of diensten de voorkeur krijgen, of dat goederen of diensten bij natuurlijke personen of ondernemingen op haar grondgebied worden gekocht;
  • d. dat de omvang of de waarde van de invoer op welke wijze dan ook wordt gekoppeld aan de omvang of de waarde van de uitvoer of aan de hoeveelheid binnengekomen deviezen in verband met die onderneming;
  • e. dat de verkoop van door een dergelijke onderneming geproduceerde goederen of verleende diensten op haar grondgebied wordt beperkt door die verkoop op welke wijze ook te koppelen aan de omvang of de waarde van de uitvoer of deviezenopbrengsten daarvan;
  • f. dat er overdracht plaatsvindt van technologie, productieprocedés of andere bedrijfsspecifieke knowhow aan natuurlijke personen of ondernemingen op haar grondgebied;
  • g. dat de door de onderneming geproduceerde goederen of verleende diensten vanaf het grondgebied van die Partij exclusief aan een specifieke regionale of mondiale markt worden geleverd;
  • h. dat het hoofdkantoor van die investeerder voor een specifieke regio van de wereld die groter is dan het grondgebied van de Partij, of voor de wereldmarkt, op haar grondgebied wordt gevestigd;
  • i. dat een bepaald aantal of percentage onderdanen van die Partij wordt ingehuurd;
  • j. dat de uitvoer of verkoop voor uitvoer wordt beperkt; of
  • k. met betrekking tot een licentieovereenkomst die bestaat op het tijdstip waarop de eis wordt gesteld of gehandhaafd of eender welke verbintenis of toezegging wordt opgelegd, of met betrekking tot een toekomstige licentieovereenkomst37)Onder een „licentieovereenkomst” als bedoeld in dit punt wordt verstaan elke overeenkomst over het in licentie geven van technologie, een productieproces of andere bedrijfsspecifieke knowhow. die vrijelijk is gesloten tussen de investeerder en een natuurlijke of rechtspersoon of een andere entiteit op haar grondgebied, op voorwaarde dat de eis wordt gesteld of gehandhaafd of de verbintenis of toezegging wordt opgelegd, op een wijze die een rechtstreekse aantasting van die licentieovereenkomst vormt door uitoefening van niet-rechtsprekend overheidsgezag van een Partij, dat het volgende wordt vastgesteld:
  • i. een bepaald percentage of bedrag aan royalty’s onder een bepaalde drempel in het kader van een licentieovereenkomst; of
  • ii. een bepaalde duur van de looptijd van een licentieovereenkomst.
2.

Voor alle duidelijkheid: het in lid 1, punt k) bepaalde is niet van toepassing wanneer de licentieovereenkomst wordt gesloten tussen de investeerder en een Partij.

3.

Een Partij stelt het genot of het voortgezette genot van een voordeel in verband met de vestiging of exploitatie van een onderneming uit een Partij of uit een derde land op haar grondgebied niet afhankelijk van de voorwaarde dat een van de volgende eisen wordt vervuld:

  • a. dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten interne goederen of diensten betreft;
  • b. dat op haar grondgebied geproduceerde goederen of verleende diensten worden gekocht of gebruikt of die goederen of diensten de voorkeur krijgen, of dat goederen of diensten bij natuurlijke personen of ondernemingen op haar grondgebied worden gekocht;
  • c. dat de omvang of de waarde van de invoer op welke wijze dan ook wordt gekoppeld aan de omvang of de waarde van de uitvoer of aan de hoeveelheid binnengekomen deviezen in verband met die onderneming;
  • d. dat de verkoop van door een dergelijke onderneming geproduceerde goederen of verleende diensten op haar grondgebied wordt beperkt door die verkoop op welke wijze ook te koppelen aan de omvang of de waarde van de uitvoer of deviezenopbrengsten daarvan; of
  • e. dat de uitvoer of verkoop voor uitvoer wordt beperkt.
4.

Lid 3 wordt niet uitgelegd als beletsel voor een Partij om het genot of het voortgezette genot van een voordeel in verband met de vestiging of exploitatie van een onderneming op haar grondgebied door een investeerder uit een Partij of een derde land afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat de productie naar haar grondgebied wordt verplaatst of dat aldaar diensten worden verleend, werknemers worden opgeleid of in dienst worden genomen, bepaalde installaties worden gebouwd of uitgebreid, of onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten worden verricht.

5.

Lid 1, punten f) en k), zijn niet van toepassing indien:

  • a. een Partij toestemming verleent voor het gebruik van een intellectuele-eigendomsrecht overeenkomstig artikel 31 of artikel 31 bis van de Trips-overeenkomst, of maatregelen vaststelt of handhaaft op grond waarvan de openbaarmaking van gegevens of informatie inzake eigendomsrechten wordt verlangd die binnen het toepassingsgebied vallen van en in overeenstemming zijn met artikel 39, lid 3, van de Trips-overeenkomst; of
  • b. de eis wordt gesteld of gehandhaafd of de verbintenis of toezegging wordt afgedwongen door een gerecht, een administratief gerecht of een mededingingsautoriteit om een einde te maken aan een praktijk die na een gerechtelijke of administratieve procedure is aangemerkt als een inbreuk op het mededingingsrecht van de Partij.
6.

Lid 1, punten a), b) en c), en lid 3, punten a) en b), zijn niet van toepassing op kwalificatievereisten voor goederen of diensten met betrekking tot de deelname aan programma’s voor uitvoerbevordering en buitenlandse hulp.

7.

Lid 3, punten a) en b), zijn niet van toepassing op de eisen die worden gesteld door een invoerende Partij met betrekking tot het volume van goederen dat nodig is om in aanmerking te komen voor preferentiële tarieven of preferentiële contingenten.

8.

Voor alle duidelijkheid: dit artikel wordt niet uitgelegd als verplichting voor een Partij om toe te staan dat een bepaalde dienst grensoverschrijdend wordt verleend, wanneer die Partij beperkingen of verbodsbepalingen vaststelt of handhaaft op de verlening van diensten die in overeenstemming zijn met de voorbehouden, voorwaarden of kwalificaties die zijn gespecificeerd met betrekking tot een sector, subsector of activiteit die is vermeld in bijlagen 17-A, 17-B en 17-C.

9.

Dit artikel laat de verplichtingen van een Partij uit hoofde van de WTO-overeenkomst onverlet.

Artikel 17.13. Hoger management en raden van bestuur

Een Partij eist niet dat een onderneming uit die Partij die een onder deze overeenkomst vallende investering is, natuurlijke personen van een bepaalde nationaliteit benoemt als leden van de raad van bestuur of in een hogere leidinggevende functie, zoals kaderlid of manager.

Artikel 17.14. Niet-conforme maatregelen
1.

De artikelen 17.9, 17.11, 17.12 en 17.13 zijn niet van toepassing op:

  • a. elke bestaande niet-conforme maatregel die wordt gehandhaafd door:
  • i. voor de EU-Partij:
  • A. de Europese Unie, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1;
  • B. de centrale overheid van een lidstaat, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1;
  • C. een regionale overheid van een lidstaat, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-1; of
  • D. een lokale overheid; en
  • ii. voor Chili:
  • A. de centrale overheid, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-2;
  • B. een regionale overheid, zoals uiteengezet in aanhangsel 17-A-2; of
  • C. een lokale overheid;
  • b. de handhaving of onverwijlde verlenging van niet-conforme maatregelen als bedoeld in punt a) van dit lid; of
  • c. een wijziging van een niet-conforme maatregel als bedoeld in punt a), van dit lid, voor zover de wijziging de maatregel zoals die onmiddellijk voor de wijziging bestond, niet minder conform maakt met artikel 17.9, 17.11, 17.12 of 17.13.
2.

De artikelen 17.9, 17.11, 17.12 en 17.13 zijn niet van toepassing op maatregelen van een Partij voor sectoren, subsectoren of activiteiten zoals opgenomen in haar lijst in bijlage 17-B.

3.

Een Partij verlangt niet, in het kader van eender welke maatregel die na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst is vastgesteld en die onder haar voorbehouden in bijlage 17-B valt, van een investeerder uit de andere Partij op grond van zijn nationaliteit dat die een onder deze overeenkomst vallende investering die bestaat op het moment waarop de maatregel van kracht wordt, verkoopt of anderszins vervreemdt.

4.

Artikel 17.8 is niet van toepassing op maatregelen van een Partij die in overeenstemming zijn met de in bijlage 17-C vermelde verbintenissen.

5.

De artikelen 17.9 en 17.11 zijn niet van toepassing op maatregelen van een Partij die een uitzondering op of een afwijking van artikel 3 of 4 van de Trips-overeenkomst vormen, als specifiek bepaald in de artikelen 3, 4 en 5 van die overeenkomst.

6.

Voor alle duidelijkheid: de artikelen 17.9 en 17.11 mogen niet zodanig worden uitgelegd dat zij een Partij beletten informatievereisten voor te schrijven, ook voor statistische doeleinden, in verband met de oprichting of exploitatie van investeerders uit de andere Partij of van een onder deze overeenkomst vallende investering, mits dat geen middel is om de verplichtingen van die Partij uit hoofde van die artikelen te omzeilen.

AFDELING C. BESCHERMING VAN INVESTERINGEN

Artikel 17.15. Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die van invloed zijn op:

  • a. onder deze overeenkomst vallende investeringen; en
  • b. investeerders uit een Partij met betrekking tot de exploitatie van een onder deze overeenkomst vallende investering.
Artikel 17.16. Investeringen en regelgevingsmaatregelen
1.

Artikel 17.3 is overeenkomstig dit artikel van toepassing op deze afdeling.

2.

Deze afdeling mag niet worden geïnterpreteerd als een verbintenis van een Partij om haar wet- en regelgevingskader niet te wijzigen, ook niet op een wijze die de werking van de onder deze overeenkomst vallende investeringen of de winstverwachtingen van de investeerder negatief kan beïnvloeden.

3.

Voor alle duidelijkheid: het loutere feit dat een subsidie of toelage niet door een Partij is verleend, verlengd of gehandhaafd, dan wel door een Partij is gewijzigd of verlaagd, vormt geen schending van de verplichtingen uit hoofde van deze afdeling, zelfs indien zulks resulteert in verlies of schade voor de onder deze overeenkomst vallende investering:

  • a. bij ontstentenis van een bij wet of overeenkomst vastgelegde specifieke verbintenis om die subsidie toe te kennen, te verlengen of te handhaven; of
  • b. wanneer het besluit wordt genomen in overeenstemming met eventuele aan de toekenning, verlenging, handhaving, wijziging of verlaging van de subsidie of toelage verbonden voorwaarden.
4.

Voor alle duidelijkheid: niets in deze afdeling mag worden uitgelegd als een beletsel voor een Partij om een toegekende subsidie in te trekken38)In het geval van de EU-Partij omvat „subsidie” ook „staatssteun” zoals gedefinieerd in het EU-recht. of om te verzoeken om terugbetaling ervan, indien een dergelijke actie door een van haar bevoegde autoriteiten is gelast39)In het geval van de EU-Partij zijn de autoriteiten die bevoegd zijn om de in dit lid bedoelde acties te gelasten, de Europese Commissie of een rechter van een lidstaat die het EU-recht inzake staatssteun toepast., of als een verplichting voor die Partij om de investeerder daarvoor te compenseren.

Artikel 17.17. Behandeling van investeerders en van onder overeenkomst vallende investeringen
1.

Elke Partij zorgt op haar grondgebied voor eerlijke en billijke behandeling alsook volledige bescherming en veiligheid van de onder deze overeenkomst vallende investeringen en van investeerders van de andere Partij, wat hun onder deze overeenkomst vallende investeringen betreft, in overeenstemming met de leden 2 tot en met 6.

2.

Een Partij handelt in strijd met de verplichting tot eerlijke en billijke behandeling als bedoeld in lid 1, wanneer bij een maatregel of reeks maatregelen sprake is van40)Voor alle duidelijkheid: bij de vaststelling of een maatregel of reeks maatregelen in strijd is met de verplichting tot eerlijke en billijke behandeling, houdt het Gerecht onder meer rekening met het volgende:i. met betrekking tot de punten a) en b), of de maatregel of reeks maatregelen een ernstige fout inhoudt die in strijd is met de rechtsbevoegdheid („judicial propriety”); het loutere feit dat het beroep van een investeerder tegen de bestreden maatregel in een interne procedure is afgewezen of verworpen of anderszins heeft gefaald, vormt op zich geen rechtsweigering in de zin van punt a);ii. met betrekking tot de punten c) en d), of de maatregel of reeks maatregelen kennelijk niet op redelijke of feitelijke gronden berustte, dan wel kennelijk berustte op onwettige gronden zoals vooroordeel of partijdigheid; de loutere onwettigheid, of louter de inconsistente of twijfelachtige toepassing van een beleid of procedure, vormt op zichzelf geen kennelijke willekeur in de zin van punt c), terwijl een volledige en ongerechtvaardigde verwerping van een wet of voorschrift, of een ongemotiveerde maatregel, of een gedraging die specifiek gericht is tegen de investeerder of zijn onder deze overeenkomst vallende investering met het doel schade te berokkenen, waarschijnlijk wel neerkomt op kennelijke willekeur of discriminatie in de zin van de punten c) en d);iii. met betrekking tot punt e), of een Partij haar bevoegdheden te buiten is gegaan en of de vermeende dwang of intimidatie herhaaldelijk of langdurig heeft plaatsgevonden.:

  • a. rechtsweigering in strafrechtelijke, civiele of administratieve procedures;
  • b. een wezenlijke schending van het recht op een eerlijk proces in gerechtelijke en administratieve procedures;
  • c. kennelijke willekeur;
  • d. gerichte discriminatie op kennelijk ongerechtvaardigde gronden zoals geslacht, ras of religieuze overtuiging; of
  • e. onjuiste behandeling van investeerders, waaronder druk, dwang en intimidatie;
3.

Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde inbreuk kan het Gerecht rekening houden met specifieke en ondubbelzinnige verklaringen van een Partij aan een investeerder waarop de investeerder redelijkerwijs heeft vertrouwd om de onder deze overeenkomst vallende investering te doen of te handhaven, maar waaraan de Partij vervolgens geen vervolg heeft gegeven.

4.

De in lid 1 bedoelde volledige bescherming en veiligheid hebben betrekking op de verplichtingen van de Partij met betrekking tot de fysieke beveiliging van investeerders en onder deze overeenkomst vallende investeringen41)Voor alle duidelijkheid: volledige bescherming en veiligheid betreft de verplichtingen van een Partij om op te treden als redelijkerwijs noodzakelijk kan zijn om de fysieke veiligheid van investeerders en onder deze overeenkomst vallende investeringen te beschermen..

5.

Voor alle duidelijkheid: een schending van een andere bepaling van deze overeenkomst of een schending van enige andere internationale overeenkomst houdt geen schending van dit artikel in.

6.

Het feit dat een maatregel het recht van een Partij schendt, houdt op zichzelf geen schending van dit artikel in. Om na te gaan of de maatregel een schending van dit artikel inhoudt, moet het Gerecht onderzoeken of een Partij heeft gehandeld in strijd met de leden 1 tot en met 4.

Artikel 17.18. Behandeling in geval van een conflict
1.

Investeerders uit een Partij wier onder deze overeenkomst vallende investeringen verliezen lijden als gevolg van oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie of andere burgerconflicten, of een nationale noodtoestand42)Voor alle duidelijkheid: de loutere afkondiging van de nationale noodtoestand vormt op zich geen inbreuk op deze bepaling. op het grondgebied van de andere Partij, worden door die Partij niet minder gunstig behandeld dan haar eigen investeerders of de investeerders uit een derde land wat betreft restitutie, schadeloosstelling, schadevergoeding of andere vormen van schikking.

2.

Onverminderd het bepaalde in lid 1, wordt aan investeerders uit een Partij die in een van de in dat lid vermelde situaties verliezen lijden op het grondgebied van de andere Partij snelle, passende en doeltreffende restitutie of schadevergoeding toegekend door de andere Partij indien die verliezen het gevolg zijn van:

  • a. de inbeslagname van hun onder deze overeenkomst vallende investering of een deel daarvan door de strijdkrachten of de overheid van de andere Partij; of
  • b. de vernietiging van hun onder deze overeenkomst vallende investering of een deel daarvan door de strijdkrachten of de overheid van de andere Partij, anders dan onder dwang van de omstandigheden.
3.

Het bedrag van de in lid 2 van dit artikel bedoelde vergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 17.19, lid 2, vanaf de datum van vordering of vernietiging tot de datum van daadwerkelijke betaling.

Artikel 17.19. Onteigening43)Voor alle duidelijkheid: dit artikel moet worden uitgelegd overeenkomstig bijlage 17-D.
1.

Een Partij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks een onder deze overeenkomst vallende investering nationaliseren of onteigenen door middel van maatregelen met een soortgelijk effect als nationalisatie of onteigening („onteigening”), behalve wanneer de onteigening:

  • a. geschiedt ten algemenen nutte;
  • b. niet-discriminerend is;
  • c. geschiedt tegen betaling van snelle, adequate en doeltreffende schadevergoeding. en
  • d. geschiedt met inachtneming van een eerlijke rechtsgang.
2.

De in lid 1, punt c), bedoelde schadevergoeding:

  • a. wordt onverwijld betaald;
  • b. is gelijk aan de reële marktwaarde van de onteigende investering onmiddellijk voorafgaand aan de onteigening („de datum van onteigening”) of waarop de op handen zijnde onteigening bekend werd, indien die datum eerder valt;
  • c. is volledig uitvoerbaar en vrij overdraagbaar in elke vrij converteerbare valuta; en
  • d. wordt met een normale commerciële redelijke rente vermeerderd vanaf de datum van onteigening tot de datum van betaling.
3.

De betroffen investeerder heeft, krachtens het recht van de onteigenende Partij, recht op onverwijlde toetsing van zijn vordering en van de waardebepaling van zijn investering, overeenkomstig de in dit artikel neergelegde beginselen, door een rechterlijke instantie of andere onafhankelijke instantie van die Partij.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op de verlening van dwanglicenties met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, noch op de intrekking, beperking of instelling van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover die verlening, intrekking, beperking of instelling verenigbaar is met de Trips-overeenkomst44)Voor alle duidelijkheid: de in dit lid bedoelde intrekking van intellectuele-eigendomsrechten omvat ook de annulering of nietigverklaring van dergelijke rechten, en de beperking van intellectuele-eigendomsrechten omvat uitzonderingen op dergelijke rechten..

Artikel 17.20. Overmakingen45)Voor alle duidelijkheid: op dit artikel is bijlage 17-E van toepassing.
1.

Elke Partij staat toe dat alle overmakingen met betrekking tot onder deze overeenkomst vallende investeringen zonder beperking en onverwijld worden verricht in vrij converteerbare valuta en tegen de op de datum van overmaking geldende marktwisselkoers. Die overmakingen omvatten:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)